Van Kaapstad naar Rio de Janeiro
Mijn herinneringen aan wat er precies was gebeurd de nacht voor ons vertrek uit Kaapstad zijn vaag. Hoe we na een wilde nacht in Kaapstad in de vroege ochtend aan boord van de Tjisadane verschenen met zes paar bokshandschoenen, bleef een mysterie.
We wisten allen dat de derde stuurman over bokservaring beschikte en dat maakte hem de hoofdverdachte. Omdat hij volhield niets te maken te hebben gehad met de zaak en er geen andere kandidaat als verdachte in aanmerking kwam, namen we aan dat het een gift was geweest. Hoe het ook zij, de bokshandschoenen bleken tijdens de oversteek naar Zuid-Amerika heel goed van pas te komen om stoom af te blazen.
Na vertrek uit Kaapstad werd een koers uitgezet over de Atlantische Oceaan met bestemming Rio de Janeiro. De naam van Brazilië was voldoende om visioenen van muziek, plezier en mooie vrouwen onder de bemanning op te roepen. Zuid-Amerika hield de belofte in van een andere en meer aantrekkelijke sfeer in tegenstelling tot de strengere conservatieve gewoontes van de Afrikaanders.
De afstand tussen Kaapstad en Rio de Janeiro bedraagt ongeveer 4000 zeemijlen en gedurende tien dagen zou ons ongeduld nog enigszins beheerst moeten worden. Het traject liep iets ten noorden van Tristan da Cunha, een vulkanisch eiland ongeveer halverwege de route. Tristan da Cunha zou enkele maanden later over de hele wereld voorpagina nieuws worden, toen de volledige bevolking tijdens een spectaculaire vulkaanuitbarsting op het laatste moment van het getroffen eiland geëvacueerd moest worden. Het KJCPL schip Tegelberg bevond zich tijdens de uitbarsting dicht bij het eiland en slaagde erin, samen met enkele andere schepen, de hele bevolking met de reddingsboten in veiligheid te brengen. Wat verder naar het noorden lag St. Helena, waar Napoleon zijn laatste jaren in ballingschap had doorgebracht.
De heersende winden en stromingen waren niet in ons voordeel, maar belemmerden de voortgang nauwelijks. Het was zomer op het zuidelijk halfrond, het weer was goed en we schoten flink op. Vliegende vissen en dolfijnen vergezelden het schip gedurende het grootste deel van de route. Andere schepen kwamen maar zelden in zicht op dit weinig bevaren traject. Na de drukke tijd langs de Afrikaanse kust kwam de rustige routine tijdens de oversteek als een welkome afwisseling.
Iedere dag na het middageten en de wachten verzamelde zich een kleine groep jongere officieren op het “schavotje”, een ruimte boven de brug dat dienst deed als boksring. De bokshandschoenen uit Kaapstad werden nu in de praktijk getest. Behalve enkele bloedneuzen en pijnlijke ribben, werd geen ernstige schade aangericht. Het gaf ons een gevoel van solidariteit en kameraadschap en droeg er aan bij de Tjisadane tot een “happy” schip te maken.
Dit was mijn eerste reis en ik wilde de spectaculaire aankomst in de ‘s werelds mooiste natuurlijke haven niet missen. Juist voor zonsopkomst kwam de Braziliaanse loods aan boord en stoomde de Tjisadane langzaam naar de haveningang van Rio de Janeiro. Het eerste daglicht viel over de baai en het Suikerbrood (Pao Azucar) aan stuurboord en het enorme Christusbeeld (Christo Redentor) op de berg aan bakboord. Recht vooruit waren de lichten en wolkenkrabbers van Rio de Janeiro.
Suikerbrood (Pao Azucar)
Later op die dag liep ik met de derde stuurman op de Copa Cabana. Zon gebronsde mensen speelden voetbal en volleybal op het brede strand en prachtige meiden in mini-bikini's liepen zelfbewust met hun gouden lichamen over de boulevard en het strand. We werden bijna sprakeloos van zoveel schoonheid om ons heen. We spraken maar enkele woorden Portugees en Spaans en dat beperkte de mogelijkheden voor contact met de bewoners van Rio. De Brazilianen die wij ontmoetten, spraken ook niet veel Engels, maar op de een of andere manier slaagden we er toch in een soort communicatie tot stand te brengen. Zij leken net zo nieuwsgierig als wij. “Waar komen jullie vandaan?” “Hoe heet jij?”, “Wat doe je voor werk?”, “Jullie spelen mooi voetbal”.
Een familie met twee teenage dochters hield stil voor een praatje. De meisjes lachten en hun donkere ogen brachten ons flink in de war. Samba´s en Carnaval. We waren jong en begonnen de hartslag van deze tropische stad in onze hoofden en lijven te voelen. Ik kan me geen andere stad in de wereld herinneren met zo´n sterke sensuele uitstraling als Rio de Janeiro. Vele jaren later zouden Zuid-Amerika en de Spaanse taal een belangrijke rol in mijn leven gaan spelen.