Zwaar weer in de Tasman Zee – Nieuw-Zeeland
Meer dan duizend jaar geleden arriveerden hele stromen Polynesiërs in Nieuw-Zeeland en de nazaten van deze oorspronkelijke Maori bevolking overleven tot de dag van vandaag. In 1642 werd door Abel Tasman de kusten van dit land voor een deel in kaart gebracht. Er waren schermutselingen met de Maori bevolking, waarbij verscheidene opvarenden van zijn schip werden gedood. In 1769 bracht James Cook Nieuw-Zeeland verder in kaart en spoedig daarna arriveerden de eerste handelaren en walvisvaarders. In 1840 kwam Nieuw-Zeeland volledig onder Brits bewind, met Hobson als eerste gouverneur en met hem kwamen de eerste kolonisten. Al snel kwam het tot conflicten met de oorspronkelijke Maori bevolking over landrechten, waarbij de Maori´s het onderspit dolven. In 1907 werd Nieuw-Zeeland een onafhankelijk Dominion binnen het Britse Gemenebest. Koningin Elizabeth is het staatshoofd en wordt vertegenwoordigd door een Gouverneur-Generaal, die wordt aangewezen door de eerste minister van Nieuw-Zeeland.
De afstand die Australië van Nieuw-Zeeland scheidt, is ongeveer 1300 zeemijlen (2400 km). Het is eind juni 1962 en hartje winter op het zuidelijk halfrond. In de Tasman Zee kunnen we zwaar weer verwachten, wat bevestigd wordt door de weerberichten die ik ontvang van Auckland Radio (ZLD) en Melbourne Radio (VIM) voor ons vertrek uit Sydney. De oversteek over de Tasman Zee duurt ruim vier dagen en de Straat Malakka krijgt het zwaar te verduren.
De golven zijn niet zo hoog als op het traject tussen Zuid-Afrika en West-Australië, maar wat korter, hetgeen het stampen en paaltjes pikken verhevigt. Voor zover je kunt zien over de verlaten groengrijze zee, zijn de toppen van de brekende golven met wit schuim bedekt. Het zicht is echter glashelder met het verblindende scherpe zonlicht van de koude zuidelijke winter. Storm op zee herinnert je altijd aan je eigen nietigheid en is tegelijkertijd een schitterend schouwspel van kleuren en geweld.
Op het achterschip bevindt zich een uitbouw als loopbrug van bakboord naar stuurboord en omgekeerd. Heel nuttig bij het voor en achter maken. Het is ook één van mijn favoriete uitkijkposten onder dit soort weersomstandigheden.
Op het uiterste puntje sta je direct boven de golven, die bruisend in alle kleurschakeringen onder je voeten door schieten. Wit, zwart, donkergroen, lichtgroen, blauw, grijs. Het is zaak om goed op te letten en je stevig vast te houden aan de railing, omdat de golftoppen bijna de onderkant van de loopbrug raken. De bewegingen op het achterschip zijn heftig; omhoog, omlaag, naar bakboord en dan weer naar stuurboord. De draaiende schroeven stuwen het schip voort door de omringende chaos van zeewater. Het geluid van de wind, de zee, de draaiende schroefassen en het kraken van de huidplaten maken ieder gesprek met een andere waarnemer naast je onmogelijk. Het is onbeschrijfelijk mooi en je voelt je als een vogel, die laag over de golven scheert, alleen te midden van de ontketende natuurkrachten.
Diezelfde schoonheid zou ineens in een afgrijselijke hel veranderen, als je in dergelijke omstandigheden overboord zou vallen of het schip zou zinken. In een overlevingssituatie is geen schoonheid meer aanwezig. De gevarenfactor is nooit uit te sluiten. Maar het gevaar is tegelijk een uitdaging, die je aangaat en die de adrenaline in je bloedstroom ontlaadt. Een primitieve levenskracht tegenover de mogelijkheid van het ophouden te bestaan.
Na enige dagen neemt het geweld af en biedt de zee een wat vriendelijker aanblik. De zeegang blijft hoog, maar de schuimende toppen nemen in aantal af en de windkracht wordt geleidelijk aan minder. Het zicht blijft helder onder het koude zonlicht. Vier dagen na vertrek verraden hoge stapelwolken aan de horizon de aanwezigheid van land en komt de kust van Nieuw-Zeeland in zicht. We lopen de baai van Auckland binnen op een mooie zonnige winterdag met de loods aan boord. Wat later komen we langs een lange kade te liggen tussen andere vrachtschepen van diverse nationaliteiten.
Voor een zeeman is Auckland een perfecte plaats, omdat je direct de hoofdstraat inloopt die haaks op de kade staat. Je staat meteen in het centrum van de stad. De welvaart straalt er van af. Goed gevulde winkels in schone straten met goed geklede en vriendelijke bewoners. In Auckland at ik de lekkerste hamburger ooit, zomaar op de hoek van een straat in het centrum. Kersvers, met uitjes, tomaat en ketchup. Auckland heeft een gezellig centrum met veel restaurants, koffieshops en hotels. Het is geen stad, waar iemand zich hoeft te vervelen.
Het land ligt ver weg van alles, down under, ver van internationale verwikkelingen en conflicten. Ondanks de vele overeenkomsten is het een heel ander land dan Australië. Het is gezegend met een mild klimaat en indrukwekkend natuurschoon. Zowel het noorder- als zuidereiland worden doorsneden door hoge bergketens, de Nieuw-Zeelandse Alpen. Mount Cook op het zuidereiland is de hoogste top en er is een overdaad aan rivieren, meren en bossen. Van de North Cape tot het meest zuidelijk gelegen Stewart Island is de afstand in vogelvlucht ongeveer 1400 mijlen (2.500 km) en bijna alle steden zijn langs de kust gevestigd.
Net als Australië ligt Nieuw-Zeeland droog na zes uur ´s avonds en dat betekent feest aan boord.
´s Avonds verwelkomen we een groepje verpleegsters aan boord. Een grammofoon zorgt voor de dansmuziek en tot laat in de avond twisten we in de messroom op Chubby Checker's “Come on, let's twist again, like we did last summer”. De ouwe ziet een en ander met lede ogen aan, maar hij durft het niet goed aan om de parties te verbieden. Niet dat het tot muiterij zou hebben geleid, maar de sfeer aan boord zou er duidelijk onder hebben geleden. Uiteindelijk was het niet meer dan een groep jonge mensen, die gezamenlijk een “good time” doorbrachten. Opvallend was, dat tijdens de parties de Kiwi-dames ineens van het Engels konden overschakelen naar een ander jargon, dat voor ons totaal onverstaanbaar was. Op zulke momenten werden we totaal buiten de conversatie gehouden. Ik vermoedde dat het Maorisch was, omdat er altijd wel enkele Maorimeisjes bij waren, maar dat bleek niet zo te zijn. Er werd erg geheimzinnig over gedaan. Na veel aandringen vertelde één van hen, dat ze gewoon de woorden van achter naar voren uitspraken en dat ze daar heel behendig in waren. Ik weet niet of een dergelijk systeem ook elders in de wereld wordt toegepast of uniek is voor Nieuw-Zeeland. In ieder geval was het opvallend en erg slim.
Het laden en lossen ging net zo snel of langzaam als in Australië vanwege de macht van de vakbonden en dus was ons verblijf in de verdere havens van Nieuw-Zeeland meestal langer dan verwacht. Afgezien van Auckland stonden op ons vaarschema New Plymouth op het Noordereiland en Dunedin en Invercargill dichtbij Stewart Island in het zuiden.
New Plymouth was meer dan iets anders een kleine vissershaven en de accommodatie voor grotere vrachtschepen minimaal. Ik herinner mij de plaats vooral door de gevolgen van een bijna-aanvaring bij de haveningang tijdens aankomst en de excursie naar Rotorua op mijn 23ste verjaardag, een dag later.
Op 14 juli ´s morgens in alle vroegte kwam de Straat Malakka vlak voor het havenhoofd bijna in aanvaring met een vissersboot, een trawler van behoorlijke afmetingen. Wie of wat daar schuld aan had, is mij niet bijgebleven. Ik zag de trawler op het laatste moment van koers veranderen om een aanvaring te voorkomen. Het liep goed af, maar het was “very close”.
Na het afmeren langs de kade besloten Chris, ikzelf en een paar andere collega´s een pilsje te gaan drinken in een pub op de kade. De pub bleek vol te staan van de sigarettenrook en drinkende vissers, die aan de bar in drukke discussie waren. Na onze binnenkomst viel er een stilte en alle “vijandige” blikken waren op ons gericht. Een grote kerel maakte zich uit de groep los en richtte zich tot mij. Hij wilde weten of wij van de KJCPL-er waren, die die morgen de haven was binnengelopen. Dat moest ik beamen. “You almost sank us”, zei hij dreigend. “I am going to fight you”, voegde hij daaraan toe. Daar had ik niet op gerekend en bovendien had ik daar weinig zin in.
“Why me?”, wilde ik weten. “You are the tallest”, zei de visser. “I am also the skinniest”, zei ik naar waarheid. Mijn opponent was behoorlijk aangeschoten en zag er behoorlijk ruig uit. Mijn collega´s en ik keken elkaar vragend aan in afwachting van wat er zou gaan gebeuren. Oneervol de aftocht blazen? Afwachten? We bleven staan. Mijn opponent stond nog steeds dreigend voor me met op de achtergrond zijn vissersmaatjes. “I rather have a drink with you than fight with you”, zei ik. Daar moest hij even over nadenken. Hij keek me nog eens aan. “Yes”, zei hij tenslotte, “That´s better” en daarmee was het ijs gebroken en de vijandige sfeer doorbroken. Met de glazen bier kwam de verbroedering. Het bleken ten slotte heel aardige en gastvrije mensen en tenslotte waren we allen zeelui en geen walslurpen. Ik belandde uiteindelijk na sluitingstijd van de pub in de keuken van het huis van mijn nieuwe vriend, waar zijn zuster een soort vismaaltijd met aardappelen aan ons opdiende, hetgeen onze vriendschap bezegelde.
De volgende dag moest mijn verjaardag gevierd worden en omdat Rotorua op de kaart slechts 150 km van New Plymouth leek af te liggen, werden twee auto´s gehuurd om de geysers en warme bronnen van dat natuurpark te bezoeken. De weg bleek behoorlijk tegen te vallen, met veel bochten in de heuvels en een slecht wegdek. We deden uren over de rit en hadden uiteindelijk maar weinig tijd om van dit wondergebied te genieten. Bij elkaar waren we meer dan zes uur onderweg, maar het was de moeite waard geweest en een mooi cadeau voor m´n verjaardag.
Na Dunedin, Invercargill en opnieuw Auckland werden de voorbereidingen getroffen voor de terugreis naar Sydney. Nieuw-Zeeland was een heel plezierige ervaring geweest. Een prachtig land met een enorme diversiteit aan natuurschoon en een aangename bevolking. Ik vond het jammer dat Abel Tasman indertijd het land niet voor Nederland had opgeëist, toen hij hier in 1642 de kust verkende. Het zou het kleine Nederland een mooie gelegenheid hebben gegeven voor kolonisatie en expansie. Maar we waren een land van kooplieden en vonden Oost-Indië interessanter en lieten Nieuw-Zeeland aan de Britten over, die het 100 jaar later middels James Cook voor de Engelse kroon opeiste. Het dwingt ergens bewondering af hoe de Britten er in geslaagd zijn hun wereldrijk uit te breiden en een blijvende globale invloedssfeer te scheppen. Alleen al de taal is daar een bewijs van. Ondanks het bezit van koloniën is Nederland daar nooit in geslaagd. Daar zijn natuurlijk vele redenen voor aan te wijzen, maar een feit is, dat ondanks ons lange verblijf in vele delen van de wereld, Nederland heel weinig werkelijke sporen in cultuur en taal heeft achtergelaten, behalve als een vermelding in de geschiedenisboeken. Na de Nederlandse Gouden Eeuw werd Engeland de toonaangevende mogendheid op de wereldzeeën en kon dat consolideren tot ver in de 20ste eeuw. Ook Spanje, Portugal en Frankrijk hebben blijvende sporen in de wereld achtergelaten met taal en cultuur. Misschien was de visie van Nederland teveel gericht op alleen handel en winst en ontbraken diepere overwegingen. Nederland was ook één van de laatste naties die de slavernij afschafte, ruim 50 jaar na de Amerikanen en Engelsen. De economische schade werd te groot geacht. Zijn het misschien toch de nuchtere kruideniers onder ons geweest, die Nederland parten hebben gespeeld of waren zij juist onze grootste troefkaart? Een ongemakkelijke vraag.
De oversteek naar Australië verliep zonder verdere wetenswaardigheden. Onze volgende bestemming werd Singapore, waar een nieuw vaarschema bekend zou worden. Japan stond op mijn verlanglijstje.