Nigeria, Ghana, Liberia, Ivoorkust en Kameroen
Terwijl de Straat Malakka voor anker gaat op de Bonny River bij Port Harcourt in Nigeria, steken van de rivieroever tientallen kano´s af, die onderling een wedstrijd aangaan om zo snel mogelijk langszij te komen. De kano´s zijn volgeladen met kammen bananen die nog groen en onrijp zijn. Het onderhandelen kan beginnen. Voor een pakje sigaretten word je eigenaar van een hele kam, die met een touw over de reling aan boord wordt getrokken. Het zijn voor het merendeel vrouwen en kinderen die de kano´s bemannen. Als een muntstuk, dat als betaling vanaf het schip naar beneden wordt gegooid, naast een kano in het water valt, duiken onmiddellijk enkele jongetjes het water in en altijd is er één die triomfantelijk opduikt met de munt in zijn vingers geklemd. Het is een soort vrolijke markt op het water, met veel gelach, geroep en geschreeuw. Alles komt voor uitwisseling in aanmerking; oude schoenen, overhemden, T-shirts, knopen en vooral sigaretten. De ene kam bananen na de andere wordt aan boord gehezen. Er komt een kam bananen in mijn hut te hangen en dagelijks worden er enkele van gegeten. Ze worden later allemaal op hetzelfde moment rijp en daar is niet meer tegenop te eten. Een ander kun je er ook geen plezier mee doen, want de meeste andere hutten aan boord kampen met hetzelfde probleem.
Niet ver van ons verwijderd ligt een Nederlandse baggermolen en ´s avonds verschijnt er een sloep langszij met een stel baggeraars aan boord, die een praatje komen maken en een pilsje drinken. In mijn hut luisteren we met belangstelling naar hun verhalen. Ze verdienen goed geld, maar daar houdt het mee op. Één keer in de zoveel weken krijgen ze een weekend vrijaf om in Port Harcourt wat vertier te zoeken en daarbij wordt doorgaans het meeste van het verdiende geld aan drank en vrouwen uitgegeven. Dit was waarschijnlijk niet voor iedereen aan boord van de baggermolen zo, maar het was wel de indruk die onze gasten achter lieten. Ik benijd ze dit leven niet.
Deze kust wordt door de Engelsen de “White man´s coffin” genoemd en niet zonder reden. Het vochtige tropische klimaat en de besmettelijke ziektes eisen hun tol vooral onder de blanken. Nigeria was na Zuid-Afrika en Rhodesië het meest welvarende land in Afrika, in hoofdzaak door de florerende olie industrie. Na enkele dagen in Port Harcourt vertrekken we naar Lagos, de hoofdstad van het land. Hier krijg ik de kans om wat indrukken op te doen in de stad. Het is drukkend warm en chaotisch druk in de straten. Op de typische markten zijn het meestal vrouwen, omringd door kleine kinderen, die hun waren aanprijzen. De Nigerianen houden, zoals overal in Afrika, van felle kleuren en dat past eigenlijk heel goed in deze tropische omgeving. Je proeft de armoede, maar het schijnt de mensen niet te deren. Iedereen is arm en je bent dus geen uitzondering. Je armoede valt niet op. Is het dan misschien makkelijker te dragen? Als Europeaan voel je je als een indringer in een andere wereld waar we weinig van begrijpen. Hier gelden kennelijk andere regels om gelukkig te zijn.
's Avonds gaan we eten in een ons aanbevolen club met restaurant en bar. De Afrikaanse manlijke bezoekers zijn allen gekleed in donkere pakken met witte overhemden en stropdas. Keurig netjes. Kennelijk de beter gesitueerden. Onmiddellijk nemen ze de Europese gewoontes over. Het is een bewijs van welstand. Denkt iedereen daar zo over, vraag je je af, of zijn er nog die hun eigen cultuur trachten te behouden ondanks de stoomwals uit de westerse wereld? Afrika lijkt een meer verscheurde, anarchistische samenleving, anders dan het Verre Oosten. Japan, China, India en Indonesië zijn gebieden die over duizendjarige culturen en tradities beschikken, waarschijnlijk solide genoeg om zich te kunnen handhaven tegen de economische en politieke aanval op hun manier van zijn die al eeuwen aanhoudt. Maar hier in Afrika, kunstmatig in stukken verdeeld door het Westen, met honderden verschillende stammen, talen en tradities lijkt het bijna onmogelijk om als etnische groep te overleven zonder verlies van de eigen identiteit. Om deze wereld goed te kunnen begrijpen, zal je hier moeten wonen en werken. Ik kom hier op een schip en een paar dagen later ben ik weer ergens anders. Maar toch zo´n eerste onbevangen indruk is mogelijk de juiste.
Na Lagos arriveren we in Accra in Ghana. Een nieuwsgierige vader komt met z´n zoontje aan boord. Het jongetje is een jaar of tien oud. De vader wil zijn zoontje een zeeschip laten zien en dat vinden wij een goed idee van die vader. Na een rondleiding met Chris v. Z., de 4e stuurman, komen ze in mijn hut terecht en ze krijgen wat te drinken. Daar zitten we dan, twee Europeanen en twee zwarte Ghanezen, een grote en een kleine.
Nkruma is president van Ghana en wordt als een charismatisch leider vereerd. We zijn benieuwd naar de opinies van vader en zoon. De ogen van het jongetje beginnen te glinsteren als we Nkruma ter sprake brengen. Hij is de grote leider van Afrika, vinden hij en zijn vader. Nkruma maakt nooit vergissingen en Afrika staat met hem een grootse toekomst te wachten. Het zijn stemmen uit een andere wereld. Het is eigenlijk aandoenlijk, hun enthousiasme en blindelings geloof en vertrouwen in hun idool. Chris en ik zeggen dat we hopen dat ze gelijk krijgen. In Europa hebben we zoveel fouten begaan, het is nu de beurt aan Afrika om de wereld in goede banen te leiden. Bij het afscheid geven we ze een foto van de Straat Malakka en wensen hen veel geluk met Nkruma. Aan de hand van zijn vader loopt het jongetje de kade af, twee zwarte Ghanezen die in een gouden toekomst geloven.
De volgende bestemming is Monrovia in Liberia. Na de Amerikaanse burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij gingen er stemmen op in Amerika om een Afrikaans thuisland te creëren voor voormalige slaven, die naar Afrika wilden terugkeren. Onder president Monroe werd dit idee ten uitvoer gebracht en kwam de staat Liberia tot stand.
Door de inheemse bevolking werden de terugkerende voormalige negerslaven” Americans” genoemd. Een echte integratie heeft nooit plaats gevonden. De “Americans” voelden zich superieur en de basis voor conflicten was gelegd. De munteenheid bleef de Amerikaanse dollar. De Greenback, de Yankee dollar. In God we trust.
We bleven maar kort in Monrovia, maar ik had toch nog even de gelegenheid de wal op te gaan om de sfeer op te snuiven van de stad. In vergelijking met Accra was er meer hoogbouw en veel meer verkeer. Het was er net zo warm als in Nigeria en Ghana. Veel meer kan ik er niet van zeggen. Interessanter leek onze volgende bestemming, Abidjan aan de Franse Ivoorkust.
Abidjan is een aangename verrassing. “Petit Paris” wordt het ook wel genoemd. En het is waar dat de luchtige Franse sfeer overal aanwezig is. Gezellige terrasjes en aantrekkelijke restaurants, type bistro. Zwart en wit schijnen gemoedelijk met elkaar om te gaan. Op één van de druk bezochte en kleurrijke markten ontdek ik een prachtige uit één blok hout gesneden tafel. Het tafelblad wordt ondersteund door twee kunstig uitgesneden olifanten. Een mooi stuk handwerk. Ik begin onderhandelingen met de marktkoopman. De tafel is duur. Te duur, maak ik de koopman duidelijk.
“C´est le plus beau table de tout l´Afrique”, zegt hij verontwaardigd. "Daar kan je wel eens gelijk in hebben", denk ik. De tafel is die prijs dubbel en dwars waard. Ik moet even nadenken. Waar plaats ik dat ding aan boord? Ik ga pas over anderhalf jaar terug naar Nederland. Hoe krijg ik die tafel thuis?.
Ik zie van de koop af. Maar 45 jaar later heb ik daar nog steeds spijt van. De mooiste tafel van Afrika had ik niet aan mijn neus voorbij mogen laten gaan.
Na Ivoorkust stond nog een Franse kolonie op ons vaarschema. Douala is prachtig gelegen in een lagune aan de kust van Kameroen. Van Doualastadt onder Duits bewind werd het Doualaville onder Frans bestuur. Na de nederlaag in de eerste wereldoorlog raakten de Duitsers hun kolonies in Afrika aan de Britten en Fransen kwijt. Voor de lokale bevolking zal het weinig verschil hebben uitgemaakt. Zij kwamen van de regen in de drup.
Afrika beneden de Sahara. Een enorm gebied met honderden stammen met hun eigen talen en gewoontes. In stukken gesneden en verdeeld door de westerse wereld. Eerst Portugal en Spanje en daarna Holland, Engeland, Frankrijk, Duitsland en België namen gewoon wat men dacht nodig te hebben. Veel scrupules kwamen daar niet bij te pas. Vlagvertoon en zaken doen, daar ging het om. Over de gevolgen werd niet verder nagedacht. Men meende de beschaving netjes verpakt af te leveren en de zwakkere culturen werden opgerold.
Hoe het ook zij, Afrika beschikt over de grondstoffen waar de westerse wereld behoefte aan heeft, maar niet over de middelen om op internationaal niveau tot exploitatie over te gaan. Men is dus volledig overgeleverd aan de politiek-economische grondslagen van het westen. Die principes functioneren redelijk goed in de hoger ontwikkelde westerse wereld, maar niet in de ontwikkelingslanden van Afrika. Democratische systemen functioneren alleen daar, waar de instituties, zoals onderwijs, gezondheidszorg, communicatie, fiscaliteit enz., geconsolideerd zijn. In ontwikkelingslanden is dat niet het geval en de regeringen bestaan in de meeste gevallen uit belangengroepen, die door corruptie aan de macht komen en blijven en alleen gemotiveerd zijn door eigenbelang. Het systeem, zoals het nu functioneert, schept geen algemene welvaart en toekomst voor de inheemse bevolking en roept alleen een minderheid met privileges in leven. Oplossingen en alternatieven op korte termijn lijken niet aanwezig.
Na Douala werd de terugreis naar Kaapstad ondernomen om daar verdere orders af te wachten voor de oversteek van de Indische Oceaan naar Singapore.