Het was volop lente in Nederland en ik zou verlof krijgen tot half augustus. De zomer lag voor ons.
Onze gehuurde flat in Breukelen was klein, maar mooi gelegen aan het water van de vennen bij Loosdrecht. Ik kocht een Grote BM met buitenboordmotor in Haarlem en samen met Ton voeren we de boot via de haven van Amsterdam, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Vecht naar de Loosdrechtse Plassen, om tenslotte door de vennen bij Breukelen voor de deur van mijn woning in Jachthaven Singels aan te leggen. Water en boten mochten in mijn leven niet ontbreken.
Het werd een onbezorgde vakantieperiode voor een jong getrouwd stel. Ik kende de Loosdrechtse Plassen goed en Patricia nam snel mijn enthousiasme voor de zeilsport over.
Het toeristenbureau van Oud-Loosdrecht organiseerde een zoektocht met opdrachten, waar honderden zeilboten aan deelnamen. Een bevriend echtpaar ging met ons mee. We wonnen de derde prijs, een mooie tegel met inscriptie. We misten de eerste prijs, daar wij bij iedere uitspanning vertraging opliepen omdat we op ons gemak een paar glazen wijn naar binnen sloegen. Aan het eind van de dag was het zo´n vrolijke boel geworden, dat we nauwelijks konden geloven dat we zo een derde plaats hadden kunnen behalen.
Onze weinige buren waren allen jonge stelletjes, waar we uitstekend mee op konden schieten. Joop en Marga waren de oudsten onder ons. Joop was uitsmijter bij een nachtclub in Utrecht, een potige hartelijke kerel en Magda was zijn gezellige vrouw met een enorme bos rood haar. Jeep was ambtenaar en een ander werkte op een reclamebureau. Tijdens de weekeinden kwamen we veel bij elkaar om te kaarten en wijn te drinken en om elkaar sterke verhalen te vertellen. ´s Maandags begon hun werkweek en waren ze vroeg de deur uit. Ik draaide me nog eens lekker om in bed met Patricia en dat zat m´n buren wel eens dwars.
Vader Carlos kwam ons geregeld opzoeken en ik had een uitstekende relatie met mijn schoonvader.
In die tijd kon ik de cultuurverschillen nog niet goed inschatten en deed mijn best om mij aan de familiegewoontes aan te passen. Ook Patricia deed er alles aan om zich aan het leven in Nederland aan te passen en dat lukte haar heel goed, beter dan wie dan ook van haar familie.
Om enigszins af te tasten wat de mogelijkheden voor een voormalig radio-officier aan de wal zouden zijn, was ik begonnen met het schrijven van sollicitatiebrieven op personeelsadvertenties die in de grote dagbladen verschenen. Op één van mijn brieven kreeg ik een reactie van Heemaf in Hengelo en werd uitgenodigd voor een gesprek met Ir.J., één der directeuren. Heemaf hield zich bezig met de bouw en installatie van mammoetkranen en kleinere type kranen voor de scheepsbouw en beschikte over een internationale portefeuille van clienten.
Het gesprek met Ir.J. verliep voorspoedig. Ik zou na een opleiding bij het bedrijf als technisch-commercieel medewerker voor de internationale verkoop van hun producten in dienst kunnen komen. Het leek me een interessante baan met goede vooruitzichten en ik zei direct ja. In onderling overleg werd overeengekomen dat ik in februari 1966 zou beginnen. Ik had nu de zekerheid van een baan aan de wal en kreeg bovendien de tijd om ongehaast mijn contract met Radio-Holland af te maken en me mentaal voor te bereiden op het eind van mijn tijd bij de koopvaardij. Geen wolkje aan de hemel en we waren er van overtuigd, dat het zo hoorde en dat het zo ons hele leven door zou gaan. The sweet bird of youth was still singing.