Met Josie in Singapore
Op het kantoor van Radio-Holland kreeg ik te horen, dat ik tot aan mijn verlof aan boord van de Kaloekoe zou blijven. De plaatsing op een andere route en een ander schip zou me niet onwelkom zijn. De Nieuw-Guineadienst begon teveel op routine te lijken en ik verlangde naar verandering. Het was echter niet anders en ik was nog te kort in dienst om serieus bezwaren te kunnen maken.
Josie en haar gezelschap waren in Singapore van boord gegaan en woonden voorlopig in een hotel tot hun vertrek naar Hongkong met Cathay Airways een week later. De Kaloekoe ging enige dagen in het droogdok voor een “knippen en scheren” beurt. De huidplaten onder de waterlijn werden daarbij geïnspecteerd, grondig schoongespoten en opnieuw in de verf gezet.
Al mijn vrije tijd bracht ik door met Josie. ´s Avonds na zijn werkzaamheden aan boord sloot Willem zich bij ons aan en amuseerden we ons in de stad. We bezochten de Botanical Gardens en in Bugis Street zaten we in de eetstalletjes aan lange houten tafels saté en rijstgerechten te eten, gefascineerd kijkend naar de drukte om ons heen. Chinezen, Maleiers, Indiërs en Europeanen vormden het straatbeeld en er was van alles te zien. Verkopers en handelaren van allerlei slag probeerden hun waren aan de man te brengen. “Kijken, kijken, niet kopen”. Die uitdrukking in het Nederlands kenden alle inheemsen. De Hollandse zuinigheid was kennelijk tot in de verste uithoeken van de wereld doorgedrongen. Onze koloniale periode in Oost-Indië zal daar wel toe hebben bijgedragen en tenslotte waren we een natie van kooplieden die zich niet zo makkelijk van alles liet aansmeren. Seks was een min of meer respectabele commercie, waarmee in het Verre Oosten zonder taboe´s werd omgegaan. Het werd net zo makkelijk aan de man gebracht als de saté in de kraampjes langs de weg.
Tijdens een bezoek aan de “Happy World”, een groot pretpark buiten de stad, kregen we in één van de vele schiettenten de beschikking over een groot luchtdrukkanon, waarmee tennisballen knallend konden worden afgeschoten met het doel de achter in de tent hangende ballonnen lek te schieten. De exploitant lette daarbij niet goed op, want Willem had een opening in het gordijn ontdekt waar de ballonnen hingen en schoot trefzeker iedere nieuwe bal door het gat de “Happy World” in. Bij ieder schot lagen we dubbel van het lachen, terwijl de Chinees maar tennisballen in het kanon bleef stoppen. Toen hij in de gaten kreeg wat er gaande was, liet hij ons in alle talen weten wat hij van ons dacht. Hij had natuurlijk gelijk, maar Willem hield vol dat hij had gedacht dat de opening daar zat als doelwit en dat de ballonnen niet beschadigd mochten worden. We maakten ons maar snel uit de voeten.
Intussen beloofden Josie en ik elkaar eeuwige trouw. Josie sprak niet veel en was wat aan de stille kant, maar door haar persoonlijkheid toch altijd het centrum van onze uitstapjes. Haar exotische schoonheid trok overal de aandacht en als een prinses beheerste ze het scenario. We probeerden maar niet aan het komende afscheid te denken en ik meende dat aan ons geluk nooit een einde kon komen.
De tijd vloog om en enkele dagen voor het vertrek van de Kaloekoe naar Nieuw-Guinea, vergezelde ik Josie met haar familie naar het vliegveld van Singapore. We spraken af elkaar over enkele maanden weer te ontmoeten in Hongkong. In plaats van direct naar Nederland te vertrekken vanuit Singapore, zou ik proberen eerst enkele weken in Hongkong door te brengen en daarna zouden we wel verder zien. Met deze belofte namen we afscheid. Vanaf het observatieplatform zag ik het toestel Cathay Airways vertrekken en als een stipje hoog boven de horizon verdwijnen. Ik dronk nog een pilsje aan de bar van het vliegveld en reed daarna met gemengde gevoelens terug naar de stad.