Het is nooit hetzelfde boek, dat je voor de zoveelste maal leest. Er is nooit een herhaling van hetzelfde. De zee en het weer zijn altijd anders. Dezelfde kust waar je langs vaart ziet er steeds weer anders uit. Ik had nu bijna anderhalf jaar op de Kaloekoe doorgebracht en toch bleven de vele reizen naar Nieuw-Guinea hun aantrekkelijkheid behouden. Ik was eigenlijk steeds meer gefascineerd geraakt door het land en zijn bevolking.
Het einde van het Nederlandse bewind in Nieuw-Guinea kwam nu snel dichterbij. Nederland was niet bereid zich voor de onafhankelijkheid van de Papoea’s in een oorlog met Indonesië te storten. Die prijs was Nederland te hoog. Soekarno speelde gewiekst zijn troeven uit en had het getij mee. Hij was de bevrijder van gisteren en de onderdrukker van vandaag. In Washington werd de laatste hand gelegd aan een verklaring, die het schandaal een aanvaardbaar en redelijk uiterlijk moest geven voor het oog van de wereld. De overdracht aan Indonesië zou ik hier niet meer meemaken. Dat ging in 1962 plaats vinden. Maar eind 1961 waren er al tekenen aan de wand. De opruimingsuitverkoop was al begonnen.
Op 30 oktober 1961 ontving ik van de politie in Manokwari, op vertoon van mijn voorlopige Singapore rijbewijs, mijn Nederlands Nieuw-Guinea rijbewijs A en B. Ik kon weliswaar niet rijden, maar daar vroeg niemand meer naar. Later zou ik in Nederland dit document inruilen voor een Nederlands rijbewijs. Het bespaarde me dure rijlessen en tijd tijdens mijn verlof. Ik hoorde onbevestigde verhalen over voorraden en vrachtwagens, die aan Chinese handelaren werden verkocht. Ambtenaren en militairen zouden binnenkort gerepatrieerd moeten worden en de foto´s van de Nieuw-Guinea Raad, de tekst van het volkslied en de vlag zouden wel ergens een plaatsje krijgen in het Tropenmuseum in Amsterdam. De inheemse Papoea bevolking zou wat verbouwereerd aan hun nieuwe, nu bruine, meesters moeten wennen. “Plus ça change, plus ça reste pareil”. Einde van het Nederlandse tijdperk in het Verre Oosten.
Maar zover was het nog net niet. Langs de kust maakten we nog veel gebruik van onze “Vrijheid” en hezen waar mogelijk het grootzeil en de fok om flink overhellend langs de koraalriffen en strandjes te zeilen. Ik nam afscheid van de vele kennissen, die ik in die 14 maanden had opgedaan. We wisselden adressen uit. ”Misschien tot ziens in Nederland”. “Ja, wie weet”.
In Merauke kreeg ik m´n laatste tien dozen met krokodillenhuiden afgeleverd, die opnieuw gestuwd werden tussen de accukisten achter mijn hut.
In Sorong lag een Nederlands schip langs de kade. Ik meen van de Rotterdamsche Lloyd. Ik ging op bezoek bij mijn collega en hoorde dat zij in januari in Rotterdam hoopten aan te komen. Dat kwam mij heel goed uit. Mijn collega was bereid een kamferkist met mijn collectie etnografica en wat persoonlijke bezittingen in zijn hut mee te nemen naar Rotterdam. Dat was een meevaller. Het bespaarde me verzendkosten en ik had meer zekerheid, dat een en ander zonder schade in Nederland aan zou komen.
(Inderdaad lees ik in januari in Nederland in de krant, dat het schip in Rotterdam is aangekomen. Met een vriend rijd ik naar de Lekhaven, waar het schip langs de kade ligt. Er is alleen een wacht bij de gangway en een elektriciën aan boord. In de radiohut vind ik mijn kamferkist terug. Het is zondag en we laden de kist in de auto van mijn vriend. Zonder ook maar een douanebeambte tegen te komen, rijden we de poort uit en naar huis in Utrecht.)
Eind november 1961 vertrek ik met de Kaloekoe voor het laatst uit Sorong met bestemming Singapore. Onderweg ontvang ik de bevestiging van mijn komende verlof in Nederland en de aflossing in Singapore.
Even voor aankomst stuur ik Tan een telegram met onze aankomsttijd op de rede en opnieuw kieper ik de dozen over de railing in de wachtende sampan. De volgende dag vier ik met mijn Chinese familie het succes van “operatie krokodillenhuiden” met een gezellige maaltijd en het wordt gelijk een afscheidsfeestje door mijn nabije vertrek naar Nederland. Een weerzien lijkt niet waarschijnlijk, maar ook niet onmogelijk. Mijn kasgeld is flink aangevuld en ik kan aan mijn reis naar Hongkong gaan denken.
Op 5 december 1961 monster ik af van de Kaloekoe na bijna 14 maanden aan boord te hebben doorgebracht. Tezamen met de tien maanden aan boord van de Tjisadane maakt dit mijn term van twee jaar vol. Heimwee naar Nederland had mij geen moment parten gespeeld en het zeemansleven had tot nu toe aan al mijn verwachtingen voldaan. Ik voelde mij bevoorrecht door zoveel unieke ervaringen die mij ten deel waren gevallen en het vertrouwen dat ik in mijn professionele kunnen had gekregen. Ik was mij zodanig thuis gaan voelen aan boord en in Singapore, dat ik mijn terugkeer naar Nederland met gemengde gevoelens tegemoet zag.
Na de overdracht van het radiostation aan m´n opvolger en de nodige afscheidsdrankjes met m´n collega´s, voer ik met een sampan naar Clifford Pier om aan de wal mijn terugreis naar Nederland te regelen. Van de zijde van Radio-Holland waren er geen bezwaren om via Hongkong naar Nederland te reizen, zodat ik Josie opnieuw zou kunnen ontmoeten. Twee interessante jaren zaten erop, die mij veel voldoening hadden gegeven. Wat lag er nog meer in het verschiet?