Langs de kust van Nieuw Guinea 4 -
De dood van Michael Rockefeller, Wow Ipits, Tropenkolder
Bij terugkeer in Sorong verlaten onze passagiers het schip en direct daarna wordt “Voor en Achter” gemaakt voor de reis langs de zuidkust tot aan Merauke. Dit brengt ons bij plaatsen als Fak Fak en Kaimana.
Intussen worden de berichten over Indonesische infiltratiepogingen langs de kust steeds verontrustender. Terwijl wij in de rustige, transparante wateren van het zuidelijk deel van Nieuw-Guinea varen en geen enkel schip tegen komen, kan je je nauwelijks voorstellen dat je in een fel omstreden gebied vaart, dat de inzet is in een internationaal politiek schaakspel en waarbij de eerste doden al gevallen zijn.
De realiteit is dat Nederland niet over de militaire middelen, noch over de politieke wil beschikt om aan een serieus opgezette aanval van Indonesië op dit land het hoofd te kunnen bieden. De gemoederen in Indonesië worden steeds verder verhit door de regering van Soekarno, die tracht de grote mogendheden tegen elkaar uit te spelen. Nederland met zijn Nieuw-Guinearaad staat daar praktisch machteloos tegenover.
Het spel dat gespeeld wordt, is voldoende transparant om door iedereen te worden doorzien en dat maakt de schijnheiligheid van deze politiek zo afstotend. Ook de Verenigde Naties worden gemanipuleerd om de te voorspellen uitkomst een schijn van rechtvaardigheid te geven en het zal ten slotte aan Soekarno, met zijn oorlogshetze, gelukken de interne problemen in Indonesië naar een tweede plan te verschuiven en in alles zijn zin te krijgen ten koste van de Papoea bevolking. Maar zover zijn we op dit moment nog niet.
In Fak Fak liggen we op de rede en zijn de badjo´s en onze bemanning druk bezig met de routine van laden en lossen en we realiseren ons nauwelijks hoe dicht we bij de Indonesische eilanden Ambon en Timor zijn. ´s Nachts gaat het anker op en wordt koers gezet naar Kaimana. Daar ligt een detachement van de Nederlandse strijdkrachten bij een kleine kustplaats met een handjevol Papoea´s, Chinezen en Nederlanders.
Ik maak dagelijks verbinding met Hollandia Radio en Merauke, dat dicht tegen de grens van Australisch Nieuw-Guinea ligt. Soms is de verbinding uitstekend in de middengolf als de propagatie omstandigheden gunstig zijn en andere keren is de verbinding bijna onmogelijk door de veelvuldige atmosferische storingen in de tropen.
Zo nu en dan maak ik een babbel met mijn collega op de Kasimbar, die zich nu op het noordkust traject bevindt. We wisselen nieuwtjes en bemanningslijsten uit. Dit gebeurt meestal in de kortegolf, omdat het hooggebergte dat Nieuw-Guinea in tweeën splijt, de verbinding in de middengolf vaak bemoeilijkt. De kortegolfzender is een BC375, een z.g. bakkenzender, waarbij bij het wijzigen van de frequentie-band steeds een nieuwe bak moet worden geplaatst en afgestemd. Een omslachtige en tijdrovende methode, maar waar je in de praktijk toch vrij vlot mee leert omgaan.
Na Kaimana komen we in de buurt van Merauke. We arriveren ´s avonds laat en moeten wachten op hoog water om zonder gevaar over de drempel, een voor de haven liggende ondiepte, te passeren. Er is geen vuurtoren en het lichtbaken bij de haven wordt pas op zeer korte afstand zichtbaar. Er is wel een radiobaken en vertrouwend op de radiopeilingen varen we in het pikkedonker naar binnen. Het is even spannend en er is een zucht van verlichting op de brug als we over de ondiepte heen zijn en de havenverlichting van Merauke in zicht komt Daarna krijgen we een plaats aan de houten steiger. De niet geplaveide hoofdstraat staat haaks op de kade en wordt geflankeerd door toko´s die worden geëxploiteerd door Chinezen en waar etenswaren en andere artikelen van eerste behoeften worden verkocht. Van luxe artikelen is geen sprake.
Het laden en lossen gaat drie dagen duren en ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn motorrijbewijs te halen. Op een geleende scooter met een politieagent achterop rijd ik een paar rondjes door het dorp Er is maar één verkeersbord in Merauke en daar was ik voor gewaarschuwd. “Verboden in te rijden”. Natuurlijk kreeg ik opdracht van de politieman het verboden weggetje in te rijden. “Nee, dat mag niet”, zeg ik, zoals van me wordt verwacht en ik ben geslaagd. Ik krijg direct mijn rijbewijs op de politiepost.
Om en nabij Merauke is er zwaar gevochten door Japanners en Amerikanen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de rimboe rondom de plaats liggen de roestende overblijfselen van die strijd. Geschut, gebroken en verbogen machinegeweren, pantserplaten en bajonetten.
Halverwege de zuidkust van Nieuw Guinea ligt het Asmat gebied, een uitgestrekt gebied van moerassen en riviertjes. Het is eigenlijk een gigantische moddervlakte bedekt met een altijd groen regenwoud, waar zelfs geen enkele steen voorkomt. Het gebied grenst aan de Arafura Zee en bij laag tij ontstaat een mijlenlange modderige kustlijn en bij hoogtij komt de zeespiegel tot aan de mangroven boomgrens. Het Asmat volk bestond tot ongeveer 1956 uit niets ontziende koppensnellers en kannibalen, gevreesd door de wat vreedzamer buurvolken.
Een zoon van de Amerikaanse miljonair Rockefeller verdween hier spoorloos tijdens één van zijn exploratietochten. Zijn vader organiseerde een veelomvattende expeditie om zijn zoon te vinden, zonder enig resultaat. Zijn lichaam is nooit gevonden en aangenomen wordt dat hij is verdronken of het slachtoffer is geworden van koppensnellers of krokodillen.
Michael Rockefeller kwam voor de eerste maal naar Nederlands Nieuw-Guinea in maart 1961 voor een expeditie naar de Dani stam in de Baliem vallei. Daarna kwam hij terug in juni en juli voor een expeditie in het Asmat gebied, waar hij enige tijd doorbracht bij Dr. Gerbrands in het Asmat dorp Amanamkai. Dr. Gerbrands was de assistent directeur van het Rijksmuseum van Volkenkunde in Leiden, die zich daar gedurende geruime tijd bezig hield met het bestuderen van het houtsnijwerk van de Wow Ipits (meester houtsnijders). Hij was een bewonderaar van de expressieve kracht van deze Asmat kunst, de sterke vormgeving en de rituele functie en symbolische inhoud. (Een collectie van deze interessante Asmat kunst is te zien in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden).
Michael Rockefeller keerde voor een korte periode terug naar de Verenigde Staten, maar kwam in september opnieuw terug naar het Asmat gebied, deze maal met de intentie een verzameling van Asmat etnografica aan te leggen voor Amerikaanse musea en films te maken over het leven van de inheemse stammen.
Op 18 november 1961 slaat zijn catamaran voor de kust om. Zijn metgezel aan boord overleeft de schipbreuk door zich aan de kano vast te klampen en later te worden gered, terwijl Michael zwemmend de kust probeert te bereiken. Daarna ontbreekt van hem ieder spoor en wordt aangenomen, dat hij is verdronken of door krokodillen is verslonden. Andere onbevestigde geruchten deden de ronde, dat hij inderdaad de kust zou hebben bereikt en daar door vijandige Asmat bewoners werd gedood. Dit aan de hand van enkele persoonlijke bezittingen die later in één van de dorpjes zouden zijn aangetroffen. Hij was er intussen wel in geslaagd een belangrijke verzameling etnografica naar de Verenigde Staten te verschepen, die daar een plaats hebben gevonden in het Museum of Primitive Art in New York.
Ik zou zelf ook belangstelling krijgen voor de mooie met geometrische motieven uitgevoerde Jifois of Tivas en een bescheiden verzameling aanleggen. Bij een later bezoek aan Merauke kreeg ik onder bijzondere omstandigheden zelfs een groot aantal tijdelijk in mijn bezit. Hierover later meer.
Via de KPM-agent in Merauke kreeg ik een stenen bijl. Stenen bijlen werden destijds nog gebruikt voor het kappen van bomen in het binnenland. Bij dezelfde transactie hoorde een snelhoorn, de veelkleurige staart van een paradijsvogel en een trommel in de vorm van een zandloper, bedekt met een hagedissenhuid. De snelhoorn, prachtig bewerkt met geometrische motieven, werd gebruikt bij sneltochten om de aanval in te luiden en de triomfantelijke terugtocht aan te kondigen. Aan boord zou hij mogelijk zijn nut kunnen bewijzen als misthoorn. Door het vergelijken van fotomateriaal van Michael Rockefeller zou ik jaren later de maker van de drum identificeren als Per, de Wow Ipits uit het Komor dorp aan de Undir rivier in het Asmat gebied.
Een ander voorval in Merauke dat de aandacht trok, had te maken met derde wtk, de zoon van een dominee. Zijn gedrag was zo nu en dan wat zonderling, maar op een avond werd het vreemder dan vreemd. Na een aantal alcoholische versnaperingen was hij spiernaakt de gangway af- en het dorp ingelopen tot grote hilariteit van de plaatselijke Papoea´s, die toch wel aan naaktlopers gewend waren. Tenslotte liepen ze zelf ook alleen met een (koteka) peniskoker rond, maar een spierwitte naakte Nederlander zonder peniskoker was natuurlijk wel bijzonder. Hij werd ten slotte met zachte hand terug aan boord gebracht door een plaatselijke politieman en daarmee was ook dit geval van “tropenkolder” weer achter de rug.
Tijdens ons verblijf in Merauke meerde een minuscuul kustvaardertje aan de steiger naast ons af. De LETI hield zich bezig met een soort pendeldienst op de rivieren in het Merauke en Sepik gebied, waar hier en daar nog plantages waren die door Nederlandse kolonisten werden beheerd. Volgens mij was dit het kleinste schip van de KPM-vloot en aan boord was het een behoorlijk wilde beweging. De bemanning bestond, als ik mijn geheugen mag vertrouwen, uit een kapitein, stuurman en twee wtk´s en een paar lokale mensen, Papoea´s en Maleiers. Uniformen werden niet gedragen en ze deden min of meer waar ze zin in hadden. Zó ver van het hoofdkantoor en vergeten in de rimboe, maakten ze af en toe een reisje voor eigen rekening. Of ze daar rijk van zijn geworden, was toen niet aan ze te zien.
Ik hoorde van een van hen een verhaal over een recente overstroming, waarbij een groot aantal wallaby's geïsoleerd waren geraakt op een eilandje in de rivier. Met de motorvlet was men daar op af gegaan om ze te vangen. Dit bleek niet eenvoudig, omdat de beesten kriskras door elkaar sprongen en omdat ze lelijke trappen konden uitdelen. Ten slotte kregen ze er ruim 20 te pakken, die aan boord van de LETI weer werden losgelaten. De beesten sprongen links en rechts over het schip en zorgden voor de meest komische taferelen ooit vertoond. De muiters werden ten slotte door de wanhopige bemanning weer in hun eigen habitat losgelaten en daarmee keerde de rust aan boord terug.
In die paar dagen in Merauke waren er meer interessante zaken gebeurd dan gedurende de tussenliggende periode van Sorong naar Merauke, terwijl je Merauke toch zonder je teveel te vergissen, als het eind van de wereld kon beschouwen. Weer een bewijs dat “in the middle of nowhere” de meest onverwachte dingen kunnen gebeuren.
De terugreis naar Sorong verliep zonder verdere wetenswaardigheden. De Badjo´s werden afgemonsterd en we begonnen uit te zien naar onze “thuishaven” Singapore.