Grootvader

Het laatste beeld dat ik van je overhoud,

Zal niet vergaan met de tijd.

Je lag daar in die kleine kamer, zo koud.

Nee, ‘k geraak het niet meer kwijt.

Als ik nu je vergeelde foto’s bekijk,

Dan denk ik aan je leven.

En ‘k weet dat er aan jou, al was je niet rijk,

Toch heel veel was gegeven.

J’hebt in ’t groeien van ’t koren en de bomen

’t Geheim van ’t zijn leren zien.

Door grootheid in eenvoud heb je bekomen

Wat hoogmoed zelfs niet kan zien.

‘k Zie je nog stil zijn, bidden, blij zij zijn, ja reeds

lachen, kijkend naar die wand.

Op haar foto die daar hangt, staan nu nog steeds

De afdrukken van je hand.

Rust zacht, nu je ’t eeuwig leven met haar deelt.

Hier heb je je taak volbracht.

En als ik nu nog denk aan dat laatste beeld,

Dan zie ik dat je glimlacht.

Gino Vyncke

tweede prijs 1989