FAQ

Mogen nonsensgedichten ook?

Ja, als het maar een poëtisch gehalte heeft. Humor en nonsens zijn heel moeilijk in poëzie.

Mogen we illustratie toevoegen?

Er is niets op tegen, maar een illustratie versterkt in de meeste gevallen het gedicht niet (meestal integendeel). Laat het gedicht voor zichzelf spreken.

Is er een verplicht lettertype?

Neen. Enige raadgeving hier: kies een duidelijk leesbaar lettertype. Je kan ook spelen met lettertypes (en met lay-out algemeen) maar het gedicht wordt er enkel sterker door als de variatie van lettertypes (en leestekens) functioneel is. Een gedicht over angst wordt niet sterker door er massa’s uitroeptekens aan toe te voegen of door woorden in vette hoofdletters te zetten. Een gedicht over een afgebroken liefde kan eventueel charmerender worden als het het uitzicht krijgt van een gebroken hart …

Mogen we uitleg geven bij ons gedicht?

Neen. Het gedicht moet voor zichzelf spreken.

Moeten we ons gedicht voorlezen als we winnen?

Nee, maar het is evenmin verboden! De gedichten worden wel voorgelezen en dan gedurende een hele tijd uitgehangen in inkomhal (gebouw A) en de gang van de directie. De gedichten worden ook doorgaans nog eens gepubliceerd in het tijdschrift van de oud-leerlingen (met een oplage van meer dan 3000 exemplaren … veel Vlaamse dichters kunnen alleen maar dromen van zo’n verspreiding).

Hoeveel kansen hebben leerlingen uit de tweede graad om te winnen?

Evenveel als anderen. In de loop van de voorbije jaren hebben we de aanmoedigingsprijs eigenlijk nog maar zelden uitgereikt (slechts een vijftal keren).

Kan een leerling meerdere prijzen winnen?

Ja, en dat komt dikwijls voor.

Hoelang bestaat de wedstrijd al

De eerste jaargang ooit was 1986 => in 2006 werd de twintigste editie (eigenlijk een jaar te laat) in de kijker gezet met een aparte uitgave van alle winnende gedichten (te vinden in de schoolbieb, onder de titel “Er zit in een dichter in de klas”).

Wie zit er in de jury?

Een bonte en steeds variërende mengeling van leerkrachten (taal én wetenschappen), ouders (oudercomité), oud-leerlingen (ex-winnaars) en enkele “buitenstaanders”, in totaal meestal ongeveer 15 lezers.

Hoe werkt de jury?

Elk jurylid krijgt de bundel gedichten mee als paasvakantielectuur. Zij krijgen enkel de gedichten, geen namen. Elk jurylid kiest vijf gedichten en kent daar punten aan toe (beste 10, dan 7, 5, 3, 1). Deze punten worden samengebracht bij de coördinerende leerkracht (mevrouw Colle) die alle resultaten samenbrengt tot een overzichtelijk geheel (waarop zowel een totaal staat, als hoe dat totaal bereikt werd). Tijdens een geanimeerde samenkomst worden deze resultaten besproken en wordt – na veel discussie en lang overleg – in consensus (nog nooit door stemming) de volgorde van de winnende gedichten vastgelegd. Pas dan worden de namen van de winnende dichters bekendgemaakt.

Hoe zit het met de kwaliteit van onze wedstrijd?

Vrij goed, hoewel dat elk jaar weer afwachten is… we kunnen wel met enige tevredenheid terugblikken op enkele duidelijke signalen van bevestiging. Mevrouw Colle stuurt de beste gedichten naar een poëziewedstrijd (Soetendaelle) waar ze tot nog toe bijzonder goed scoren. Uit de duizenden inzendingen komen “onze gedichten” heel dikwijls als prijswinnaars …