Geschiedenis‎ > ‎

Hotel Terlinck


Door Annie TERLINCK, Furfooz, juni 1998.

Eugenie Justine Mathilde BAELDEN werd geboren in Bulskamp op 12 juni 1850.

Haar vader, Alexander Cürnil BAELDEN is dan 48 jaar, geboren in Houthem op 26 maart 1802. Hij huwt in Houthem op 1 augustus 1839, met zijn rechtstreekse nicht Henrieta Louise BAELDEN. Zij is eveneens in Houthem geboren op 16 mei 1814.

Alexander en Henriette (Metje genoemd) zijn landbouwers net zoals hun voorouders. Zij wonen op een boerderij gelegen tussen Bulskamp en Houthem.

Eugenie moet tussen de 30 en 40 jaar oud zijn als zij voor het eerst gefotografeerd wordt. Zij heeft daarop bruine en stevige haren, in een haarwrong getrokken met een scherp afgetekende middenstreep. Een mooi ovaal aangezicht, bruine ogen, een vrijgevige goed getekende mond en een grote rechte neus. Haar blik is oprecht en zacht. Zij is gekleed in een streng zwart kleed, dichtgeknoopt tot aan de hals. Een andere foto dateert van rond 1906. Op dat ogenblik is ze reeds grootmoeder. Het is een slanke vrouw, die net hetzelfde model van kleed draagt, zwart, korset met baleinen en rechte halsboord. De haren zijn nog steeds donker en het kapsel is niet veranderd. We bemerken reeds enkele grijze haren. Op de foto, genomen op haar tachtigste, verschijnt ze als breedlachende vrouw, draagt ze nog steeds een zwart kleed maar, was het nu voor deze enige gelegenheid, wat lichter getint door kleine witte motieven. De haren zijn wit geworden maar ze draagt nog steeds hetzelfde trotse kapsel.
Geen ijdelheid maar een edele houding met een vriendelijke gelaatsuitdrukking. Haar hele leven lang zal ze, boven op haar jurk, een grote witte schort in katoen dragen, blauw-wit geruit en met kleine plooien (Plissé). Als ze zich"opkleedt" zal ze een fijner kleed dragen en zal de schort van zwarte zijde zijn.
Om uit te gaan draagt ze een kleine langwerpige hoed die ze vooraan omhoog zet en die met een uitsnijding op de haarwrong rust. Soms wordt de hoed versierd met een bescheiden lint.

Samen met haar drie broers en één zuster brengt Eugenie haar jeugd door op de boerderij die, zoals de meeste in de omgeving, geen grote onderneming is. Thuis spreekt men er Vlaams.
Haar vader is een ontwikkeld man, gewaardeerd door iedereen, Hij en zijn vrouw zijn eerlijk, verstandig, vooruitstrevend en breeddenkend. Ze zijn progressief.
Als Alexander op 58- jarige leeftijd sterft, is Eugenie 10 jaar oud.
Alexander en Henriette streefden ernaar hun, kinderen een goede opvoeding te geven.

Egenie wordt naar het pensionaat in Hondschoote gestuurd om haar studies verder te zetten en Frans te leren.

Op 11 oktober 1869 huwt ze in Bulskamp met Henri Polydoor TERLINCK.(19 jaar)

Henri TERLINCK is geboren in Houthem op 5 april 1840 en komt uit een brouwersfamilie. Zijn vader Louis was gehuwd met Isabella CALOONE, een Française geboren in Hondschoote. Het zijn notabelen. Louis is maire (later burgemeester) van Houthem, ook zijn vader Pierre beklede deze functie. Ook Pierre was brouwer in Houthem rond de jaren 1780.

Pierre-Jules TERLINCK, de jongere broer van Henri, gaat verder met de uitbating van de ouderlijke brouwerij te Houthem. Henri daarentegen, die de brouwersstiel ook zeer goed kent, gaat zich met zijn vrouw in Veurne vestigen en beslist daar een nieuwe brouwerij met mouterij te bouwen en uit te baten. Deze brouwerij wordt "Brasserie St. Georges" genoemd.

Ze hebben het vertrouwen van beide families en kunnen rekenen op leningen. Ze lenen en betalen terug! De zaken gaan goed. Ze kopen verscheidene cafés om er hun eigen bier te verkopen: "De Fortuyn" in Vinkem (nu Beauvoorde); "De drie Visschers" in Adinkerke, "Den Kanonier" op het gehucht Het Kaatsspel in Veurne, "Den Snoeck" in Bulskamp en "Veurn's Roozendael" in Veurne. Anderzijds lenen ze op hun beurt geld aan August Palfliet, herbergier in Bulskamp. Men kan er zeker van zijn dat op die plaats enkel hun bier zal geschonken worden.

In de dezelfde periode dat Henri en Eugenie de brouwerij stichten, vergroot ook hun gezin.
Prosper wordt geboren in 1870, Herman in 1872, Augusta in 1873, Bertha in 1879, Clary in 1882, Louis in 1884 en Yvonne in 1891.
 
Ze zijn niet rijk bij de familie Terlinck in Veurne. Achter de brouwerij en de mouterij bevinden zich een groentetuin en fruitbomen. Ze houden ook varkens en kippen. Eugenie is een doorzetster: ze helpt haar man terwijl ze ook haar kroost grootbrengt, dat nog aanzienlijk aangroeit met de jonge kinderen van haar pas overleden zuster Rosalie.

Eugenie weet wat ze wil en waarom ze zo hard werkt. Ze heeft beslist dat haar zonen gaan studeren. Ze is vastbesloten dat haar dochters ook zullen studeren niettegenstaande de tegenkantingen van de familie Terlinck, die het ongepast vindt dat vrouwen werken en studeren.
In 1886 lijdt ze erg door het verlies van haar dochter Augusta.

De Baelden's maar vooral de Terlinck's zijn van liberale overtuiging, ze staan positief tegenover het officieel lekenonderwijs en de ontwikkeling van het volk in zijn eigen taal. Eugenie heeft veel belangstelling voor de inspanningen van de Vlaamse letterkundigen. Ze schaft zich de eenvoudige volkse uitgaven aan van H. Conscience, die overal verspreid worden. De eerstgeborenen doen nog hun eerste communie, maar Louis weigert om naar de catechismus te gaan, waar de leerlingen worden heengestuurd door de dorpsonderwijzers. Voor Yvonne is daar zelfs geen sprake meer van. De Terlinck's evolueren duidelijk naar het atheïsme, en dit is onvergeeflijk in Veurne. De kinderen gaan naar de gemeenteschool, dus  niet naar de katholieke, waar alle kinderen van de notabelen horen te gaan t.t.z. de deftige kinderen! Het is het tijdperk van de schoolstrijd en de familie zal het doelwit worden van de "broodrovers" zoals men dan de leden van het katholiek onderwijs noemt.

Het is deze strijd die aan de basis ligt van de achteruitgang van de brouwerij. Later zal ook blijken, dat zoals voor alle kleine brouwerijen van de streek, de brouwerij St. Georges tot ondergang gedoemd is door de concurrentiestrijd met de grotere ondernemingen.
Een andere oorzaak, eigen aan Veurne, is de vervuiling van het putwater dat de brouwerij en de mouterij bevoorraadt. Het water wordt vervuild door zeewater dat binnensijpelt als gevolg van het openzetten van de sluizen in 1914.
Er vormt zich een beweging tegen de brouwerij. Van op zijn preekstoel verbiedt de pastoor zijn toehoorders zich nog met bier te bevoorraden bij Terlinck en een belangrijk deel van het cliënteel gehoorzaamt. Eugenie neemt op dat moment het initiatief voor het project dat de aanloop zal worden tot de oplossing.

Voor haar tijdgenoten en. haar omgeving is Eugenie een uitzonderlijk persoon. Onbewust is ze feministe: actief en verantwoordelijk, zonder omhaal. Ze is in feite niet echt antiklerikaal, maar ze houdt zich aan haar ideeën en aan het atheïsme, zeer ongewoon in een stad als Veurne.
Ze helpt de zusters van het weeshuis de kinderen te kleden, maar ze komt vooral op voor de meisjes die meegesleept worden om de kap te dragen zonder dat ze hiervoor een roeping voelen. Wanneer het hotel in De Panne voltooid is, zal ze er verscheidene van deze ontsnapten opleiden en ze helpen om zich te vestigen als handelaarster of om een familiepension op te richten.

Hoe komt het dat in 1892 Arthur BONZEL, inwoner van Haubourdin (Rijsel), eigenaar van duinen in De Panne (waar nu Dumontwijk) en de architect Albert DUMONT van Eugenie hebben horen spreken? In elk geval staat vast dat haar strijdvaardigheid, haar energie, haar eerlijkheid en haar vooruitstrevende ideeën maken dat beide heren haar medewerking vragen voor de aanleg van het strand in De Panne. Ze is dan 42 jaar.
Thuis zijn er nog altijd 6 kinderen tussen de 22 en 1 jaar. Uiteindelijk aanvaardt ze het voorstel om mee te werken. Henri moet waarschijnlijk het project ook gunstig gezind zijn vermits hij, hetzelfde jaar nog, een krediet ten bedrage van 25.000,- Fr. krijgt.
In wat voorgaat zagen we dat beide echtgenoten verscheidene cabarets (cafés) aankochten.
Eugenie komt dan op het idee om in De Panne een soort blokhut te bouwen. (zie foto bovenaan). Wetende dat de invloed van de pastoor niet tot daar reikt, meent ze daarmee vooral een nieuw afzetgebied voor het Terlinckbier te scheppen. Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom Henri het vertrek van zijn vrouw naar De Panne aanvaardt en dat ze zich in dit avontuur stort. De inhuldiging gebeurde op 1 juli 1893 en werd opgeluisterd door de Veurnse muziekmaatschappij "Willen is Kunnen"

Er is geen aankoopakte van de grond gevonden. Is het eigendom van Arthur BONZEL? Hij en Albert DUMONT zouden beiden, naar het schijnt, persoonlijk Eugenie geholpen hebben bij haar eerste onderneming.
Het houten huisje,"Chalet des Islandais" genoemd, moest nog bereikbaar worden gemaakt.
Eugenie koopt een oude kar voor 200,-fr. om de dienst te verzekeren tussen Adinkerke en De Panne.

In 1897 nadert Eugenie de leeftijd van vijftig jaar. Haar zoon Prosper is zaakvoerder van de brouwerij en Herman is geneesheer. Bertha is 18 jaar, Clary is er 15, Louis 13 en Yvonne slechts 7 jaar.

Eugenie beheert haar zaken goed. Ze begint bekendheid te krijgen.
De heren Albert DUMONT en Eugeen BONZEL gaan haar dan betrekken in een veel groter en ambitieuzer plan : de oprichting en uitbating van een groot modern hotel, dat zal gebouwd worden op de hoek van de zeelaan en de dijk.
In die tijd heeft een vrouw geen enkele onafhankelijkheid en moet ze zich laten bijstaan door haar man voor de verscheidene aktes. Het schijnt dat Henri niet al te erg opliep met dit project. Nochtans zal hij haar helpen. Alleen kan ze geen lening aangaan. Henri aanvaardt dit te doen; de echtgenoten zijn solidair.

Op 5 maart 1897 geeft Arthur BONZEL aan Henri en Eugenie een kredietlijn van 30.000,-fr. Dezelfde dag verkoopt hij aan de echtgenoten TERLINCK, voor de som van 20.000,- een bouwgrond gelegen in Adinkerke-De Panne (hetzij 29,7 fr./m2). Ze verbinden er zich toe om jaarlijks minstens 4.000,-fr. terug te betalen, te vermeerderen met de intresten aan 4%. Deze grond is dus bezwaard met een hypotheek.

De plannen voor het hotel worden opgemaakt door Albert DUMONT. Dit alles schrikt Eugenie niet af. Ze voelt zich in staat om bergen te verzetten (hier is het natuurlijk zand). " Kenmerkend is het verhaal van de duin die het zicht op de zee belemmerde voor de gasten van het hotel van Mevr. Terlinck en die een oude visser, een nieuwe Sisyphe, kruiwagen per kruiwagen en tijdens zijn vrije uren, liet verdwijnen". (1)
In 1904, vier jaar later, kopen de echtgenoten TERLINCK-BAELDEN een nieuw stuk grond, aanpalend aan het eerste. Het hotel wordt vergroot.
Eugenie werkt dag en nacht aan haar hotel, ze neemt amper de tijd voor de strikt nodige slaap. Als ze voor enkele minuten gaat zitten, dan is het aan haar naaimachine. Ze kan het niet hebben dat een vrouw niets om handen heeft. Noch haar dochters noch, later, haar schoondochters, durfden inactief te blijven. Men vraagt zich zelfs af of ze haar klanten niet aanmoedigde hetzelfde te doen!
Haar werk werpt zijn vruchten af: in 1906 is alles terugbetaald.

De kinderen van Eugenie zijn in Veurne gebleven bij hun vader. Ze wordt daar vervangen door een van haar nichten. Op het einde van  de week komt Henri naar De Panne. Op een zekere zaterdag is het hotel volgeboekt en de klanten komen er aan. Eugenie beslist op dat ogenblik haar eigen kamer af te staan en ergens anders te overnachten. Dat valt zodanig in slechte aarde bij Henri dat hij nooit meer naar het hotel zal komen!
In 1911 stichten de echtgenoten Terlinck-Baelden een coöperatieve vennootschap "Hotel Terlinck van De Panne" waarvan Eugenie de afgevaardigde-voorzitster is.
In 1902 komt het noodlot voor een tweede maal aankloppen bij Eugenie, haar dochter Bertha sterft op 22-jarige leeftijd.

In 1903 kopen Henri en Eugenie een stuk grond te Koksijde op naam van hun dochter Clary die haar moeder sinds verscheidene jaren helpt. Ze heeft haar bekwaamheid bewezen en Eugenie vindt dat de tijd rijp is voor haar om op haar beurt een groot hotel te beheren. Het terrein is gelegen op de hoek van de Zeelaan en de dijk, zoals in De Panne. De verkoop wordt afgesloten voor de som van  11.740,-fr, of 8,-fr. per vierkante meter. Koksijde haalt de prijzen van De panne niet. Het eerste hotel Terlinck, nl. het houten gebouwtje "Le Chalet des Islandais", wordt  stuk voor stuk uit elkaar genomen  en terug opgebouwd in Koksijde. In 1905 wordt dit gebouwtje vervangen door een hotel dat erg goed lijkt op dat van De Panne. Nogmaals is Albert Dumont er de architect van.

Meer landinwaarts, in de duinen, tussen De Panne en Koksijde, vlakbij het kappelletje van Sint Idesbald, koopt Eugenie een reeks vissershuisjes. Ze vestigt er een wasserij met handbediende wasmachines. Er wordt beton gegoten om de machines te verankeren. Ontelbare strijkijzers worden doorlopend opgewarmd op twee fornuizen. Een van de kleine huisjes wordt vergroot om bij slecht weer als droogplaats voor de lakens te dienen. Eugenie is spaarzaam: de onderdelen van het houten gebouwtje dat afgebroken wordt om plaats te maken voor het groter hotel, worden bij de verbouwing van de huisjes herbruikt. Sommige onderdelen hiervan bestaan nog steeds. De andere huisjes dienen om arme mensen te huisvesten “geholpen” door Eugenie.

Het laatste gebouw dat ze laat oprichten is de villa “Onze Rust” die ze voor haar oude dag bouwt bij de vissershuisjes.

In 1910 stichten Clary en Yvonne, met toestemming van hun vader en hierdoor bekwaam verklaard om handel te drijven, een collectieve vennootschap. “De gezusters Terlinck” waarvan de doelstelling de exploitatie van het Hotel Terlinck in Koksijde behelst evenals van alle gelijkaardige etablissementen.

Eugenie vindt dat ze geen moeite gespaard heeft voor de professionele vorming van haar zonen, maar dat haar dochters hun deel nog niet gehad hebben. Ze schenkt hen dus een hotel.

De naam Henri duikt telkens op als er sprake is van aankopen, het staat echter vast dat het geld hiervoor wel degelijk de vrucht is van de arbeid van Eugenie.

Het hotel te Koksijde opent zijn deuren in 1905. Eugenie is in alles geslaagd: haar dochters hebben een beroep en kunnen nu onafhankelijk zijn.
Henri sterft op 12 november 1913 in de leeftijd van 73 jaar. Misschien bezit hij geen fortuin, maar hij laat hij ook geen schulden na. Zijn kinderen, zowel de jongens als de meisjes, hebben elk een stevig beroep verworven. Zijn politieke overtuigingen hebben geen gunstige invloed op zijn leven gehad.
Anderzijds is de bijdrage van zijn vrouw niet te onderschatten.

Het cliënteel van beide hotels is standvastig. Brusselaars, Antwerpenaars, Luikenaars, Duitsers, maar vooral gezinnen uit het noorden van Frankrijk, die ook hun kinderen sturen (gezinnen van 10 tot 12 kinderen zijn niet zeldzaam) onder de hoede van een gouvernante of dikwijls een zuster. De reputatie van "moederfiguur" Eugenie geeft een sfeer van zekerheid. Koksijde is een familieplaats met als troeven het strandvermaak, de duinen en de familiefeesten, waar er soms gedanst wordt.
Het strand van De Panne is voornamer. In 1911 of 1912 huren Koning Albert en Koningin Elisabeth villaverblijven in De Panne. De Aartshertog Frans Salvator, zijn echtgenote Marie Valerie, dochter van de Keizer van Oostenrijk, en hun zeven kinderen, huren de nieuwe vleugel van het hotel. Na 1918, krijgt Eugenie bezoek van de Gravin van Salm, vriendin van de Aartshertogen. Deze laatste verklaarde haar dat het verblijf van de jonge prinsen in De Panne een van hun beste herinneringen zou blijven. "Misschien zullen de leden van de vorstelijke familie nooit nog zo sympathiek ontvangen worden" (1).

De oorlog van 1914 breekt uit. Het hotel van Koksijde wordt "zonder eigen belang" ter beschikking gesteld van het Rode Kruis. Clary en Yvonne verlaten Koksijde en gaan hun moeder helpen in De Panne.
Vóór 1917 zal Eugenie in De Panne officieren en vliegtuigpiloten van het Belgisch leger verwelkomen, alsook Amerikaanse leden van het Rode Kruis. Bij haar, in het hotel, komen ze terug op krachten, en wordt er muziek gemaakt. Eugenie ontvangt "steeds met dezelfde eenvoud en dezelfde uitnodigende glimlach die eerbied afdwingt: staatshoofden, generaals, ministers, diplomaten, officieren, kortom alle notabelen die in De Panne komen, hoofdstad van onbezet België" (3). Koning Albert en Koningin Elisabeth verblijven dikwijls in De Panne tijdens de oorlogsjaren. De koningin steunt dokter Depage, die het hospitaal van de Oceaan opende, enkele meters van het hotel Terlinck verwijderd. De koningin ontmoet Eugenie dikwijls. Deze laatste spreekt haar over het lot van de zeelieden van De Panne.
Ze moet zeker gehoord hebben van de stichting IBIS.
In 1906 was er in Oostende een school voor "De Pupillen van de Zeevisserij ", een adoptiewerk voor de wezen van vissers, geïnstalleerd onder de hoge bescherming van HM de Koning de Belgen. De bedoeling is de kinderen aan te moedigen om de stiel verder te zetten; indien ze door hun eigen familie opgevangen worden zullen ze geneigd zijn het beroep op te geven. Een tekort aan vissers in deze tijd is slecht voor de economie van het land; het is van nationaal belang dat de zonen van vissers het beroep van hun vader verder zetten". Dit goede werk, volledig buiten het klimaat van de politiek in het leven geroepen, is gesticht op basis van broederlijkheid en liefdadigheid (4).
Voorzeker is Eugenie zeer gevoelig voor de humanitaire kant van de stichting. Zij spreekt erover met de koningin want ze streeft ernaar dat de weeskinderen van De Panne er van zouden kunnen genieten. Ze kent ze één voor één. De koningin vertrouwt haar de taak toe om de eerste gegadigden aan te duiden, want zegt ze:
"Als ik dit aan de pastoor vraag zal ik enkel katholieken krijgen, en als ik het aan de anderen vraag zal ik het tegenovergestelde bekomen ".

In april 1918 wordt De Panne bedreigd en de familie schaart zich achter Eugenie en mevrouw Dansaert (die haar sinds lange tijd bijstaat in haar taken) en trekt zich terug naar Pontaillac, nabij Royan, waar Eugenie onmiddellijk het "hotel d' Angletaire" huurt en uitbaat tot in november van dat jaar.
Wanneer ze verneemt dat Oostende heroverd is, kan ze zich niet meer houden en vertrekt naar De Panne om onmiddellijk aan het werk te gaan. Ze heropent eerst het hotel van De Panne en daarna dat van Koksijde, dat meer geleden heeft van plunderingen dan van oorlogsschade.

In 1921 komen De koning en de koningin naar het hotel Terlinck in De Panne en onderscheiden Eugenie met het ereteken van Koningin Elisabeth. Een herdenkingsplaat wordt op de gevel van het hotel geplaatst. Deze plaat is verdwenen.

Na de Eerste Wereldoorlog beslist Eugenie haar dierbare hotels te verlaten. Ze laat het bestuur over aan haar dochter Clary en haar trouwe medewerkster mevrouw Dansaert. Als Eugenie het beheer van haar hotels oververlaat, stopt ze zeker niet met alle activiteiten. Zij, die haar doel bereikt heeft door kracht en moed, zal nog andere vrouwen helpen. Vooral diegenen die haar eerste medewerksters waren, om zich als zelfstandigen te vestigen, om een zaak te beginnen of om familiepensions te stichten in De Panne of in Koksijde.

Eugenie zelf gaat in "Onze Rust" wonen. Daar komen haar kinderen, haar kleinkinderen en haar achterkleinkinderen op bezoek. Als de tijd gekomen is dat ze zich niet goed genoeg voelt om nog alleen te blijven, verhuist ze terug naar Veurne en gaat bij haar nicht Bie wonen.
Ze sterft op 14 oktober 1936 op 86 jarige leeftijd. De bevolking woont vol respect haar begrafenis bij, alhoewel hiermede in Veurne de eerste en de enige burgerlijke begrafenis plaats heeft.
In Koksijde zal een plein haar naam dragen terwijl in De Panne niets meer aan haar herinnert. Misschien is het beter zo. Zou ze zo graag gezien hebben wat er van haar geliefkoosde plaats, waar ze zo sterk in geloofde en zoveel aan gegeven heeft, geworden is?

Als Eugenie zich in het avontuur van het hotelwezen gestort heeft, was het opdat haar kinderen zich zouden kunnen"optrekken". Is ze daarin geslaagd? Prosper is verder gegaan met de brouwerij en mouterij. Herman heeft zijn studies van geneesheer beëindigd in Gent en vestigt zich als oogarts te Brussel. Louis, de derde zoon, wordt kapitein ter lange omvaart en daarna scheepsexpert bij de maritieme verzekeringsmaatschappijen. Clary trouwt met Georges Smets, een jong universitair uit Brussel en Yvonne huwt met een Amerikaan, helper bij het Rode Kruis. Ze vestigen zich in New York.
Referenties:


(1) A. Paul OGISTE. Guide illustré de La Panne. Brochure waarschijnlijk uitgegeven door de apotheker Ruyssen tussen 1918 en 1940.
(2) E. RAHIR. Au pays des grandes dunes. Uitgever M. Defaivre, Brussel 1928. (3) LA PANNE PLAGE, 2e année, nr. 14,30-7-1922.
(4) E. BARTHOLOMEYS. La Cöte BeIge, CaIlewaert gebroeders, jaar onbekend.


Met veel dank aan Bertha Terlinck-Friesewinkel en Annie Smets Dorsingfang. Dank zij hun archieven en hun verhaal heb ik het leven van hun grootmoeder terug kunnen schetsen.

Annie TERLINCK, Furfooz, juni 1998.

(vertaling: Etienne Terlinck, Antwerpen, februari 1999)



Chalet des Islandais in 1894

"Door profijt te halen uit de ligging van een weg bestemd voor onze vissers om de rechtstreekse verbinding te verzekeren tussen de kust en het achterland en die kort voordien nog verlengd werd tot in de onmiddellijke nabijheid van het strand, aan de voet van een duin die de vorm heeft van een kameelrug, die ook een beetje het uitzicht op de zee belemmert maar ook als goede beschutting tegen de zeewinden fungeert, liet deze vrouw met beperkte middelen een houten constructie bouwen van geringe omvang. De materialen zijn hergebruikte en de architectuur is eenvoudig. Zoals het daar staat, wordt dit gedrochtje al snel het toevluchtsoord, niet enkel voor vissers die ontspanning zoeken, maar ook voor toeristen, vooral Fransen, die door een goede ster tot daar geleid worden. Dit bescheiden gebouwtje wordt binnen de kortste keren de plaats van samenkomst voor kunstenaars. Ze vertoeven daar ver van de bewoonde wereld, vlakbij de duinen waar het aangenaam is zich te ontspannen, zich met de natuur te vereenzelvigen en daar, tijdens lange uren, te trachten met enkele vluchtige kleurtrekken de onstandvastige golven vast te leggen, de wilde schoonheid, de onderbroken omtrekken van de kale duinen waarvan de flanken slechts enkele grassprieten herbergen, gemengd met enkele zeldzame kleine plekken met bloemen, soms in de schaduw van het zilverkleurige gebladerte van een groepje onvolgroeide wegedoorns.

De opening van het gebouwtje gaat niet zo ver terug in de geschiedenis. Het is in de julimaand van het jaar 1893. Het evenement is toch opzienbarend voor de streek, de zaak wordt dan ook plechtig geopend. Een muziekkorps uit Veurne, vergezeld van vele nieuwsgierigen, komt deze opening opluisteren. Van alle hoeken komen vissers toegelopen; de duinen in de onmiddellijke omgeving zien zwart van het volk. Het wordt een roemrijke dag. Men zou als het ware zeggen dat in deze massa elkeen beseft wat er gaat uit voortvloeien; allen voorspellen het succes van De Panne! Er wordt vol overgave duchtig gedanst op de tonen van meeslepende muziek. Gedurende heel de zomer wordt het een opeenvolging van vrolijke feesten. De bezetting van het gebouwtje gaat onverminderd verder en het gebeurt dan dikwijls dat de kinderen van de stichteres een orkest vormt aan de hand van een piano, een viool en een mandoline en laten ze heel wat koppels springen tot in de late uurtjes.(1)

Dit houten gebouwtje "past volledig in de mooie, ongerepte natuur, rustgevend en omgeven met wilde duinen, gelauwerd door een kroon van helmgras,die het uitzicht van het eenzame zandige strand vervolledigt en de majestueuze oneindige zee”(2)


"Premier service La Panne -Adinkerke" 1894


Eerste hotel Terlinck 1897
Arch. Albert Dumont


In zijn glorietijd (na 1908) beslaat het hotel Terlinck het gehele stuk (45m) tussen de Zeedijk en de Duinkerkelaan


Ook chic interieur

"Vanaf het daaropvolgendjaar rijst aan de overkant van het oorspronkelijk eenvoudig gebouwtje, een bakstenen gebouw op, niettegenstaande de bescheiden afmetingen, versierd met de naam "hotel". Het is daar dat het schoon volk komt overnachten. Iedereen voelt er zich thuis; de verstandhouding tussen de gasten en de uitbaatster is zo geweldig, dat haar gasten zelf ,dagelijks over het menu beslissen. Wat blijft er over van deze gelukkige jaren, de gouden tijd voor De Panne? ..

"Vanop haar terras aanschouwt een uitgelezen groep artiesten, schrijvers, geleerden, mondainen, die onze mooie kust bezoeken, de mooie zonsondergangen die in de zomer zo merkwaardig zijn; op die plek wordt er gesproken over hen die verdwenen zijn, zoals o. a. Lambeau en Artan, waarvan de geniale ziel zeker op dit strand spookt, strand waar ze vroeger zo graag kuierden langs de waterplassen, vergeten door het getij. Door deze onuitsprekelijke schoonheden van de natuur, die hier als bij wonder verenigd zijn, kan mevrouw Terlinck zo veel vooraanstaanden overtuigen op dezelfde plaats terug te komen waar ze, meer dan elders, konden genieten van de rust voor de geest, die de mooie en edele gedachten begeestert en verdienstelijke werken creëert. Het is ook op deze manier dat ze haar goede faam kon maken, die op zich al genoeg zegt over de manier waarop men haar diensten naar waarde schatte, deze van "De moeder van De Panne". Het hotel Terlinck geeft de nodige schittering aan een verloren plaatsje, waar weleer slechts een paar bevoorrechten konden naartoe gaan, zodanig dat haar naam naar alle hoeken van Vlaanderen uitstraalt. Heden zijn vakantieoord en hotel de plaats van afspraak geworden voor allen die gedurende hun vrije dagen aan een gezonde ontspanning doen die de man sterker maakt en de vrouw sierlijker, en op deze wijze de genoegens en de vreugde van het familiaal leven willen combineren". (1)





Hotel na een eerste reeks verbouwingen


De stijlvolle en imposante kiosk juist voor het hotel werd in 1929 gebouwd door aannemer Georges Demolder naar de plannen van Charles Crevits.
5verwoest in WOII)

Gevelontwerp zijde Zeedijk van het geplande casino-hotel waar de Albert Premier gekomen is. Dit was steeds de droom van de familie Ollevier


Hiervoor heeft Henri Terlinck en zijn vrouw Eugenie Baelden 675 m2 bouwgrond gekocht van Arthur Bonzel. De meest unieke ligging aan de nieuwe Zeelaan. Gebouwd in 1897 met als architect en geldschieter Albert Dumont
Comments