Brasserie des Bains (Open Monumentendag 2014)

Inleiding

  • Ligt op de rand van de Dumontwijk maar niet van de Belle Epoque periode. Hierdoor beschermde voorgevel (zie verder "naar buiten", ook andere mooie beschermde gevels aan dezelfde kant van de Zeelaan)
  • Interieur niet beschermd maar open op Monumentendag omdat het één van de bekendste stamcafés was van De Panne (Exact reeds 53 jaar ben ik hier klant). Jarenlang kwamen hier iedere zaterdagmiddag de leden van de carnavalclub "De Orden van de Beren" samen (naam aan die club gegeven door de uitbaatster Jeanine. Haar uitspraak ‘ moa zien da bèren ‘ over Michel, Marc en Guido, carnavalfanaten, lag aan de oorsprong van de naam ‘ De orde van de beren ‘. Deze traditie wordt nog standgehouden maar niet meer door "De Beren". Veel Pannenoars spreken nog over de uitbater gedurende vele van die jaren (van 1959 tot 1995 = 36 jaar): Walter van de Bains ( gestorven begin juli zomer 2014) en zijn vrouw Jeanine (woont hier om de hoek). De zaak is van hotel naar brasserie gegaan in 1980/81.
  • Gedicht Jacques Debacker uit 1986: Lees>>>
  • W&J hebben 2 dochters: Dominique en Viviane hielpen in de zaak. De alombekende Viviane dagelijks als dienster en Dominique tijdens de "coups de feux's" om glazen te wassen, te helpen tappen en vooral veel met de toogklanten te babbelen. Later ook Davy, als garçon, de enige zoon van Dominique .
  • Walter was o.a. een groot voetballiefhebber. Iedere zondagnamiddag was die getipt over de uitslagen van alle matchen in de diverse klassen. Het was voor hem absolute prioriteit om het grote krijtbord in zijn café in te vullen naargelang de resultaten binnenkwamen. (Internet bestond dan nog niet). Als De Panne speelde en won dan werd buiten de vlag van de club uitgehangen. Het was dus niet strikt nodig om de café binnen te komen maar velen konden het niet nalaten om op de zondagavond één pintje (of meer) te komen drinken. Ook de voorzitter van de club, Michel Peeters, had zijn vast plaatsje aan de hoek van de steeds te kleine toog. (Nogal dikwijls ruzie met Viviane die geen plaats had voor haar diensterplateau. Ze kon hard "djokken").
  • Toen Walter, als derde generatie van de Desmedts, op 65 jaar op pensioen ging zijn 2 andere uitbaters hem opgevolgd (Maria & Mario en later zijn kleinzoon Davy). Ondertussen is veel van het stamkarakter verloren gegaan.
  • In 2010 wordt de Bains door de familie Desmedt verkocht aan drankhandelaar Pynseel. De café kreeg een grondige opkuis en restauratie evenwel met respect voor het ERFGOED (dat we straks zullen bekijken). Een grote verbetering was de modernisering van de WC's. Op 1 juli 2010 startte de nieuwe en huidige uitbater Mathias Engelbrecht zijn zaak.

Materieel erfgoed

  • Hierboven het immaterieel erfgoed nu het materieel erfgoed. Eerst hetgeen je niet meer kunt zien.
  • De kolenstove. In het midden van de café met een grote buis richting toog opgehangen aan ijzerdraden. Dat gaf een speciale gezelligheid, lekker dichtbij een gloeiende kolenstoof zitten. Het was Walter die regelmatig zich tussen de dicht opgestelde tafels moest wringen om kolen boven in de stove te doen. De opstelling van de tafels moest gewijzigd worden wanneer de kolenstove geïnstalleerd werd. Het winterscenario! Spijtig dat later die stove vervangen werd door een mazoutstove met een buis vertikaal door het plafond.
  • De WC's. Die waren helemaal achteraan in de COUR (stond ook zo op het oud bordje van Kinget uit Veurne). Op dezelfde plaats als nu maar gemengd en buiten. De mannen vonden het zalig eens te kunnen urineren in open lucht. Maar de vrouwen zaten daar op amper 1 m vandaar in een WC met een deur met schuin naar beneden gerichte planchettes zoals ook gebruikt werden voor vensterluiken. 't Schijnt dat er sommige gegeneerd waren omdat ze door die jalousieën naar de mannenurinoirs konden kijken. Dat is nu met de ombouw gescheiden en niet meer in de kou. Nog iets strafs: eenmaal waren de leden van de club van de Orde van de Beren wat in discussie gekomen met Jeanine. Terug van het WC vertelden ze haar dat ze op de patatten gepist hadden. Jeanine geloofde het eerst niet maar toen ze ging zien naar haar patatten in een donker kot naast de WC's was haar stapel patatten echt gezegend.
  • Nog een specialiteit van dit café was dat Walter reeds vrij vroeg 's avonds de stoelen op de tafels zetten om 's morgens direct te kunnen laten kuisen. Dat was evenwel geen signaal voor de toogplakkers om stillekes hun laatste pint te drinken en naar huis te gaan. Als we maar voldoende dronken mochten we van Walter daar nog uren staan achter die stoelen. Zelfs menig PANNENOAR kwam nog achter zijn seizoenwerkdag binnen. Mooi was het zicht van de poten van de omgekeerde stoelen. Walter had blijkbaar problemen met de houten poten van de stoelen die afsleten door de vele jaren gebruik. Om te beletten dat ze wiebelden waren vele poten bewerkt met houten rondellejes om die op lengte te maken.
  • Een ander onvergeetbaar feit was "moortje" in de hoek achter de toog. Een soort fluitketeltje stond daar permanent te koken als boiler voor het opgieten van koffiefilters. Steeds lag er een handdoek op het keteltje om te drogen en terug nieuwe glazen te kunnen afwassen. Met de volgende uitbaters is deze ingenieuze installatie vervangen door een modern koffiemachien

Nu de zaken die we nog ongeveer kunnen zien want zoals hoger aangehaald is de vernieuwing gebeurd met respect voor het erfgoed.

  • De klanten zijn zeer tevreden dat de oude vloer niet uitgebroken werd. Daar was sprake van ondermeer omdat op meerdere plaatsen verzakkingen waren. (Eentje aan de vensterdeur om naar de kamers te gaan). Er was nog een tweede op den hoek van den toog maar die is niet meer zichtbaar . Immers de oude toog is naar voren geschoven door uitbaters Mario en Maria. Ook het toonblad is nu bruine graniet. Spijtig. Vroeger stond die toog altijd vol met stamgasten. Vandaar dat de bediening door Viviane soms zeer moeilijk was. Merk op dat de tekening van de mooie vloer niet is afgesleten niettegenstaande hier zoveel duizenden uren klanten hebben gestaan. Helaas is momenteel de gewoonte om aan de toog te consumeren in de huidige tijd niet meer zo gebruikelijk.
  • De muurdecoratie van gans het café is gelukkig INTEGRAAL behouden. De bruine kleuren werden weliswaar overschilderd door een discreet eigentijds kleur maar het reliëf van de ondergrond komt nog zeer mooi tot zijn recht. Ook de spiegels zijn behouden. Dit alles geeft het café een mooi retrokarakter. De 2 haakjes boven elke spiegel zijn evenwel verwijderd. Dit werd gebruikt telkens de kaartersvereniging kwam spelen. Dan hing Walter op voorhand aan al deze spiegels een geel doekje voor die spiegels zodat de spelers via de spiegels niet konden kijken in de kaarten van de tegenstrever. Gedurende het kaartspel was het ijzig stil in het café en mocht aan de toog niet luid gebabbeld worden. De spanning was te snijden.
  • Evenals de wanden werd ook het meubilair achter den toog behouden (uitgezonderd de frigo's bijgeplaatst door Mario & Maria). De voorwanden van de toog zijn nog origineel maar mooi afgewreven en de kleuren van de tussenpanelen overschilderd zoals de rest van het café. Boven den toog werd een nieuw opbergingssysteen aan het plafond opgehangen, maar dit stoort het geheel niet.
  • Het plafond was in planchetten maar is nu volledig vervangen door een helder wit vals plafond met halogeen spotjes. Hierdoor is de helderheid wat meer "commercieel" zowel bij dag als bij avond.
  • In het café zien we regelmatig mensen frieten, fricadellen en alle soorten andere rare dingen die ze gekocht hebben in het frietkot op de markt. Dat is ook nog een traditie destijds toegestaan door Walter en waarvan de toeristen met hun kinderen gretig gebruik van maken. Één voorwaarde: alle afval moeten de klanten buiten gooien in de gemeentelijk zwerfvuilbak. Zoniet doet de baas Mathias dit. (Zie afvalbuis voor het terras). Vroeger deed Walter dat ook maar had het moeilijker omdat het steeds uitbuilend vuilbakje veel verder stond. Er zijn ook klanten die speciaal frieten komen eten op het terras om dat te combineren met een lekkere bruine Westmalle-trappist van het vat. Enig in De Panne!

Nu naar buiten voor de beschermde gevel

  • Na de verbouwing in 1920/21 heeft men geopteerd voor een "neo-art nouveau" stijl. Voordien was daar een herberg + bakkerij "A Hoogstaede". Slechts 1 verdieping met een Vlaamse trapgevel gebouwd door Camiel Desmedt in 1907. Typisch voor het nieuwe art nouveau gebouw zijn plat dak, de wisselende vormen van de ramen per verdiep, schijnvoegen, gecementeerde gevel, gebogen fronton met ovalen medaillon, bekroond door pilastertjes met bolvormig topstuk. Deze gevel is nog perfect bewaard (bijna 100 jaar oud). Storend is wel de bierreclame. Eigenaardig dat dit toegestaan wordt door "Onroerend Erfgoed" (maar misschien van vòòr 1995, jaar van de bescherming?).
  • Camiel exploiteert dit bloeiend "Hotel des Bains" tot 1937. Zijn beste kameraad Camiel Desmet (met alleen "t") is de stichter van de Mon Bijou schuin rechtover. Eerst een kleiner gebouw van 1905 (dus 2 jaar vroeger dan de Bains) (noemde dan Hotel Royal tot 1921 toen zijn zoon Maurice het hotel overnam). Dus juist voor de tweede oorlog wordt Hotel des Bains overnomen door zijn zoon Raphaël die het op zijn beurt overlaat aan zijn zoon Walter Desmedt in 1959.
  • De art nouveau stijl was zeer bloeiend op het einde van de jaren 1800 en het begin van de 20ste eeuw tot WO I. In de Dumontwijk werd deze stijl niet toegepast maar wel een cottage vakantiewoning stijl die overgewaaid is uit het toonaangevend Engeland. Zelfs op de Zeedijk werden zeer weinig art-nouveau elementen toegepast. Het is pas in het interbellum dat er een explosie geweest is van het hoteltoerisme evenals vele "pension de familles". (alles tezamen rond de 300 in 1930 alleen in De Panne lijst>>>). In de Zeelaan tussen de markt en de zeedijk bouwde men grote chique hotels met mooie gevels meestal in de toen gangbare art-deco stijl. In dit gedeelte van De Panne waren een 30 tal hotels (zie lijst) waaronder een 10 tal. prestigieuze hotels , nu nog 2: de Royal en de Mon Bijou. (beide aan de niet beschermde zijde van de Zeelaan). Alleen het hotel des Bains en het hotel Central (hoek Konijnenweg-Zeelaan) zijn in neo-art nouveau stijl.
  • Een mooi voorbeeld van art-deco stijl is het hoekhuis Visserslaan Zeelaan. Sinds 1992 een Chinees restaurant (nu "China Palace"). Voordien apotheek Houbaert (vanaf 1939) later Erik Van Geluwe (vanaf 1972). Dit zeer mooi gebouw werd pas opgetrokken in de jaren 20 (voordien veel kleiner: Delhaize dan Au Printemps). Zeer uitgesproken verticalisme tengevolge de hoger uitstekende lisenen. Erkervormige traversen en sierelementen in degradatie (trapsgewijze), cf. pseudo-balkons en fronton; Ook nog mooie overschilderde bloemmotieven (ook bloemen in de beglazing nog deels bewaard).
  • In het interbellum werd geëxperimenteerd met meerdere stijlen. Later werd deze periode de art deco periode genoemd een nieuw soort eclecticisme , waarbij kenmerken van verschillende stijlen en stromingen gecombineerd werden, zoals het expressionisme, kubisme, modernisme en functionalisme. Hierdoor kan het voorkomen dat verschillende gebouwen geclassificeerd kunnen worden als Art Deco, en tegelijk geen enkel uiterlijk stijlkenmerk gemeen hebben. Het vraagt in bepaalde gevallen een geoefend oog om in de architectuur b.v. late geometrische art nouveau niet te classificeren als art deco, omdat beide een stijloverlapping kennen. Deze naam art-deco werd pas in 1971 gegeven als verzamelnaam van al de bouwstijlen die zich na WO I opdrongen als modern en vooruitstrevend . Een nieuw tijdperk eiste nieuwe architectuur. Art Deco is een etiket dat we nu toepassen op een groep van gebouwen en voorwerpen die in hun dag gewoon "modern" waren. Toen, net als nu waren er vele ideeën over hoe 'modern' eruit moet zien. Vandaar grote variëteit aan stijlen. Net als de Art Nouveau rond de eeuwwisseling was de Art Deco een populaire stijlbeweging van 1920 tot 1939 een totaalstijl zowel in de architectuur, het grafische -, industriële -, en interieurontwerp, als in de beeldende kunst en kledingmode. De stijl werd gekenmerkt door strakke, geometrische en elegante lijnen dat het buitensporige versiering van de vorige stijlen vervangen. Alles kon getekend worden met de lat en de passer. De invoering heeft zich voorgedaan gelijktijdig met enorme veranderingen in de technologie, door de invoering van nieuwe materialen en fabricagetechnieken, waarmee geëxperimenteerd werd. De eerste bewustwording was in 1925 toen een aantal Franse kunstenaars in Parijs de wereldtentoonstelling organiseerden met het licht op de toegepaste kunst onder de naam: "Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes" De doelstelling was de leidende positie en ontwikkeling van de Franse decoratieve kunst te tonen aan de internationale wereld. Hieruit is pas in 1971 de naam Art Deco van afgeleid. Veel belang werd gehecht aan decoratieve sobere versieringen

Oudste foto van café a Hoogstaede

Hieronder foto's van de heer Merlevede