In het boek ''Weggetjes naar de Vrijheid, kinderen uit Kampen vertellen over de oorlog'', komt Ulikje te Roux op blz. 184 aan het woord. Zij had contact opgenomen met samenstellers van het boekwerkje, Daan van Driel en Jaap van Gelderen, vanwege haar herinnering aan ''juffrouw Vos''. In een paar zinnen schets zij wat zij als 7-jarig meisje op 10 april 1943 zag. Het is een aangrijpend verhaal over het afvoeren van een bange, zieke Joodse vrouw. Zeker zo huiveringwekkend is het gedrag van de buren.
Heintje Heilbron vestigt zich in Kampen
Heintje Heilbron kwam in 1924 vanuit Amsterdam naar Kampen, waar zij trouwde met Koos Vos (Kampen 1866-1941), borstelmaker en weduwnaar. Koos was al twee keer eerder getrouwd geweest, er waren geen kinderen. Het echtpaar Vos-Heilbron woonde aan de Boven Nieuwstraat op nr 59. Een huis dat toen eigendom was van het gereformeerde Armen- en Burgerweeshuis. Tegenwoordig nog een van de weinige bewaard gebleven voorbeelden in Kampen van een middeleeuwse eenkamerwoning met zolder. Heintje en Koos woonden niet ver van de gereformeerde Helenius de Cockschool met naastgelegen kleuterschool. Als Heintje 's ochtend haar stoep boende werd zij geplaagd door leerlingen van deze scholen. Uiteindelijk stapte Koos Vos op het schoolhoofd af en vroeg hem om uitleg. Het resultaat was dat hoofdonderwijzer F. Treep de kinderen heeft aangesproken op hun ongepaste gedrag. Als dank kreeg de school een borstel van Koos Vos (nu in de collectie van de gemeente Kampen).
foto hieronder: Helenius de Cockschool (links) op nr 73 en naastgelegen kleuterschool, tegenwoordig Helenius de Cockplein (foto coll. Stadsarchief Kpn)
verzoek om opname in het Bovengasthuis
Nadat Koos in maart 1941 was overleden, bleef Heintje alleen achter in het huisje aan de Boven Nieuwstraat. In juni 1942 diende zij een verzoek in bij het college van Regenten om opgenomen met worden in het Bovengasthuis (tegenwoordig Margaretha), niet ver van haar woning en aan de overzijde van de Boven Nieuwstraat. Op 25 juni stemden de regenten in met dit verzoek. Enkele dagen later moesten zij de toestemming weer intrekken met als reden ''zulks in verband met de tegen de joden reeds genomen en in de toekomst nog te nemen maatregelen''. Dit gebeurde onder dreiging van de kort daarvoor geinstalleerde NSB-burgemeester Sandberg. En zo bleef Heintje wonen aan de Boven Nieuwstraat, hoewel zij als inwoonster van de stad recht had op een plekje in het gasthuis en dit in verband met haar gezondheid noodzakelijk was.
afvoeren Joodse inwoners 1942 en 1943
Wanneer op de avond van 17 november 1942 de Joodse inwoners van Kampen te horen krijgen dat zij zich moeten verzamelen bij de Buitensocieteit om te vertrekken, wordt Heintje vrijgesteld wegens ziekte. Op 9 april 1943 krijgt Heintje de aanzegging dat ook zij de volgende morgen zal moeten vertrekken. Pogingen van arts P. Pel en zelfs van de beruchte foute politiecommissaris Boesveld met verzoeken om vrijstelling, aangezien de laatste vier Joodse inwoners van Kampen te ziek waren om vervoerd te worden, hadden geen effect. De volgende ochtend om 07.00 werd Heintje met een handkar opgehaald onder het toeziend oog van de gehele buurt. Toen zij weg was, zijn de buren haar huisje ingegaan en hebben vloeren en kasten opengebroken op zoek naar kostbaarheden. Die vonden zij niet. In de woorden van buurmeisje Ulikje: ''zij was net zo arm als haar buurtgenoten''. Gek genoeg wordt van dit incident geen melding gemaakt in de politierapporten (maar er werd heel veel buiten de politierapporten gehouden). Op 1 mei 1943 wordt een inventarislijst opgemaakt van Heintjes inboedel, die op dat moment was opgeslagen in een pakhuis aan de Plantage (nr 4). Het is een zeer globale opsomming.
Heintje overlijdt in Westerbork
In Westerbork werd Heintje opgenomen op de ziekenafdeling, waar zij op 27 april 1943 aan een hartaanval overleed. Haar lichaam werd de volgende ochtend gecremeerd in het kleine crematorium van Westerbork. Na de oorlog werd de urn met haar as bijgezet op de Joodse begraafplaats te Diemen. Zo kwam Heintje terug waar zij ooit gewoond en geleefd had.
Het pakketje dat vanuit Kampen naar Heintje in Westerbork was opgestuurd, werd geretourneerd en opgenomen in de collectie van het Frans Walkate archief.
Maar dit is niet het hele verhaal over Heintje Heilbron, de (3e) vrouw van borstelmaker Koos Vos
Wanneer na de oorlog een oproep verschijnt om in bewaring gegeven goederen en geld van Joodse inwoners in te leveren, brengt Gerrit Telder f 3.995, - naar het Kamper politiebureau. Telder liet in een proces-verbaal vastleggen dat hij dit bedrag sinds 1942 in bewaring had van weduwe Heintje Vos-Heilbron. Bij terugkomst wilde zij het gebruiken voor haar oudedagsvoorziening. Mocht Heintje niet terugkomen, dan moest het geld naar haar nichtje Maria Heilbron gaan. Gerrit Telder had getwijfeld over het aannemen van het geld, want de bezetter had dit ten strengste verboden. Uiteindelijk had hij het geld in een blik gedaan en begraven in zijn tuin.
Door het proces-verbaal weten we precies uit welke coupures het bedrag was samengesteld: 2 biljetten van 1000 en 16 biljetten van 100 gulden. Het geld ging uiteindelijk naar nicht Maria, die bij het begin van de oorlog naar Engeland was gevlucht en in 1946 weer terug was in Nederland.
het venijn zit in de staart van het verhaal
Dit werpt een heel ander licht op de aanvraag tot toelating in het gasthuis en het openbreken van Heintjes woning. Blijkbaar hadden Heintje en Koos, ondanks hun armoede, geld gespaard om later een plaatsje te kunnen kopen in het gasthuis. Heintje behoorde niet tot de arme kostgevers, maar tot de kostkopers! Waarschijnlijk door de ingreep van Sandberg en de daarop volgende afwijzing, waren de buren op de hoogte van het grote geldbedrag dat Heintje in huis had. Na Heintjes vertrek gingen zij op zoek naar het geld. Gelukkig had Heintje dat bedrag direct na de afwijzing in bewaring gegeven bij achterbuurman Telder. Iets waarvan de buren duidelijk niet op de hoogte waren.
hieronder: het huisje in de Boven Nieuwstraat van het gereformeerde Armen- en Burgerweeshuis, waarin Koos Vos en Heintje Heilbron woonden
Bronnen: ''Weggetjes naar de vrijheid'' en eigen onderzoek, bevestigd in ''Sporen van Joods leven'', Maarten Duijvendak.