Miep's eerste publicaties verschenen in Knoppen, het schoolblad van het (Amsterdamse) R.K. Lyceum voor meisjes, het latere Fons Vitae. Haar allereerste gedicht verscheen op 15 febr. 1934, Miep was op dat moment nog geen twaalf jaar en zat in de eerste klas.
In daaropvolgende nummers van Knoppen zou Miep nog meer gedichten en ook een verhaaltje in het blad plaatsen, terwijl ze vlak voor haar vertrek van school ook nog in de redactie zou komen. Maar dat duurde dus maar even.
Uit het nummer van 15 okt 1936, Miep was pas enkele maanden eerder tot de redactie toegetreden
Beide gepubliceerd in: Cantecleer 1937 (jan en mei).
‘Wat zegt de jeugd ervan’. 25 middelbare scholieren schrijven over opvoeding & onderwijs, geloof, morele herbewapening, jongens en meisjes, democratie of dictatuur, het joodse vraagstuk, bewapening of ontwapening (Baarn z.j./1939)
Een van die vijfentwintig scholieren is Miep. Van haar ook is de volgende passage (staat bijna in zijn geheel ook in Mieps novelle Alleen geluk!):
Jonge mensen rond een kampvuur. Een van hen (Wilfried) begint te spreken, over de lange studie die hem wacht, een ander onderbreekt hem en vraagt of er een ideaal is dat hij wil vervullen. 'Zie je een levenstaak, die je de mooiste vindt, de enig grootste? Dit besef alleen al is met geen werken of ontberen te betalen.’
‘Nee Klaus,’ onderbreekt Karel zijn heftige woorden. ‘Wilfried heeft in veel gelijk. Het is onrechtvaardig van de ouderen om ons gebrek aan levensdurf te verwijten – omdat zij het waren die ons met de brokken lieten zitten.’
‘Een waarom hebben wij gebrek aan levensdurf? Kies je woorden voorzichtiger, Karel! Wanneer wij allen inzien dat een ontredderde maatschappij onze erfenis is - wel, aan ons de taak deze opnieuw te bouwen, sterker en beter dan eerst. Een beschuldiging alleen weiger ik aan te horen: dat de jeugd niet idealistisch is. Daartegen protesteer ik…’
‘Ja Klaus, je hebt gelijk; niet uit een gemis aan levensdurf of idealisme komt onze weifeling voort – maar het is zo buitengewoon moeilijk om in een heel oude wereld de plaats te vinden, waar je het meeste bereiken kunt. Omdat wij onze roeping nog niet kennen, daarom aarzelen wij. (p. 75-76)
Volledige tekst: DB (M1), niet geheel gelijk aan tekst in novelle, zie met name laatste zin van fragment, staat niet in novelle.
Voor enkele kritieken, zie hier