In Over de rand laait vuur wordt herhaaldelijk gezegd dat er een nauwe band bestaat tussen katholicisme en fascisme - let wel: fascisme, niet nationaalsocialisme. Het verschil tussen deze twee ideologieën is theoretisch gezien groot, praktisch is het klein omdat laatstgenoemde vanwege zijn overmacht het fascisme op den duur volledig overschaduwde. Dat heeft het inzicht, voor zover van belang, vertroebeld en gemaakt dat de twee extreemrechtse ideologieën altijd op een hoop worden geveegd. Ten onrechte. Om het kort en m.b.t. Henk te zeggen: hij is van jongs af aan een fascist in de historische betekenis van het woord geweest, hij heeft meegewerkt met het nationaalsocialisme maar was die ideologie nooit echt toegedaan. Dat is moeilijk te begrijpen en nog moeilijker te aanvaarden maar niettemin waar. Zijn meedoen was eerder ingegeven door opportunisme dan door overtuiging.
Aangezien ik van plan ben binnen afzienbare tijd een essay over de relatie tussen katholicisme en fascisme te publiceren, laat ik het op deze pagina bij enkele verwijzingen, fragmenten en opmerkingen.
In Over de rand laait vuur wordt herhaaldelijk gezegd dat katholicisme en fascisme in elkaars verlengde liggen, sterker nog: dat de politieke keuze van mijn ouders voor het fascisme zonder hun katholieke overtuiging onbegrijpelijk is. Een paar citaten:
Voor het gevoel van mijn vader was fascisme een radicale vorm van katholicisme, een middel om het oude geloof te vernieuwen en tegelijkertijd de samenleving te hervormen – wat het protestantisme en het christen-humanisme in de zestiende eeuw (zijn lievelingseeuw) eveneens waren geweest: een vernieuwingsbeweging.
Vandaar dat hij op zoek ging naar andere werelden, spannender werelden, naar het vuur dat volgens het door hem later regelmatig geciteerde gedicht uit Rilkes Stundenbuch brandde buiten de randen van katholicisme en burgerlijkheid. Dergelijk vuur was er ook destijds te over. In zoverre was het begin van de jaren dertig als de jaren zestig en wellicht ook zoals het begin van de eenentwintigste eeuw, zo niet heel de moderniteit: ‘alles’ leek voortdurend en altijd op zijn kop te staan, overal lonkte gloed, steeds weer zinderden verandering en vernieuwing.
Henk [zat] vol grootse plannen, in de eerste plaats wat het katholicisme betreft. Vanzelfsprekend wist hij dat katholicisme in de eerste plaats betekende dat je bij de kerk hoorde, de paus gehoorzaamde en een godvruchtig leven leidde, maar deze vanzelfsprekendheden waren hem niet genoeg. Er was meer, er móést meer zijn. De wereld was immers kapot. Er heerste crisis. De bestaande politiek bewees keer op keer haar onmacht. Zo kon het niet voortgaan. Er moest iets gebeuren.
Voor mijn vader hebben de verhoudingen nooit zo gelegen als op dat schilderij van een protestantse kerkdienst. Als diversiteit, individualisme, verandering, ja zelfs vloeibaarheid kenmerkend zijn voor de moderniteit, dan is hij de moderne wereld nooit binnengetreden, weigerde dat ook. Moreel en politiek (niet technologisch, op dat gebied was hij juist erg modern) was hij heel zijn leven unzeitgemäss, tegen de keer, een levend anachronisme. Geboren in een tijd waarin hiërarchieën duidelijk waren en zowel normen als waarden onaantastbaar leken, stierf hij in een wereld waaruit elke gezagsverhouding zo goed als verdwenen was en alles mogelijk leek, voortdurend veranderde ook. Het begin van deze mentaliteitswijziging lag precies in de jaren dat Henk volwassen werd. Hij moest er toen al niets van hebben en zo is het gebleven. Zoals zovelen van zijn generatie hield hij vast aan het ene, het absolute, het geheel en het systeem, kortom het katholicisme. De delen, diversiteit, veranderlijkheid en het individu, waren en bleven volgens hem daaraan ondergeschikt. Vanuit het perspectief van die twee schilderijen bezien zou je kunnen zeggen dat hij katholiek bleef in een wereld die in toenemende mate protestantiseerde.
Deze polemiek [in de Maasbode, zie p. 55 van Over de rand laait vuur] sluit goed aan bij de polemieken die in voorgaande jaren in tijdschriften als Roeping en De Gemeenschap over katholieke politiek waren gevoerd, met als belangrijkste vraag: moet je als katholiek gehoorzaam zijn aan de Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP), aan de bisschoppen dus, en je neerleggen bij het democratisch compromis of moet je als katholiek een dergelijk compromis juist weigeren en kiezen voor een radicale vorm van katholicisme – wat in de praktijk meestal neerkwam op fascisme? Het was op het moment dat deze zoveelste versie van dit debat speelde, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, een levensgevaarlijk dilemma maar dat zagen Henk en zijn vrienden niet, kónden zij eigenlijk ook niet zien. Het maakt het dilemma niet anders en de keuze van ‘radicalen’ als mijn vader niet minder gevaarlijk.
Op de linksgerichte revolutionaire stromingen, die zich direct na de Eerste Wereldoorlog in verscheiden landen van Europa voordeden, volgde in het begin van de jaren twintig een rechtse reactie, die zich keerde tegen de democratie. Deze beweging kreeg in de loop der jaren en in de onderscheiden landen verschillende namen, zoals herstelbeweging, revolutie van rechts, Action Française, Falangisme en fascisme, maar alle waren naar de geest verwant. Verscheidene auteurs hebben gewezen op zekere affiniteit tussen het fascisme en het in het begin van deze eeuw in de katholieke kerk opgekomen integralisme. Deze studie [Katholieken en Fascisme in Nederland, 1920-1940 van Leonard Joosten] beoogt mede een antwoord te geven op de vraag, of zulk een verband ook in Nederland heeft bestaan.
Het antwoord is ja en dat meer dan 350 pagina's lang
Dertig jaar geleden publiceerde Paul Luykx, kenner bij uitstek van de geschiedenis van het Nederlands katholicisme, een historiografisch essay over katholieken en fascisme in Nederland. Dit essay werd ook opgenomen in zijn enkele jaren later verschenen bundel Andere katholieken. Met beide - zowel met zijn visie op ‘andere katholieken’ als met die op het verband tussen katholicisme en fascisme - gaf Luykx een algemeen aanvaarde overtuiging weer.
In Andere katholieken betoogt Luykx, terecht denk ik, dat in de geschiedschrijving en door de meeste katholieke gezagsdragers steeds weer de eenheid en eensgezindheid van het katholieke volksdeel werden beklemtoond maar dat deze klemtoon eerder een kwestie was van wens dan van werkelijkheid. Feitelijk was het ook binnen de katholieke zuil niet zoveel ‘koek en ei’ of ‘pais en vree’ (Luykx’ woorden) als de voormannen van de zuil wensten. Ook katholieken werden namelijk aangetrokken door allerlei denkbeelden die niet in de leer pasten. Als men vanwege die denkbeelden niet gewoon het katholieke kamp ontvluchtte, dan leidden ze wel tot fricties en conflicten met de kerkelijke overheid en de katholieke elite.
Vanuit dit perspectief moet je ook Luykx visie op het katholieke fascisme bezien: als één van vele onderstromingen binnen het complexe geheel dat katholicisme heet. Hiermee verzet hij zich tegen wat hij een typisch jaren 60 verschijnsel noemt: de neiging katholicisme en fascisme in elkaars verlengde te plaatsen. Vandaar ook bijvoorbeeld dat hij de in kleine kring bewonderde dissertatie van Leonard Joosten over katholieken en fascisme uit 1964 (zie hierboven) in zijn opstel niet eens noemt - en in de rest van het boek slechts eenmaal, terloops. Ik denk dat dit onterecht is en illustreert hoezeer Luykx en anderen met een enorme boog aan de kern van de zaak voorbijgaan dan wel klassieke vormen van katholicisme, van vóór het Tweede Vaticaans Concilie, onjuist inschatten.
Wat die kern is? Dat katholicisme en fascisme wel degelijk nauw aan elkaar verwant zijn, dat het daarom verre van vreemd is dat het fascisme een eeuw geleden in katholieke landen zoveel furore maakte en ook tegenwoordig op velerlei plekken, in allerlei gedaanten en met vele varianten, zij het bijna altijd onder andere noemer, voortleeft. De verklaring: het katholieke geloof mag dan verdwenen zijn, het katholieke wereldbeeld is nog altijd levendig. En daarmee ligt 'fascisme' op de loer.
Een van de belangrijkste reden dat Luyckx anders denkt is dat hij, althans met betrekking tot Nederland, fascisme vereenzelvigt met NSB. Als dat klopt, heeft hij gelijk. Maar het klopt niet en dus is de vereenzelviging onjuist - zie de inleiding tot deze pagina.
Wordt vervolgd.