Volgens Henk (zie hieronder nr 1) had je de Waffen-SS én de politieke, algemene, in het geval van Nederland zogenoemde Nederlandsche of Germaansche SS. De eerste groep bestond louter uit soldaten, de tweede uit ideologische scherpslijpers, de eerste groep had uitsluitend aan het front gevochten, de tweede groep had (ook) in de kampen gemoord. Eén ding staat vast: zo (simpel) ligt het niet (zie hieronder: nr 2). De twee groepen liepen voortdurend door elkaar. Waffen-SS'ers zijn betrokken geweest bij moordpartijen en politieke SS'ers, ook hun voorman Henk Feldmeijer, zijn aan het front geweest. Wel juist is dat er over het algemeen verschillen waren in inzicht en doelstelling. De meeste Waffen-SS'ers waren niet zo politiek. In zoverre was Henk een uitzondering. Ze waren vooral anticommunistisch dan wel avonturiers en steunden meestal impliciet de lijn van de NSB. Dit laatste gold zeker niet voor de Nederlandsche, lees politieke SS. Zij was, zeker naarmate de oorlog vorderde en de contouren scherper werden, zeer anti-NSB want meende dat Mussert en de zijnen maar een stelletje slapjanussen waren.
De problematiek NSB, Waffen SS en politieke SS was dus al tijdens de oorlog gecompliceerd. Zij werd na de oorlog nog gecompliceerder doordat de meeste mensen er, heel begrijpelijk overigens, weinig van begrepen, ook geen zin hadden zich erin te verdiepen en de hele bups daarom gemakshalve op één hoop gooiden. Je ziet het voortdurend, overal. Artikelen over de Nederlandsche SS worden geïllustreerd met afbeeldingen van de Waffen-SS en liefst laat men de bijvoeglijke naamwoorden nog weg ook en spreekt simpelweg van 'de SS'. Dat is op z'n minst zeer kort door de bocht.
De meest doorwrochte studie over het onderwerp is van de hand van Nanno in 't Veld en is digitaal vindbaar op de website van de KNAW. Titel: De SS en Nederland. Documenten uit SS-archieven 1935-1945. Er zijn twee delen. Het eerste deel bestaat uit een zeer uitvoerige (> 400 p.) inleiding en 500 p. aan bronnen, het tweede deel van nog eens 700 p. bestaat uitsluitend uit bronnen en bijlagen. Feitelijk gaat deze studie niet zozeer over het in de titel aangekondigde onderwerp als over de strijd tussen SS en NSB. tussen een radicale, Duits-georiënteerde én een gematigde, meer Nederlandse vorm van collaboratie en extreemrechts. In 't Veld zegt ook een aantal keren (o.m. op p. 9 en p. 285) dat deze strijd het eigenlijk onderwerp van zijn studie is. Vandaar dat hij met betrekking tot de gebeurtenissen in de zomer van 1940 schrijft:
Zoals in elke communistische partij, die al een bescheiden mate aan onafhankelijkheid vertoont, altijd een groep te vinden is, die elk persoonlijk of ideologisch heil verwacht van strikt conformisme aan Moskou, zo trachtten de volksen [hij bedoelt de politieke SS'ers en hun voorlopers] zich nu bij de gezaghebbende Duitsers te legitimeren door strikte orthodoxie. Teneinde de NSB voor te blijven dienden zij dat zo radicaal en zo snel mogelijk te doen. Deze wedloop naar volslagen extremisme om tot elke prijs ‘bij’ te blijven en liefst nog voor te gaan liggen, zou Feldmeijer, zou de Nederlandsche SS gedurende de hele bezetting volhouden.
De strijd tussen politieke SS en NSB ging uiteindelijk om de vraag in hoeverre Nederland zich aan het Duitse gezag moest onderwerpen. De SS was voorstander van totale, de NSB van gedeeltelijke onderwerping. Gezegd aan de hand van een paar namen: Mussert, Van Genechten, Voorhoeve en Henk stonden aan laatstgenoemde kant, Rost van Tonningen en Feldmeijer, om niet te spreken van Duitsers als Rauter en Himmler aan de kant van de SS.
De totale of gedeeltelijke onderwerping van Nederland aan het Duitse gezag speelde op tal van gebieden, drie springen eruit:
de vraag wie het voor het zeggen had over de Nederlandse tak van de politieke SS
de vraag die het voor het zeggen had over de Nederlanders die zich naar het front begaven
de vraag wat de plek was van Nederland binnen het Duitse Rijk.
Laatstgenoemde vraag was die waarover ook Henks artikel over de Rijksgedachte ging. Blijkbaar bestond over dit onderwerp tot de zomer van 1942 ook binnen de politieke SS nog geen duidelijkheid. Storm, het blad van de (politieke) SS, nam Henks verhaal immers bijna helemaal over. Het was wel voor het laatst dat zoiets gebeurde. Zie hieronder nr 3. In de tweede helft van de oorlog was elke vorm van, noem 't maar, 'Diets denken' binnen de politieke SS volstrekt taboe.
Over de twee andere onderwerpen, zeggenschap over de Nederlandsche SS en over de Nederlandse wapendragers, zie hier en hier.
Het was een huichelachtige vertoning dat de latere CDA-politicus Aantjes zich een aantal jaren geleden beriep op het feit dat hij 'slechts' lid was geweest van de politieke SS en nooit van de Waffen-SS. Dat maakte de zaak in de ogen van iemand die de ware situatie kende, alleen maar erger. Het was de politieke SS die voor de toekomst van ons land in de allereerste plaats een gevaar was; die bereid was met Duitsers mee te heulen die probeerden Nederland te vernederen en zijn wezenlijke zelfstandigheid van volksaard, van taal en zelfbestuur te beknotten en zelfs te ontnemen; die niet nalieten partijgenoten die voor Nederland en voor de menselijke en christelijke waarden opkwamen, verdacht te maken en te bestrijden.
Aldus Henk in zijn autobiografie. Hij zegt hetzelfde herhaaldelijk: dat er een enorm verschil was tussen 'zijn' (de Waffen) SS en de (wat hij noemt) politieke SS. Himmler behoorde tot laatstgenoemde.
De gebruikelijke term hiervoor was in algemene (allgemeine) SS, in de bezette gebieden sprak men liever van Germaanse (Germanische) SS. Hoe dan ook, deze SS zou zich volgens Henk fundamenteel onderscheiden van de jongens die, zoals hij, 'alleen maar naar het front waren gegaan'.
Nog een paar citaten:
Na de oorlog bleek uit de geschriften van gewezen SS-generaals zoals Felix Steiner, Hausser en anderen dat de Waffen-SS volstrekt los stond van de politieke 'Allgemeine' SS en dat zij tegenover de figuur van Himmler zeer kritisch stonden.
***
In de Waffen-SS aan het front voelde de soldaat zich soldaat en niets meer. Wanneer er dure zogenaamde 'Bildungsblätter' van de politieke SS aan het front verspreid werden, hoorde je alleen maar de honende opmerking dat het papier nog te glad was om er je gat mee af te vegen.
***
De 'Bijzondere Rechtspleging' na de oorlog heeft daarom de soldaten van het oostelijk front aanvankelijk onjuist bejegend. Zij werden belast met het afschuwelijke stempel van de SS, omdat de naam van hun eenheden zo luidde. Zij waren de enigen die bereid waren hun leven op het spel te zetten voor datgene wat hun juist leek, terwijl velen, ja verreweg de meesten [leden van de politieke SS] in het vaderland ongevaarlijke en dikwijls heel behagelijke functies vervulden. De laatsten waren na de oorlog 'lichte gevallen' die er met een tribunaal vanaf kwamen, maar de frontsoldaten kwamen voor het gerechtshof en kregen straffen van tien, vijftien en twintig jaar. Ik moet er aan toevoegen dat dit na verloop van tijd vrij geruisloos werd gecorrigeerd.
***
Mensen als Feldmeyer, Rost van Tonningen, Rambonnet, zij waren de figuren uit de politieke SS met hun fanatieke ideologie en hun gemene methoden. Ik weet zeker dat de zogenaamde 'Silbertanne-moorden' door hen werden beraamd en op hun bevel werden gepleegd. Later zou ik met hen gevaarlijke conflicten hebben uit te vechten. Maar de publieke opinie gooide alles wat de naam SS droeg op één hoop en de Bijzondere Rechtspleging ging daarin aanvankelijk mee. Ik vermoed echter dat er onder de rechters menigmaal meer onderscheid werd gemaakt dan naar buiten bleek. Men zat er mee in zijn maag dat dienst doen aan het oostfront nu eenmaal tot misdrijf was verklaard en dus voor de strafrechter moest worden vervolgd. Vóór de oorlog was in vreemde krijgsdienst treden geen strafbaar feit. Men verloor er alleen zijn Nederlanderschap door, zoals de vrijwilligers in de Spaanse burgeroorlog ervoeren. Deze verklaring tot misdrijf was weliswaar in strijd met het beginsel 'nulla poena sine lege previa poenali', want zij kwam pas tot stand nadat de indiensttreding reeds had plaatsgehad, maar in de hartstochtelijke en geladen atmosfeer van de bevrijding, na al het geleden bittere leed, stapte men daarover begrijpelijkerwijze heen, omdat de bevolking een strikt juridische redenering niet zou hebben begrepen. Ik geloof dat ook wij die er aan onderworpen werden, dat nu moeten kunnen begrijpen.
Kern van de boodschap: er was een fundamenteel verschillen tussen de Waffen- en de politieke SS. Eerstgenoemde bestond uit soldaten die niets anders hebben gedaan dan vechten tegen de communisten, de kwaaie pier was de politieke SS. Die was niet alleen ideologisch fout, zij bestond ook uit moordenaars.
Klopt dit? Of is het een doorzichtige poging van Henk om zichzelf schoon te praten?
Ik heb lang geloofd dat deze weergave juist was. Ik heb 't geloofd omdat ik 't wilde geloven. Helaas, zo simpel ligt 't niet.
Op p. 52 van zijn boek over de SS en Nederland schrijft Nanno in Veld:
De naam Waffen-SS was eind november 1939, misschien al iets eerder, in zwang gekomen om de gehele gewapende SS aan te duiden, dus Verfügungstruppe en Totenkopfverbande. Naarmate de laatste steeds meer in de eerste opgingen, was dat trouwens ook adequater. Zo vloeiden de twee formaties, beide voortgekomen uit de SS van het jaar 1933, weer ineen. Onder dit begrip Waffen-SS vielen echter ook, zoals wij gezien hebben, de nieuwe bewakingseenheden van de concentratiekampen, ja, eigenlijk de hele concentratiekamp-organisatie als zodanig. Ook werd gaandeweg vrijwel de gehele SS-bureaucratie tot de Waffen-SS gerekend, in de eerste plaats om de werkzaamheden van bepaalde onontbeerlijk geachte functionarissen onder het begrip ‘militaire dienst’ te laten vallen. Uiteraard breidde dit verschijnsel zich snel en in grote omvang uit. Uit prestigegronden werd algemeen het zwarte uniform door het veldgrijze met de leger-schouderstukken vervangen. Anderzijds begon zich een scheiding tegenover de Allgemeine SS af te tekenen. De meeste leden daarvan waren in militaire dienst, en aanvankelijk bevond zich het overgrote deel zelfs in de Wehrmacht. De nieuwe rekruten, die sinds 1939 de Waffen-SS overspoelden, hadden gaandeweg steeds minder met de politieke SS te maken.
Eerlijk gezegd begrijp ik hier weinig van zoals ik van de meeste verhandelingen nogal verwarrend vind. Dat ligt niet aan mij, denk ik, dat ligt aan het feit dat er zoveel lijnen door de geschiedenis van de SS lopen dat er in zijn algemeenheid eigenlijk niet zoveel over te zeggen valt. Dat is ook wat In 't Veld aan het eind van zijn boek constateert, althans met betrekking tot de Nederlanders die in de SS gediend hebben:
Over die doorsnee Nederlandse SS-er nog een paar slotopmerkingen. Heeft dit type wel bestaan? Is trouwens de verzamelnaam ‘SS-er’ wel toelaatbaar voor leden van al die verschillende formaties, de Germaansche SS, de Standarte ‘ Westland', het legioen, de Landstorm, en dergelijke [..]? Na de oorlog haastten de ‘Hollandse SS-ers’ zich, evenals de Duitse SS-ers trouwens, te verklaren, dat ‘de SS’ alleen de politieke formaties onder die naam omvatte; de Waffen-SS was iets heel anders, een Wehrmacht-onderdeel met helaas, min of meer toevallig, de thans zo verafschuwde SS-runen op het uniform. Die apologie is reeds vele malen, ook door ons, als onjuist verworpen. Maar dat maakt de term ‘SS-er’ voor Nederlandse vrijwilligers in Duitse dienst nauwelijks minder kwestieus.
Zo dus niet. Maar hoe zat 't dan wel? Eerlijk gezegd kom ik er niet goed uit, ook niet als andere werken over de SS geraadpleegd worden. Neem de laatste zin van een recente dissertatie over het zelfbeeld van de Waffen-SS:
Die diversen Ausprägungen lassen indes durchaus die These zu, dass es neben 'Soldaten wie andere[n]' auch ebenfalls 'Wegbereiter der Shoah' gab.
Ik denk dat deze conclusie onweerlegbaar is. Maar heb je er iets aan? Om nogmaals In 't Veld te citeren (p. 415):
Wanneer men alle individuen, die er deel van uitmaakten, het etiket van de SS opplakt, komt men tot grove onjuistheden, zo niet tot volslagen absurditeiten.
Hoe dan verder?
Het meeste wijze is vermoedelijk het debat te beperken tot de Nederlandse situatie en daarmee als onderdeel te zien van de spanningen die er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland waren tussen de drie betrokken partijen: NSB, Nederlandse of Germaanse SS en Waffen-SS ofwel wapendragers. Meer daarover is hier te vinden.
Het verstandigste is vermoedelijk het debat te beperken tot de Nederlandse situatie en als onderdeel te zien van de spanningen die er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland waren tussen de twee of eigenlijk drie betrokken partijen: NSB aan de ene en Nederlandse of Germaanse SS aan de andere kant, met eventueel de Waffen-SS of wapendragers als derde. Vervolgens kan je de strijd tussen deze partijen het beste bekijken vanuit de drie boven gegeven thema's: 1. het gezag over Nederlandse SS, 2. het gezag over de wapendragers en 3. de visie op de positie van Nederland binnen het Duitse rijk.
Storm nam Henks artikel over de Rijksgedachte bijna in zijn geheel over. Hoe kwam dat? Een passage uit de Wikipedia-pagina over het blad geeft het aan:
Aanvankelijk hield Storm de tegenstellingen tussen de op Dietsland en Groot-Nederland gerichte NSB en de Groot-Germaans denkende Nederlandsche SS op de achtergrond. Onder redactie van Nico de Haas viel er zo nu en dan slechts een licht oppositionele toon tegen de NSB te bespeuren. Men zou kunnen zeggen dat Storm de nog relatief gematigde koers van de aan de NSB gebonden Nederlandsche SS volgde. De Haas wist de Diets denkende NSB'ers aan Storm te binden door bij het uiten van Groot-Germaanse gedachten te benadrukken, dat de gedachte van een Groot-Duitsland niet betekende dat Nederland zijn eigen karakter moest prijsgeven, hetgeen een van de belangrijkste bezwaren van de Dietse stroming was.
De periode onder De Haas die zich kenmerkte door een gematigde toon veranderde toen hij eind 1942 als hoofdredacteur werd vervangen door SS-onderstormleider H.W. van Etten [...] Onder invloed van Van Etten kreeg Storm net als zijn Duitse tegenhanger Das Schwarze Korps, het blad voor de Duitse SS, in toenemende mate een kritische toon. Met hulp van de radicale Rost van Tonningen en de voorman der Nederlandsche SS Henk Feldmeijer werden de artikelen meer en meer voorzien van zinsneden waarin het functioneren van Mussert werd bekritiseerd.