Kleur-gecodeerde tabel waarin de mean fluorescence intensity scores per eiwitkleuring weergegeven worden per B cel maligniteit (bron: Euroflow).
BL= B cel leukemie; CLL = chronische lymfatische leukemie; DLBCL = diffuus grootcellig B cel lymfoom; FL = folliculair lymfoom; HCL = hairy cell leukemie; LPL = lymfoplasmocytair lymfoom; MCL = mantelcel lymfoom; MZL = marginale zone lymfoom.
CD2: pan T antigen. Synoniem: LFA2
CD3: the T-cell receptor (TCR) requires the CD3 complex to be expressed and be able to activate upon antigen recognition.
cytoplasmatic (cyCD3) versus cell membrane (SmCD3)
immature T cells express CyCD3 only, that the combined expression of CyCD3 and SmCD3 is characteristic for intermediate differentiation stages, and that mature T cells express prominent SmCD3.
CD4: TCR co-receptor
CD8: TCR co-receptor
CD5: pan T antigen
CD7: pan T antigen. also appears on early T-cells at a stage where it is possible for these cells to reverse to the myeloid lineage (denk aan abberante expressie in AML).
CD1a: characteristic of maturing T-cells located in the thymus cortex
Nb CD6 is ook een T-cel marker
Het immuunfenotype van de verschillende T-cell lymfoproliferatieve ziekten (T-CLPD) is heterogeen, met wisselende expressie van pan T-celmarkers binnen een entiteit (CD2, CD3, CD5, CD7). Verminderde of afwezige expressie van deze pan T-celmarkers is vaak de meest evidente immunofenotypische afwijking, naast een sterk verschoven CD4:CD8-ratio. Gezien de heterogeniteit is enige terughoudendheid met het uitspreken van een classificatie op z’n plaats, zeker bij de niet-primair leukemische entiteiten, waar de patholoog duidelijk ‘in the lead’ is. Met gating strategieën dient men m.n. alert te zijn op sCD3-negatieve T-cel (sub)populaties. Verlies van CD45 is weinig entiteit-specifiek, maar wel sterk indicatief voor een afwijkende T-celpopulatie.
Markers in de flow
in LST: CD45, CD4 en smCD3
ook CD8, CD5 en TCRyd
Backbone T-CLPD: CD45, CD4 en SmCD3 (cell membrane expression)
ook CD2, CD7, CD8
Normaal:
T-cellen worden gedefinieerd via CD3 (surface) en zijn verder positief voor de pan-T-cel markers CD2, CD5 en CD7 en zijn CD4 of CD8, waarbij kleine populaties dubbel positief en negatief voorkomen. De meeste T-cellen zijn TCR-αβ en een klein deel is TCR-γδ. De γδ-T-cellen zijn CD4/CD8 dubbel negatief, waarbij een deel CD8 (zwak) positief is.
Minimale panel voor screening naar T-CLPD: CD45, CD2, CD3, CD4, CD5, CD7, CD8, CD56, TCR-GD, TCRBC1 / Vβ-kit. Hierbij kan geen goede subclassificatie uitgevoerd worden, dit zal moeten worden uitgevoerd door een laboratorium met uitgebreide ervaring met leukemische T-cellymfomen. Voor laboratoria die uitgebreidere typering uitvoeren en willen subclassificeren zijn de volgende markers verplicht: cTCL1, CD25, CD26, CD57 en daarnaast CD10, CD30 en CD279 (PD1) optioneel met oog op zeldzame leukemische presentatie van AITL en ALCL en CD16, CD94, CD158a/b/e/ bij verdenking op rijpe NK-cel maligniteiten.
Tot voor kort was afwijkende expressie van CD2, CD3, CD5 en/of CD7 vaak de meest evidente aanwijzing voor een T-celmaligniteit, bij gebrek aan een eenvoudige klonaliteitsmarker analoog aan Kappa/Lambda bij de B-cellen.
Recent is er veel aandacht voor TRBC1, een antistof tegen het constante domein van de β-keten van de T-celreceptor (in geval van TCR-αβ).
Elke T-cel met αβ-TCR, heeft als keus voor het constante domein voor de β-keten ‘keuze’ uit type 1 (TRBC1) of type 2 (TRBC2); deze wordt random afgeschreven. In een normale T-cel pool zal dus een deel TCRB1 en TCRB2 aanwezig zijn. Tegen TCRB2 heeft met tot heden nog geen geschikte monoklonale antistof kunnen maken. Het is te vergelijken met B-cellen waarvoor alleen kappa voorhanden is. Met flowcytometrie zal een klonale T-cel of positief of negatief zijn. In het geval van een negatieve TCRB1 moet uitgesloten worden dat het γδ-T-cellen betreft, deze hebben immers geen β-keten.
In normale T-cellen zal een bimodale verdeling van de TRBC1 expressie te zien zijn (immers gelijke hoeveelheid TRBC1 als TRBC2, analoog aan Kappa en Lambda), maar een afwijkende αβ-T-celpopulatie zal of positief (soms zwak) of negatief zijn. Bij negatieve TRBC1 moet men zeker zijn dat het geen -T-celpopulatie betreft. Inmiddels heeft WHO 2022 de marker overgenomen als geaccepteerde klonaliteitsmarker en is daarnaast mede op grond van literatuur en ervaring bij NVC-leden besloten TRBC1 als verplichte marker op te nemen.
Het toepassen van deze marker leidt tot het vinden van veel kleine (sub)klonale T-cellen, voorzichtigheid is geboden bij de interpretatie van deze klonen. De term TCUS (T-cell clones of uncertain significance) wordt hier al voor geopperd, zie Horna et al
Horna et al. 2021 – Internation Journal of Molecular Sciences 2021; 22(4) 1817 – https://doi.org/10.3390/ijms22041817
NK-cells have long been thought to be devoid of surface antigens and were for a time called 'nude lymphocytes'.
Most commonly used to define NK-cells; CD16 and CD56.
Overig: CD57, KIRs, CD94, CD158, CD160 en CD161