EEN PUNT
De Speelse Hofnar
Vijfde Jaargang Nummer 22 Willem II – FC Zwolle 3 - 1
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
BENT U OOK ZO GELUKKIG?
De Muppets dat waren wij. Michael en ik mopperden als Waldorf & Statler op de bank, op het spel en op alles en iedereen om ons heen. De vroege lezers herinneren zich de BLIK OP DE BANK wel. Vandaag zijn ze even terug om de nacompetitie mee te vieren en te vertellen wat volgens hen geluk is.
Stadler: Geluk is winnen met 3-1 van FC Zwolle. Het voelt alsof wij de kampioen van de Eerste Divisie zijn in plaats van blij te zijn dat we in de nacompetitie zitten. Wat zouden we daar vroeger sjacherijnig om geweest zijn.
Waldorf: We zitten niet in de nacompetitie man maar in de Play-Offs en ook niet in de Eerste Divisie. Dat heet de Jupiler League.
Waldorf: Mag Willem II wel, en Eerste Divisie niet. Dan wil ik er vandaag nog uit. Promoveer a.u.b!
Statler: Heerlijk! Heb jij dat ook, dat je gelukkig wordt van de geur van het gemaaide gras als je het stadion binnenkomt. Niet de geur van het gras maakt me blij, maar het feit dat ik geen tuin meer heb en niet meer achter die maaimachine hoef.
Waldorf: Ik word gelukkig van een worstenbroodje in de rust of als ik de toto mag delen met 5 anderen.
Statler: Om de dingen waar we vroeger van baalden zitten we nu hard te juichen. De kelk van de nacompetitie, waar we voor baden dat hij aan ons voorbij zou gaan, is nu niet groot genoeg. Ook op vrijdagavond voetballen. Eerst wilden we niet, nu niet anders.
Waldorf: Denkend over waar ik gelukkig van word, komt er zo veel in me op, dat ik daar alleen al blij door ben. Elke zonnestraal beurt me op als Piet Paulusma regen voorspelt. Hij brengt mij direct in een goede bui.
Statler: Nee, dan een zweefduik van Meul, de oranje schoentjes van Misidjan, de duim omhoog van Streppel, het loopvermogen van Guijt, het spelinzicht van Höcher en de wilde trap van Arjan Swinkels, waarbij de bal net over het dak van het stadion scheert.
Waldorf: Hoogstaand spel is dat.
Statler: Ja, dat was genieten.
Waldorf: Iedere keer als wij het eerste doelpunt scoren word ik blij, vooral als de bal niet in ons eigen doel vliegt.
Statler: Ik ben al blij als een corner niet door de keeper van de tegenstander wordt gevangen, blij dat we Harkemase Boys niet meer tegenkomen en dat Lumu een tatoeage heeft. Ik heb het altijd wel gedacht, die komt er wel.
Waldorf: Die Jongen?
Statler: Nee, die tatoeage.
Waldorf: Moeten wij niet plaatsnemen in de Raad van Commissarissen. Wij kunnen beter uitslagen voorspellen als oud-lid Diederik Stapel en net zo onzichtbaar zijn als de voorzitter Marco Wilke.
Stadler: Wie?
Waldorf: Dat bedoel ik.
We moeten promoveren, vind je ook niet?
Waldorf: Zo snel mogelijk. Mensen die zeggen dat we niks in de Eredivisie te zoeken hebben, zijn Pinokkio’s, houten marionetten die niet verder kijken dan hun eigen neus lang is.
Waldorf: Nou iets heel anders. Als bij AH de actieartikelen na één week nog leverbaar zijn, daar kan ik ook zo blij van worden. Ik greep naast de handpoppen van de Muppets. Nou ja.
Met de verkoop van die Zaansche winkeltjes gaan ze de malaise in de bouw ook niet oplossen. Mijnheer Heijn, hij blijft een kruidenier.
Statler: Unne grote.
Zeg eens, waar wordt jij nog meer gelukkig van?
Waldorf: Nou als je het per se wilt weten, van asperges, de geur van vers gebakken brood, het geluid van de zee uit een schelp aan mijn oor, snuffelen op zolder, de slappe lach, vier bolletjes Italiaans ijs, witte dekbedhoezen, een volle maan, de kookkunst van mijn vrouw, oude fotoalbums, in de zon zitten op een verwarmt terras, een etentje met mijn zoon, een aflevering van Frasier, Lewis & Hathaway, muziek van Sarah Brightman en de Talking Heads, salade met pijnboompitjes, een kus op mijn wang, een hand door mijn haar, en mijn vrouw die fluistert dat ze nog steeds van me houdt, ondanks dat ik deze maffe stukjes blijf schrijven. Deze kleine blijheidjes koester ik, elke dag.
Uw eigen wijze sportverslaggever.