akkelen stotteren
zijn adieus doen vaarwel zeggen
beslag moaken gewichtig doen
blameren negatief spreken over iets (iemand)
dij larie, onzin, prietpraat
‘t is dij en zijn broere ‘t is larie en apekool
't is groten dij 't is compleet onzin
genen dij verkopen geen onzin vertellen
eutakkelen hortend spreken; uitleggen
eutlangen verklappen
fezelen fluisteren
flemen vleien
j' eet 't ip hij heeft het door
iemand in 't gat wonen iemand naar de mond praten
gekken gekscheren, spotten
grèten uitlachen, de draak steken
insteken influisteren
van z'n keirsse moaken reclameren
klapnanssie aanspraak; gesprek
klappen teut dat ne frang effen is blijven praten om gelijk te krijgen
klappinge aanspraak; gesprek
van ko geboaren zich stil houden; niets zeggen
kodenanssie babbel; praatje; aanspraak
kullen plagen
letter van zegs zén weinig spraakzaam zijn
meumeln onverstaanbaar spreken
palullen vleien
parlassanten uitgebreid praten
parlee wat men zegt
hij gebaart van peekens hij doet alsof zijn neus bloedt
hij poerde niet hij zei niets
poeren zich roeren
putten in d' èrde kloagen erg klagen
reuten van spreken van
ie reut doa nie van hij spreekt daar niet van
't is lék 'n revillie die ofloapt iemand die er maar op los babbelt
roespetéren tegenspreken
ruttelen mopperen
zwarte skool odden praten met dubbele (sex-) bodem
ne snak snauw
ne snak en ne snauw krijgen afgesnauwd worden
snakken snauwen
zijne snoater sloan in zich in het gesprek mengen
in 't snotje èn in de gaten hebben
steumern stotteren
stoefen opscheppen
ge keunt er mee geen stokken deure slaan het is een hels lawaai van mensen die door elkaar praten
stommen ambacht stilzwijgen
swoatelen onduidelijk spreken
van zijnen tak maken zich kwaad maken, zich beklagen bij
van zijn tetter maken reclameren
tjalpen janken; lawaai maken
toten trekken doen alsof
van de werke weg klappen naast de kwestie praten
vertellement (lang) verhaal
vezelen fluisteren
vezeloars zijn kwezeloars gezegd tegen 2 personen die elkaar in 't openbaar iets toefluisteren
weewoale iemand die wartaal praat
zjever slap geklets
gene zjever! niet lullen, man!
zjeveren onzin uitkramen
ne zjeveraar iemand die onzin uitkraamt
zjever in zakskes complete onzin
ne zjièker iemand die onzin uitkraamt
zwanzen onzin uitkramen
zwanzer iemand die onzin uitkraamt
zwéegen lik vermoard zwijgen als een graf