De aankomend leraar
2.3.12
kan doelen stellen, leerstof selecteren en ordenen.
H: kan een onderwijsactiviteit ontwerpen in een passend (les)model met behulp van een compleet ingevuld (les)voorbereidingsformulier daarbij rekening houdend met leer en ontwikkelingslijnen en de zone van de naaste ontwikkeling van leerlingen.
Bewijs 1: Zie best practice 1
2.3.13
samenhangende onderwijsactiviteiten uitwerken met passende werkvormen, materialen en media, afgestemd op het niveau en de kenmerken van zijn leerlingen.
H: ontwerpt betekenisvolle onderwijsactiviteiten waarin twee of meer vakgebieden geïntegreerd worden en die passend zijn binnen de leer- en ontwikkelingslijnen.
Bewijs 1: Zie best practice 1
Bewijs 2: Zie best practice 2
2.3.14
kan passende en betrouwbare toetsen kiezen, maken of samenstellen.
H: geeft in de voorbereiding aan hoe hij proces en productdoelen wil evalueren.
"Goed inzicht hebben in het leerproces van kinderen betekent dat je als leerkracht:
helder hebt waar de leerling naartoe werkt;
een goed beeld hebt waar de leerling staat;
de leerling gerichte instructie en feedback kan geven om (nog) niet behaalde doelstellingen te bereiken.
Als leerkracht begeleid je dus het leerproces van kinderen en integreer je feedback in iedere fase van het doceer-leerproces, waarbij kinderen de kans krijgen om te laten zien waar ze staan, ze fouten mogen maken én ze kunnen laten zien hoe zij zich hebben ontwikkeld. Met name kinderen zijn vaak niet gewend om eigenaar te zijn van hun eigen leerproces." (SLO, z.d.)
Bewijs 1: Didactisch plan
Ik heb tijdens mijn stages weinig tot geen toetsen afgenomen. Dit mede doordat ik veel onderbouw stages heb gehad waar ze eigenlijk geen toetsen maken. Wel heb ik in het eerste semester van jaar 3 de ontwikkelingen van mijn stageklas moeten volgen voor het maken van een groeps- en didactisch plan. Ik heb hierbij gebruik gemaakt van de HGW-cyclus. Dit kun je teruglezen in mijn gemaakte verslagen voor deze vakken. Zo heb ik voor rekenen de kinderen geobserveerd en rekengesprekken gevoerd met een aantal leerlingen. Aan de hand van gegevens uit deze observaties, gesprekken en uit het leerlingvolgsysteem heb ik een groepsplan en didactisch plan voor de periode herfstvakantie-kerstvakantie opgesteld.
Semester 1 jaar 3 Opdracht A
Semester 2 jaar 3 Opdracht B
Bewijs 2: Snappet
Via Snappet kun je op een handigere manier volgen wat de kinderen doen en waar ze staan in hun leerproces.
Leerlingen maken de toetsen op Snappet op dezelfde manier als de lessen. Bij toetsen krijgen zij geen directe feedback per opgave. Alleen de leerkracht krijgt direct feedback op het gemaakte werk van de leerlingen via de 'volgen' pagina.
Nadat de toets door alle leerlingen is gemaakt, kun je de toets afsluiten. De leerlingen kunnen dan zien of ze de opgaven goed of fout hadden. Ze kunnen de foute opgaven verbeteren, maar dit telt niet meer mee voor het resultaat. Je hebt de optie om de toets voor bepaalde leerlingen afsluiten, als er andere leerlingen bijvoorbeeld nog niet klaar zijn en verder mogen werken. Het afsluiten van de toets doe je door op de knop Toets afsluiten in het dashboard bij Volgen te klikken. Door middel van de slotjes kun je de toets per leerling afsluiten.
Van de toetsresultaten kun je in Snappet een Excel-bestand exporteren. Hierin zie je per opgave of deze goed of fout is beantwoord. In de laatste kolommen staan het totaal aantal goede opgaven per leerling en het totaal aantal opgaven in de toets.
Ik vind het belangrijk om de leerlingen te volgen op hun ontwikkeling en hun doelen en dit te analyseren. Maar dit is nog wel iets wat ik meer wil gaan oefenen omdat ik het nog niet veel heb gedaan en gezien. Tijdens mijn LIO zal ik hier meer mee te maken krijgen.
2.3.15
kan een adequaat klassenmanagement realiseren.
H: kan de structuur van de onderwijsactiviteit vasthouden en is tegelijkertijd flexibel in zijn handelen en kan inspelen op onverwachte gebeurtenissen en inbreng van leerlingen.
Bewijs 1: Zie best practice 1
Bewijs 2: Zie best practice 3
Bewijs 3: 20/10/2020 Feedback mentor Renske (SWS Meeroevers):
2.3.16
kan leerlingen de verwachtingen en leerdoelen duidelijk maken en leerlingen motiveren om deze te halen.
Bewijs 1: Zie best practice 1
2.3.17
kan de leerstof aan zijn leerlingen begrijpelijk en aansprekend uitleggen, voordoen hoe ermee gewerkt moet worden en daarbij inspelen op de taalbeheersing en taalontwikkeling van zijn leerlingen.
H: sluit daarbij aan op de zone van de naaste ontwikkeling en kan differentiëren naar niveau en kenmerken van zijn leerlingen.
Bewijs 1: Zie best practice 1
Bewijs 2: 08/06/2021 Feedback mentor Gerard groep 5 (SWS Meeroevers): "Je weet voor elke les welke leerlingen waar tegenaan kunnen lopen en houdt hier tijdens/na de instructie rekening mee. Zowel voor de zorg als de plus. Hier hield je dan ook rekening mee door middel van eerder opstarten of verlengde instructie."
Bewijs 3: 22/10/2021 Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
2.3.18
kan doelmatig gebruik maken van beschikbare digitale leermaterialen en -middelen.
Bewijs 1: Best practice 2
Bewijs 2: Best practice 3
Bewijs 3: Gebruik van digibord middelen
Tijdens mijn lessen maak ik vaak gebruik van het digibord. Hierop zijn veel mogelijkheden en middelen te vinden. Zoals Gynzy, dit is een fijn middel om te gebruiken als ondersteuning van je les en van hetgene wat je verteld. Ik heb dit bijvoorbeeld gebruikt bij het geven van een les over verbanden aan groep 5. Ook maakte ik tijdens mijn assessment for learning in jaar 2 gebruik van mentimeter.
03/06/2021 Feedback Anneke van Bergen (Assessment for learning):
Bewijs 4: iPads en Chromebooks in stageklas
In mijn verschillende stages heb ik te maken gehad met het gebruik van digitale middelen als iPads en Chromebooks. In sommige klassen had iedereen een eigen iPad of Chromebook en deden ze hier bijna alle vakken op. In andere klassen deelden de kinderen de iPads en deden ze alleen bepaalde vakken hierop. Er werd voornamelijk gebruik gemaakt van Snappet. Hierdoor heb ik veel kennis opgedaan over deze methode.
2.3.19
kan de leerlingen met gerichte activiteiten de leerstof laten verwerken en kan daarbij variatie aanbrengen en bij instructie en verwerking differentiëren naar niveau en kenmerken van zijn leerlingen.
H: kan bij de instructie en verwerking differentiëren naar niveau en kenmerken van zijn leerlingen.
Bewijs 1: 23/10/2020 Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
Bewijs 2: Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
2.3.20
kan de leerling begeleiden bij die verwerking, stimulerende vragen stellen en opbouwende gerichte feedback geven op taak en aanpak.
H: kan vragen stellen die tot nadenken aanzetten; gerichte feedback geven op taak en aanpak; een growth mindset stimuleren.
Bewijs 1: 29/09/2020 Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
Bewijs 2: Theorie
Carol Dweck een Amerikaanse psychologe deed onderzoek naar de motivatie van prestaties van leerlingen. Hieruit concludeerde ze dat er twee soorten mindsets/denkstijlen zijn. Een fixed mindset (vast) en een growth mindset (groei).
Kinderen en volwassenen met een growth mindset hebben de overtuiging dat je capaciteiten kunt ontwikkelen. Iedereen ontwikkelt in zijn eigen tempo. Kinderen met een growth mindset zien zelf ook dat ze kunnen leren.
Kinderen en volwassenen met een fixed mindset hebben de overtuiging dat capaciteiten vast staan. Als je succes ergens in hebt, dan heb je daar talent in. De dingen waar je minder goed in bent probeer je te vermijden. Op die manier kun je geen fouten maken en geen negatieve feedback krijgen.
Nature én Nurture
De hierboven omschreven mindsets zijn best zwart-wit. In de praktijk toont het merendeel van de recente onderzoeken aan dat de intelligentie een combinatie is van Nature (aangeboren, fixed) en Nurture (aangeleerd, omgeving, growth). Mensen zijn in staat om zichzelf te ontwikkelen, maar dat zal bij het een makkelijker gaan dan bij de ander (Dweck, 2007). Tot noch toe moet dit niet als een bijzonder gegeven klinken.. maar toch is dat voor leerlingen niet altijd vanzelfsprekend.
Op verschillende stages heb ik de leerkuil voorbij zien komen. De leerkuil is ontworpen door James Notthingham.
"Hij gebruikt deze metafoor om inzichtelijk te maken hoe het leerproces bij grondig leren verloopt"(“De leerkuil”, 2021). Hij vergelijkt het leren van nieuwe dingen met het langzaam in een kuil terechtkomen. Voordat je het door hebt kom je op de bodem van de kuil en vraag je je af hoe je eruit komt. Wat voor de ene leerling een leerkuil is, is voor de ander misschien een klein kuiltje in de weg waar je makkelijk overheen stapt. Maar als je simpelweg over een kuil kan stappen of springen ben je niet aan leren. Je doet het zonder moeite of inspanning en je bent geen uitdagingen tegen gekomen. Je komt dus alleen in de leerkuil als de uitdaging groot genoeg is. "De leerkuil haalt je uit je comfortzone en vraagt om inzet en doorzettingsvermogen."
Als een leerling een aantal keer succesvol uit de leerkuil is geklommen, verdwijnt het vervelende gevoel van in de kuil te zitten. De ervaring van het uit de kuil klimmen na het tonen van de juiste inzet, zorgt voor vertrouwen in een goede afloop bij overwinnen van een volgende leerkuil. (“De leerkuil”, 2021)
Tijdens mijn stages en straks ook bij mijn LIO wil ik de kinderen juist uitdagingen aan laten gaan. Je moet eerst in de leerkuil terecht komen om iets nieuws te leren en dit is niet erg.
Een leerling uit groep 5 zei tegen mij:
Mooi om te zien dat de leerlingen hoe ouder ze worden, dit ook zelf doorhebben en snappen wat de leerkuil is, waarom je erin komt en hoe je eruit komt.
2.3.21
kan samenwerking, zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid stimuleren.
H: stimuleert naast samenwerking ook de zelfwerkzaamheid, zelfredzaamheid en zelfstandigheid van de leerlingen.
Bewijs 1: Zie best practice 2
Bewijs 2: Onderbouwing
Ik vind het belangrijk dat ik tijdens mijn lessen gebruik maak van verschillende werkvormen. Zo doen de kinderen vaak dingen samen, in tweetallen of groepjes. Maar ook zelfstandigheid vind ik erg belangrijk. Zo moeten de kinderen ook leren voor zichzelf te werken op eigen kracht. Tijdens mijn lessen probeer ik hier een goede balans in te vinden.
2.3.23
kan feedback vragen van leerlingen en deze feedback tezamen met zijn eigen analyse van de voortgang gebruiken voor een gericht vervolg van het onderwijsleerproces.
H: kan feedback vragen van leerlingen en deze feedback tezamen met zijn eigen analyse van de voortgang gebruiken voor een gericht vervolg van het onderwijsleerproces.
Bewijs 1: Zie best practice 3
Bewiijs 2: 22/09/2020 Feedback mentor Renske (SWS Meeroevers):
2.3.26
kan zijn didactische aanpak en handelen evalueren, analyseren, bijstellen en ontwikkelen.
H: met behulp van peers of zelfstandig.
Bewijs 1: 22/10/2020 Feedback mentor Renske (SWS Meeroevers):
Bewijs 2: Zie best practice 3.
Bewijs 3: 24/10/2020 Feedback mentor Renske (SWS Meeroevers):
2.3.28
kan de inhoud van de didactische aanpak van zijn onderwijs uitleggen en verantwoorden.
Bewijs 1: Zie best practice 2
2.3.29
is in staat tot kritische reflectie op zijn eigen pedagogisch-didactisch handelen
H: met behulp van peers of zelfstandig.
Bewijs 1: Reflectie op gegeven lessen
Het is belangrijk te reflecteren op je eigen handelen als leerkracht. Hoe vond ik zelf dat de lessen gegaan zijn? Wat kon beter en wat zou ik een volgende keer hetzelfde doen. Na veel van mijn gegeven lessen heb ik gereflecteerd en geëvalueerd op mijn eigen handelen. "Leraar zijn, veronderstelt dus een continu groei- en evolutieproces, een levenslang leerproces. Reflectie over het eigen denken en handelen staat daarbij voorop. Reflecteren is namelijk een onmisbare vaardigheid die een leraar helpt het didactisch en pedagogisch handelen te analyseren en vanuit de opgedane inzichten bij te sturen. Reflecteren kan je dus beschouwen als de motor achter professionele groei." (“Stage ODISEE Onderwijs”, z.d.)
Hieronder zie je een paar voorbeelden.
Bewijs 2: Zie reflectie best practices
Ook in mijn best practices heb ik een reflectie met onderbouwing geschreven.
Best practice 3: "Doordat ik na deze 2 dagen lesgeven ook kennis heb gemaakt met een groep 3, heb ik geleerd van mijn eigen didactische aanpak. Ik evalueerde de eerste dag voor mezelf en zo wist ik welke handelingen ik opnieuw zou gaan uitvoeren de volgende dag en welke niet. Zo kon ik mijn aanpak bijstellen en ontwikkelen."
Bewijs 3: Reflectie met peers.
Op de Pabo heb ik veel samen met de medestudenten gereflecteerd op lessen en activiteiten. Via Feedbackfruits heb ik een van mijn best practices ingeleverd en hierop feedback gekregen van medestudenten.