De aankomend leraar
2.4.1
heeft kennis van ontwikkelingstheorieën en de gedragswetenschappelijke theorie die voor zijn onderwijspraktijk relevant zijn (bijvoorbeeld elementen uit de sociale psychologie en de communicatietheorie) en kan die betrekken op zijn pedagogisch handelen.
Bewijs 1: Zie best practice 1
Bewijs 2: Zie best practice 2
Bewijs 3: Het eerste semester van mijn laatste jaar ga ik vakken volgen in het buitenland. Op de universiteit Deusto in Bilbao, Spanje heb ik een aantal vakken gekozen die aansluiten bij de sociale psychologie en ontwikkelingspsychologie. Ik vind dat ik me op de pabo hierin te weinig heb kunnen verdiepen en we hierin weinig tot geen les hebben gehad. Daarom ga ik me tijdens de minor hierin extra verdiepen.
en 2.4.2
heeft kennis van agogische en pedagogische theorieën en methodieken, die voor zijn onderwijspraktijk relevant zijn en kan die betrekken op zijn pedagogisch handelen.
Bewijs 1: Communiceren met kinderen
Bewijs 2: Observaties en groepsplannen
Vanuit de agogiek zijn er een aantal basisvaardigheden. Observeren, communiceren, luistervaardigheid, feedback en evalueren.
Deze basisvaardigheden gebruik je als leerkracht. Observeren doe je als leerkracht voortdurend. De kinderen in de klas, andere leerkrachten en je mentor. Bij mijn verschillende stages heb ik veel geobserveerd en hier veel van geleerd. Voor het schrijven van groepsplannen en het maken van een didactisch plan heb ik veel observaties moeten doen. Ook heb ik veel gehad aan het bestaande leerlingvolgsysteem wat de leerkrachten bijhielden voor de kleuters. In het verslag van taal en rekenen kun je hierover meer lezen. HGW en groepsplan en Semester 1 jaar 3 en Semester 2 jaar 3. Communiceren is ook een belangrijke vaardigheid. In jaar 2 van de pabo hebben we hierover een vak gevolgd. Het gaat bij communiceren tussen de zender en de ontvanger. Het gaat zowel om verbale als non-verbale communicatie. Voor dit vak heb ik een verslag geschreven waarbij ik na het observeren van kinderen gesprekken met kinderen ben gaan opnemen en heb geanalyseerd. Lees hiervoor: communiceren verslag
Goed luisteren vraagt om een actieve inzet bij zowel kind als leerkracht, je laat merken dat je geïnteresseerd bent. Dit geld ook weer verbaal en non verbaal. Het geven en vragen om feedback van zowel de kinderen, leerkrachten en medestudenten is van belang voor het verder ontwikkelen. Zelf evalueer je over je eigen handelen of als groep/klas.Het voordeel van evaluatie is dat je kan zien of er vooruitgang naar het te bereiken doel is. (“Agogiek en de wetenschap”, z.d.)
Bewijs 3: Pedagogische visies in het onderwijs
Van origine is mijn huidige stageschool, CDBS de Hoeksteen een daltonschool. Daarom heb ik me hierin meer verdiept. Bedenker Helen Parkhurst baseerde het onderwijs op de grondbeginselen vrijheid en samenwerking. Bij het daltononderwijs staan er 5 kernwaarden centraal. Samenwerking, vrijheid en verantwoordelijkheid, effectiviteit, zelfstandigheid en reflectie. "Binnen het daltononderwijs wordt gewerkt aan een brede vorming van het kind. Naast de verplichte lesstof is er ruimte voor keuzewerk. Deze brede vorming omvat een cognitief, cultureel, sportief en sociaal-emotioneel aspect en draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling. Er wordt een omgeving geboden waarin leerlingen worden uitgedaagd zich te ontwikkelen tot ondernemende mensen met een kritische een democratische houding." (“Wat is het onderwijsconcept van dalton?”, 2022)
Zelf heb ik nog nooit op een Jenaplan school stage gelopen maar dit lijkt me wel erg interessant. Opvoeding speelt een belangrijke rol, waarin kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar worden geplaatst. Jenaplan is een vorm van onderwijsvernieuwing bedacht door Peter Petersen, afkomstig uit de Oost-Duitse plaats Jena.
Bij de montessori school wat een pedagogisch concept is ontwikkeld door Maria Montessori vormen de behoeften van leerlingen de leidraad en zitten verschillende leeftijdsgroepen bij elkaar.
Bij de vrije school is het onderwijs gericht op de zogenoemde intrinsieke ontwikkeling van de leerling. Deze vorm van onderwijs is gebaseerd op de antroposofische opvattingen van de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner. (“Pedagogische visies in het onderwijs”, 2018)
Pedagogisch bekwaam, kunde
2.4.6
kan groepsprocessen sturen en begeleiden en maakt hierbij de sfeer in de klas bespreekbaar.
H: bespreekt (met de groep) hoe de samenwerking in de groep verloopt en legt het accent op wat goed gaat; stelt regels bij; spreekt positieve verwachtingen uit; kan storend gedrag stoppen zonder het groepsproces te verstoren.
Bewijs 1: 21/10/2020: Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
Bewijs 2: Belang fijne sfeer in de klas.
Ik vind het belangrijk dat er een fijne sfeer hangt in de klas. Daarom bespreek ik dit met mijn huidige stagegroep (3/4) regelmatig. Ik merk dat dit steeds beter gaat. Als er na het buitenspelen rumoer in de klas ontstaat, bespreek ik wat er is gebeurd en wat je kunt doen als je iets niet leuk vind. Soms is het belangrijk dit klassikaal te bespreken en soms individueel. "Emotionele zelfregulering ondersteunt het leerproces, het optimaal functioneren en betere sfeer in de klas. Het verhoogt de veerkracht. Het is dus ook bevorderend voor het welzijn, gezondheid en prestatieverbetering. Het draagt ook bij aan het welzijn van de leerkracht! Het is eindelijk een onmisbare factor in het onderwijs." (Niazian & Niazian, 2022)
Bewijs 3: 03/06/2021 Feedback Anneke van Bergen (AoL):
2.4.7
kan vertrouwen wekken bij zijn leerlingen en een veilig pedagogisch klimaat scheppen.
H: weet vertrouwen en respect te wekken; bespreekt met de leerlingen de sfeer in de groep en de omgang met elkaar; werkt vanuit de 3 basisbehoeften relatie, competentie en autonomie.
Bewijs 1: Zie best practice 3
Bewijs 2: 03/06/2021 Feedback Anneke van Bergen (AoL): 'Er was een positief pedagogisch klimaat.'
Bewijs 3: 06/06/2021 Feedback mentor Gerard groep 5 (SWS Meeroevers):
2.4.8
kan ruimte scheppen voor leren, inclusief het maken van vergissingen en fouten.
H: helpt leerlingen zelfstandig en verantwoordelijk te worden in relatie tot hun leertaken; schept een pedagogisch klimaat waarin verschillen worden gewaardeerd en benut.
Bewijs 1: 23/10/2020 Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
2.4.9
kan verwachtingen duidelijk maken en eisen stellen aan leerlingen.
H: laat leerlingen kritisch nadenken over opvattingen en gedrag.
Bewijs 1: 21/10/2020 Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
2.4.10
kan het zelfvertrouwen van leerlingen stimuleren, hen aanmoedigen en motiveren.
H: waardeert de inbreng van leerlingen; is nieuwsgierig naar hun ideeën; daagt leerlingen uit en ondersteunt ze; geeft leerlingen het gevoel dat ze steeds meer kunnen; leert leerlingen hun grenzen te verleggen.
Bewijs 1: Zie best practice 1
Bewijs 2: Zie best practice 2
Bewijs 3: Zie best practice 3
Bewijs 4: 17/11/2020 Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
Bewijs 5: 20/10/2020 Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
Bewijs 5: 20/10/2020 Feedback mentor Renske groep 1/2 (SWS Meeroevers):
Bewijs 6: 16/03/22 Feedback mentor Imelda groep 3/4 (CBS de Hoeksteen):
2.4.11
heeft oog voor de sociaal-emotionele en morele ontwikkeling van zijn leerlingen en doet daar recht aan.
H: is bekend met de globale verloop van de sociaal-emotionele en morele ontwikkeling van leerlingen en met de uitdagingen die zich voor kunnen doen. Weet hoe hij deze ontwikkeling kan bevorderen en gaat hierbij uit van verschillen.
Bewijs 1: Zie best practice 1
Bewijs 2: Complimenten muur
Op dinsdag 16 mei 2020 heb ik samen met mijn huidige stagegroep 3/4 een sociaal emotionele les gegeven over complimenten. Ik begon een gesprek met de kinderen over het geven van complimenten, wat zijn dit ook alweer? Daarna liet ik de kinderen hun maatje een compliment geven. Daarna spraken we over het gericht geven van een compliment. Wat kun je zeggen over een ander wat specifiek bij die persoon past en misschien niet bij een ander? Hier speelden we een spelletje mee. Een leerling ging naar de gang en wij namen een leerling in gedachten. Voor deze leerling liet ik andere leerlingen verschillende complimenten bedenken waarvan ook gerichte complimenten. De leerling die we naar de gang hadden gestuurd moest raden om wie het ging.
Hierna liet ik de kinderen een envelopje vouwen en versieren. Deze gingen we hierna op een groot vel plakken. Ik vertelde dat we een complimentenmuur gingen maken. In deze envelopjes mochten de kinderen een compliment stoppen voor elkaar. Nu wilde ik dat het eerste compliment wat de kinderen kregen van iemand kwam die niet persee hun vriendje of vriendinnetje was. Dus had ik briefjes gemaakt met namen en deze random uitgedeeld. De kinderen moesten dus voor deze leerling een compliment bedenken. Deze mochten ze daarna in het envelopje van hem of haar stoppen. Ik vertelde de kinderen dat ik extra briefjes zou neerleggen voor als de kinderen nog een compliment voor iemand anders wilden bedenken. De volgende ochtend mochten de kinderen hun complimenten uit hun eigen vakje halen. Zo konden ze de dag met een complimentje beginnen.
2.4.15
is in staat tot kritische reflectie op zichzelf in de pedagogische relatie.
H: kan systematisch werken aan deze ontwikkelpunten met behulp van peers en begeleider.
Bewijs 1: POP jaar 2 & 3
Door de jaren stage heen heb ik een aantal plannen van aanpak geschreven. Deze plan van aanpak maakte ik voor mezelf, het stuurt mijn eigen ontwikkeling in de stage. Ook maak ik hierin voor mijn mentor inzichtelijk wat en hoe ik wilt leren. Zo kun je hierin mijn leerdoelen en de bekwaamheidseisen terug zien die ik in deze periode wil gaan laten zien.
2.1 & 2.2
2.3 & 2.4
3.1 & 3.2
3.3 & 3.4
Bewijs 2: Reflectie
Op de PABO en buiten schooltijd praat ik vaak met medestudenten/vriendinnen over mijn eigen handelen in de klas. Dit vind ik erg prettig omdat we elkaar goed begrijpen en elkaar kunnen aanvullen met ideeën en tips. Tijdens mijn stages reflecteer ik op mijn gegeven lessen met mijn begeleiders. Tijdens de ene stage heb ik dit meer kunnen doen dan de andere. Voor mij is de klik tussen mij en de begeleider erg belangrijk om tot een goede ontwikkeling te komen.