Polen
Slowakije
Tjechië
Tjechië
Het regende toen we wakker werden. Dus bleef ik met thee op bed lezen (Het schaarse licht van Nino Haratischwili). John zat lekker voor in de camper. Opeens zagen we een koppel (reebok en reegeit) op 5 meter afstand achter de camper grazen. Zo schattig!
Op naar Krakau, waar we op de fiets de stad willen bezichtigen. We staan naast de rivier Wisla in hartje stad. Aan deze kant de Joodse Getto Podgorze, Schindler's Fabriek en de beroemde apotheek Onder de Adelaar (Apteka pod Orlem), die zoveel Joden heeft gered. Krakau werd bekend door de film van Steven Spielberg: Schindler's List. Op Plac Bohaterów Getta (Plein van de Gettohelden) staan 33 grote ijzeren en bronzen stoelen. Deze plek was onderdeel van het getto. De stoelen symboliseren het meubilair en de bezittingen die Joden tijdens de ontruiming van het getto letterlijk op straat moesten achterlaten.
Dit getto in de wijk Podgórze werd volledig afgesloten met een stenen en houten muur. De muur was destijds ongeveer drie meter hoog. Om de afgesloten Joodse bevolking extra te vernederen, lieten de nazi's de bovenkant van de muur bouwen in de vorm van traditionele Joodse grafstenen. Er zijn nog twee stukken bewaard gebleven. Schindler's Fabriek is nu een museum. Zo ook Apteka pod Orlem.
Aan de andere kant de vooroorlogse mooie Joodse wijk Kazimierz, het prachtige Wawel kasteel en kathedraal, Stare Miasto (oude stad) met de Lakenhal (Sukiennice) met daarachter de raadhuistoren, één van de oudste universiteiten Collegium Maius (opgericht 1364) waar o.a. Copernicus heeft gestudeerd en waar sinds de 15e eeuw de klok muziek speelt en een processie toont van historische figuren (waaronder koningin Jadwiga en Nicolaas Copernicus). De stad is prachtig. Één groot museum met ontzettend veel terrassen van restaurants, cafés en bars. Sommigen met binnentuinen. In een verborgen doorgang, een sfeervolle binnentuin / passage, is een indrukwekkende openluchtexpositie genaamd "The Faces of the Jewish Quarter" of "Lest We Forget". Het toont talloze portretten van voormalige Joodse inwoners uit de tijd voor de Tweede Wereldoorlog en fungeert als een ontroerend eerbetoon aan de slachtoffers. Deze plaats wordt ook wel Schindlers garden genoemd. De stad heeft heel veel musea. Misschien ga ik nog wel een keer terug, maar dan zonder hond. Er is hier zoveel te zien!
We fietsten terug door het stadspark Planty. Dit enorme park is aangelegd op de fundamenten van de stadswallen rondom Stare Miasto.
Tenslotte passeerden we de Florian's Gate (middeleeuwse poort met gothische verdedigingstoren) en de Barbican (versterkte buitenpost en enige wat nog over is van de oude stadsmuur). We fietsten over de Pater Bernatka brug met ontzettend gave beelden van acrobaten terug naar onze kant van de Wisla.
‘s Avonds zijn we nog even in de oude stad gereden. Wat een geweldige sfeer, een drukte op alle terrassen, veel wandelaars, een bandje dat speelde en waar uitbundig werd gedanst, samengevat geweldig! Buiten bij een voormalige tramremise hebben we wat gedronken.
Langzaamaan gaan we naar huis. De geplande route gaat door Slowakije, door het Tatragebergte. In Rabka Zdrój, een stad gelegen tussen Krakau en Zakopane, in de uitlopers van het Tatragebergte dronken we koffie en maakten we met boodschappen en tanken onze Zloty's op. Dit is ook duidelijk een wintersportplaats. De omgeving is dan ook hier heel erg mooi. Groen, heuvels en verderop de bergen!
We reden bij Jurgow de grens over richting Zdiar. Iets daar voorbij, bij Tatranska Lomnica, is een camperplek met grijs en zwart water lozen! Ook elektra. Heel fijn, want de verwachting voor de komende dagen is dat we ergens op de bonnefooi gaan staan. Alles kan worden opgeladen en de afvaltanks geleegd!
Na overleg met Gemini wandelden we direct na de lunch de berg op naar het middenstation van de liften. Morgen wordt regenachtig en bewolkt en dus geen mooi uitzicht. Dit was ongeveer 3,5 km met 300 stijgmeters. Oei Oei, dat zijn we niet meer gewend! Dat werd weer pffff en zucht en steun.
We liepen eerst door een park, daarna door het bos en tot slot over een asfaltweg waar soort skelter autootjes naar beneden sjeesden. Bij het middenstation Stanica Lanovky kochten we een ticket - hatsjikidee €21,00 pp - om verder omhoog te gaan naar Skalnate Pleso op ongeveer 1750 meter hoogte. Er stond hierboven enorm veel wind, echt hele harde vlagen. Het uitzicht is fenomenaal. We zagen onder ons een bergmeer en waar in de winter de pistes lopen. We konden terug met de lift maar ach, lopen de berg af moet toch kunnen. Nou dat viel vies tegen. Het wandelpad was steil en bestond uit rotsblokken, keien, losse stenen en af en toe zelfs heel erg steil! Meerdere keren roetsjten we weg om ternauwernood op de benen te blijven staan. Maar op onze leeftijd is vallen geen optie! Kortom, heel voorzichtig schoven we bergafwaarts, regelmatig ingehaald door jeugdigen of ervaren ouderen die zo ongeveer in looppas afdaalden. Tja, het geeft te denken. Met de lift deden we over deze stijging van ong. 3 kilometer ongeveer 12 minuten. Lopend deden we over de afdaling van 7 km ruim 1,5 uur en toen nog eens 3 km terug naar de Clever, dus nog eens een half uur. Maar we hebben het gehaald en denken maar even niet aan hoe de benen morgen zullen voelen. Duidelijk dat we geen zin meer hadden in koken. We hebben bij onze gastheer Restauracia PaB lekker gegeten en genoten van een Slowaakse rode wijn Brigant.
Het opstaan ging niet zo soepel. Nou ja, dat komt wel goed. We hebben internet dus hopla: ik ging werken voor Stayci en John ging aan de slag met onze reisblog. We mochten binnen in het restaurant zitten. Begin middag gingen we wandelen door deze leuke plaats. Er komen twee treinen, een elektrische en een dieseltrein, hier aan met wandelaars en fietsers. Tatranska Lomnica is het eindpunt. Het station is oud en lijkt op de knusse stationnetjes uit de documentaire 'Rail Away'. Alles is hier heel gemoedelijk. De plaats is eigenlijk een groot park met een weg erdoor. Aan beide zijden van deze weg liggen in het park hotels, bars en souvenirwinkels uitgestrooid.
Om 15.00 uur gingen we naar een optreden van twee clowns en hielden dat na 15 minuten voor gezien. Nog wat wandelen door het park hier en om 16.00 uur in het naastgelegen hotel naar de Formule 1 gekeken. Lokaal bier en koude rode wijn uit de tap! Met nog een kleine snack waren we meer dan voldaan. Onze bovenbenen werden steeds pijnlijker. ‘s Avonds konden we nog nauwelijks opstaan. Oh, wat deed dat zeer!
De spierpijn was nog erger! Duidelijk onverstandig bezig geweest, maar zoals altijd: berouw komt na de zonde. En geloof me: het berouw is enorm groot! Ik kan nauwelijks uit de auto stappen. En John is er niet veel beter aan toe.
We gaan vandaag richting Zilina. Onze eerste stop werd Štrbské Pleso, een prachtig gletsjermeer en een bekend toeristisch bergdorp in de Hoge Tatra in Slowakije. Het ligt op een hoogte van 1.346 meter en is het op één na grootste gletsjermeer aan de Slowaakse kant van dit gebergte. Hier wonen o.a. beren, adelaars, bevers, marters, klipgeit, moeflon.
We wilden dolgraag ergens stoppen, maar helaas was het of betaald parkeren (€50,- pd) of verboden voor campers. Ook voor een uur moesten we €15,- betalen. We zagen dat gewoon niet zitten. Dus nog een stukje door zagen we vlak bij dit gletsjermeer een restaurant, Koliba Štrbské Pleso, met parkeerplaats zonder slagboom! Wij gingen hier koffie drinken en hebben gevraagd of de auto even mocht blijven staan. Geen probleem! We hebben een wandeling rond het meer gemaakt. Het is een super mooi natuurgebied met zomers wandelen, bergbeklimmen, huttentocht, fietsen en ‘s winters skiën, schaatsen en langlaufen. Ook is deze omgeving als kuuroord voor mensen met longproblemen heel erg goed. Verder staan er heel veel borden met informatie over de vogels, het wild, de vissen, de bomen, de kruiden, etc. In het meer mag niet gezwommen worden. Wel kun je een roeiboot huren. Terug besloten we bij dit aardige restaurant te gaan lunchen. Voor het eerst nam ik een echt Slowaaks gerecht: Strapacky, is dumplings met zuurkool en gegrilde worst. Dit smaakte heerlijk en John genoot van een Hongaarse goulash met eigen gemaakt brood. De volgende keer wil ik de Bryndzové pirohy proberen (= pierogi met schapenkaas en bacon).
De reis ging verder naar een absolute “must see” Demanovska Dolina. Dit zou één van de beroemdste, mooiste en meest bezochte valleien in het Lage Tatra Nationaal Park zijn. Ook hier geldt weer dat je overal moet betalen en forse prijzen. Verder bleek hier een nieuw skiresort uit de grond te worden gestampt!! Kortom, gauw verder. We reden door de grote stad Liptovska en bij de plaats Ruzomberok stopten we voor de nacht op het gratis parkeerterrein van de skilift Molino Brdo, hier de hoogste top. Hoewel onze benen nog steeds heftig protesteren zijn we toch rond het kleine meer gelopen en hebben we verschillende activiteiten bekeken: mountainbike met sprongen en zo, een klettersteig parcours, zwemmen, wandelen. En in de winter natuurlijk skiën en langlaufen.
John viel op dat bij veel mountainbikes het voorwiel ietsje groter is dan het achterwiel. Hij raakte daarover in gesprek met iemand die zijn fiets aan het prepareren was. Deze vriendelijke man vertelde dat dit inderdaad zo is en wees hem op de versnellingen die ook anders zijn dan een normale mountainbike. Dit zijn zogenaamde 'Downhill Mountainbikes' gemaakt om alleen naar beneden te gaan!
Eindelijk kunnen we weer een trap aflopen. Wel gevoelig, maar 't gaat! Geschrokken van onze slechte conditie besloten we de berg op te wandelen en te lopen naar Vlkolinec. Dit was 4,5 km omhoog en daarna 950 meter naar beneden over een ellendig keien en stenen en geulen pad. De omgeving is geweldig mooi. De wandeling was afzien, maar het was het ook waard!
Vlkolínec is een opmerkelijk goed bewaard gebleven traditioneel Slowaaks bergdorp dat sinds 1993 op de Unesco Werelderfgoedlijst staat om de unieke, intacte verzameling van traditionele houten blokhutten die kenmerkend zijn voor de Centraal-Europese volksarchitectuur. Dit dorp is niet alleen een openluchtmuseum, het is ook nog steeds bewoond. Er staan 43 nagenoeg ongeschonden historische hoeven en blokhutten. Deze huizen zijn traditioneel gebouwd van boomstammen en rusten op stenen fundamenten, vaak beschilderd met pastelkleuren. De houten klokkentoren stamt uit 1770 en vormt het visuele middelpunt van de nederzetting. Een barok-classicistische stenen kerk dateert uit 1875. Er staat ook nog een schoolgebouw. We besloten hier te gaan lunchen. Gelijkertijd met de menukaart kwam een bakje water voor Tinus en een schoteltje met hondenbrokken. Dit hebben we nog niet eerder meegemaakt. Wat super attent!
Zoals gisteren gezegd, nam ik vandaag Pierogi met schapenkaas en bacon. John nam de lokale zuurkoolsoep. Beiden smaakten heerlijk. Voor de terugweg waren er meerdere opties: taxi, lokaal openbaar vervoer of lopen.... het laatste dus. Dat werd weer die weg van bijna 1 kilometer omhoog. Maar de rest van de terugweg ging omlaag. We passeerden meerdere punten van het downhill-mountainbike parcour. Brrrr, moet er niet aan denken. In totaal 5 uur later waren we terug bij de camper en hebben we nog een half uur buiten gezeten alvorens het onweer losbarstte en het pijpenstelen regende. John heeft heerlijke pastasaus gemaakt en ‘s avonds heb ik opnieuw verloren met “Regenwormen”.
Geen spierpijn! Gewoon fluitend het bed uit en in de benen! In de ochtend koffie gedronken in de zon op het terras van de skilift met bergen op de achtergrond. We verlieten deze prettige plek in Ruzomberok en reden langs de kasteelruïne van Likova naar een “must see”, namelijk kasteel Orava. We reden langs de rivieren Váh en Orava door een brede, heel erg groene, glooiende vallei, ingesloten door bergen. We zien skihellingen (o.a. Racibor).
Het Kasteel van Orava (Slowaaks: Oravský hrad) is een van de mooiste en best bewaarde middeleeuwse burchten in Slowakije. Het kasteel torent op een steile rotswand 112 meter boven de rivier de Orava uit en ligt in het dorp Oravský Podzámok. Tinus mocht niet mee, maar we konden gelukkig in de schaduw de camper tegen betaling parkeren. We liepen steil omhoog naar de poort en door een bochtige tunnel (lastig voor aanvallers) naar de binnenplaats, ons lichtelijk verbazend hoe die paarden dat vroeger deden met volle rijtuigen en zo. Het kasteel is gebouwd in de 13e eeuw. Oorspronkelijk was het een fort en kon je alleen via touwladders omhoog. In de daaropvolgende eeuwen transformeerde dit kleine fort tot een omvangrijk kasteel met 154 kamers. Het kasteel bekleedde vervolgens de positie van provinciekasteel dat vrijwel de gehele regio Orava controleerde. Het complex bestaat uit een opmerkelijk geheel van het Beneden-, Midden- en Bovenkasteel met paleizen, een vestingwerk en torens, te bereiken via talloze trappen, die we allemaal hebben genomen! Verschillende stijlen aan interieur zijn bewaard gebleven, waaronder de ingenieuze inklapbare stoelen. De verbinding tussen de drie kasteelpoorten en de tunnel met ondergrondse gangen is absoluut interessant. Kasteel Orava is als decor voor meerdere films gebruikt waaronder de wereldberoemde klassieke vampierfilm Nosferatu uit 1922.
De leuning eruit tillen en de stoel kan ingeklapt.
We reden verder via Dolny Kubin over en langs de hele brede rivier Orava. In Parnica zagen we een supermarkt voor de nodige boodschappen. We vervolgden over weg 70, een prachtige, slingerende route tussen spoor en rivier Orava, een soort haasje over: zowel de rivier als het spoor waren afwisselend links of rechts van de weg. We volgden route 18 langs de rivier de Váh naar de regio rond Strecno, een schilderachtig gebied bij Žilina, centraal gelegen in Noord-Slowakije. Het wordt gekenmerkt door de rivier de Váh en de ongerepte natuur van het berggebied Mala Fatra.
We vonden een Park4Night aan Vodné dielo Žilina, een belangrijk stuwmeer en waterkrachtcentrale op de rivier de Váh. Hoewel er in deze omgeving heel veel industrie is, is het gebied rondom het stuwmeer een groot recreatiegebied. We zagen ontzettend veel mountainbikers, skeelers, vissers, hardlopers, steppers, etc. De ronde om het stuwmeer is keurig geasfalteerd en loopt aan de ene kant door een bos en de andere kant over een dijk. Het zal ong. 20 km lang zijn. Bij restaurant Mojs hebben we wat gedronken. Alleen cash! Wat ons opviel was dat onze fietsen de enige waren die op slot stonden. Sterker nog, de enige fietsen met überhaupt een slot! (In sommige landen verbaast ons de veiligheid, toch wel gek hé?).
Even ter info: de Hoge Tatra, Lage Tatra en Malá Fatra zijn drie van de bekendste en meest indrukwekkende berggebieden in Slowakije. Ze maken allemaal deel uit van de Karpaten, maar hebben elk hun eigen karakter, hoogte en landschap.
De Hoge Tatra is een ruig alpiene landschap met kale granieten pieken, diepe gletsjerdalen en kristalheldere bergmeren. Hoogste punt is 2655 meter. De Lage Tatra is veel groener en glooiender dan de Hoge Tatra en bestaat grotendeels uit uitgestrekte bossen en alpenweiden. Hoogste punt is 2024 meter. De Malá Fatra is een compacter, wild en sprookjesachtig middelgebergte. Het gebied staat bekend om zijn diepe kloven (met houten ladders en watervallen), dichte bossen en rotsachtige pieken. Hoogste punt is 1709 meter.
Wij stapten op de fiets met hondenkar en reden naar kasteel Strečno. Onderweg bij een leuk klein tentje koffie gedronken. Het duurde wel even, want de stoppen sloegen steeds door tot John suggereerde de koeling uit te zetten. En ja… gelukt. We werden gewaarschuwd dat in deze streek de beren in aantal zijn toegenomen en agressief kunnen zijn. Kortom “beren op de weg”. Toch maar even nagedacht wat mogelijk te doen voor het geval dat ……
Weer een steile klim, elektrische ondersteuning op de sterkste stand. om bij het kasteel te komen. De hele weg rende Tinus aan de lijn mee. Bij het kasteel moest hij in de kar, want honden zijn nooit welkom bij “musea”. We mochten alleen in een groep met een gids naar binnen en kregen een Engelstalig stencil mee.
Hrad Strečno is een indrukwekkend middeleeuws kasteel. Het is gebouwd op een 103-meter hoge kalkstenen rots en torent hoog uit boven de rivier de Váh en het gelijknamige dorp.
Het kasteel kent een rijke en roerige geschiedenis: Oorsprong: Het werd gebouwd in de vroege 14e eeuw als uitkijkpost en tolhuisje bij de rivier. In de loop der eeuwen werd het uitgebreid tot een van de best verdedigde forten in de regio. De bekendste bewoners waren graaf František Wesselényi en zijn vrome vrouw Žofia Bosniaková.
Zij hielp armen en zieken en was voor de bewoners een heilige. Toen zij overleed in 1644 op 34 jarige leeftijd, werd zij in de crypte begraven. Als door een wonder bleef haar lichaam “gaaf”. Pas in 2009 is door opzettelijke brand dit lichaam tot as vergaan. De ten dele gerestaureerde ruïne gaf goed inzicht over het dagelijkse leven.
Het eten werd bijvoorbeeld op 8 meter diepte (koele temperatuur) bewaard en was alleen bereikbaar met touwladders. Regenwater werd op ingenieuze wijze opgevangen en opgeslagen. De put is 80 meter diep. Men heeft er 5 jaar over gedaan om alle rotzooi te verwijderen en de put functioneel te krijgen.
Het was reuze interessant en natuurlijk ook een geweldige blik op de omgeving. Op de terugweg via de andere kant van de rivier zijn we opnieuw gestopt bij restaurant Mosj en bestelden we 2 pizza’s, 2 witte wijn en 1 groot glas bier voor slechts €31,-. Het was inmiddels drie uur, dus een late lunch. Tinus had ook een feestmaal, omdat de buitenrand (van de pizza) voor hem was. ‘s Avonds was een salade voldoende.
In dit kasteel leefde Žofia Bosniakova. Haar verhaal staat op de Engelse Wikipedia.
We reden naar Tsjechië door weer een super mooi berggebied, de Javorníky (Javorniky-gebergte). We reden langs een skihotel, maar konden geen lift of skihelling ontdekken. Verder door Makov in de vallei van de Kysuca-rivier, wat tevens deel uitmaakt van het beschermde natuurgebied Kysuce. Makov ligt direct tegen de grens met Tsjechië. De streek aan de Tsjechische kant heet Moravië (specifieker de regio Moravië-Silezië of Oost-Moravië).
Dit grensgebied staat bekend om zijn ongerepte natuur, met name het bergachtige landschap van de Beskiden (Beskydy) en langs de rivier Roznovska Becva.
We reden door Hustopeče dat in Zuid-Moravië (Jihomoravský kraj) ligt. Deze zonnige streek staat in Tsjechië bekend als het kloppende hart van de wijnbouw. Alleen hebben we geen wijnrank kunnen ontdekken. Specifiek valt Hustopeče onder het Velkopavlovická wijndistrict en de regio Hustopečsko, wat onderdeel is van het toeristische gebied rond de nabijgelegen Pálava-heuvels en de Nové Mlýny-stuwmeren. Het landschap is uitgestrekt en glooiend met veel bos en veel akkerbouw. We kwamen door o.a. Susice en Radslavice, maar de betaalde camperplaats lag niet mooi en straalde ook weinig uit. Dus toch maar naar een gratis Park4Night. Dat werd Footballclub Kozlovice. Zo’n mooi voetbalveld zie je nooit! Een prachtig groen tapijt. Achter het voetbalveld waren de tennisbanen, sauna, kinderspeelplaats, en nog veel meer met ook een terras en een restaurant. Einde middag gingen we op de fiets naar Přerov, een aardige oude plaats met de nodige bars en terrassen. Wij dronken in de binnentuin van restaurace U Bukacku Aperol en namen wat snacks. Avondeten deden we in de camper, maar eerst nog even op de tennisbaan gekeken naar de halve finale mannen (Sinner-Djokovic) op Wimbledon.