John bood aan de camper vertrekklaar te maken dus ik pakte even de fiets voor een klein ritje langs de kust. Zo vaak zijn we niet aan de zee dus hier even een plaatje,
Lecce, de stad met o.a. de monumenten de Basiliek Santa Croce, het paleis der Celestijnen, het priesterseminarie en de dom uit de 17e eeuw. Zij zijn in barokstijl uitgevoerd. Door deze stijl wordt Lecce wel het "Florence van de Barok” genoemd. Een andere bijnaam voor de stad is “het Athene van Apulië”. Hoeveel Godshuizen kun je hebben op een vierkante kilometer? Hoeveel barok kan je in een gevel verwerken? Enfin, ook deze oude, goed bewaarde binnenstad is absoluut een bezoekje waard. Dat doen dan ook veel Italianen. Bij het amfitheater wordt nog gegraven. Een deel van de cirkel ligt onder de huizen. De Italianen bouwden doodleuk boven op de leefgebieden van hun voorouders.
In een ander deel van Lecce is een oud winkelcentrum: oude, grote panden in oude lange straten met moderne winkels, zoals Bershka, Zara etc. Het was een drukte van jewelste en dat op zondagavond! Terug bij de camper (parkeerkosten €2,40 / 24h) besloten we deze stad te verlaten. Het is hier zo ontzettend druk. We reden in ongeveer 20 minuten naar een verlaten camperplek in Zollino. Mooie omgeving, dus best jammer dat de gemeente deze parking laat verloederen.
Heerlijk zonnig weer. We zijn gaan fietsen. Vanaf onze plek in Zollino gingen we over landwegen naar Martano, een oud stadje met nauwelijks toerisme. Op een terras koffie gedronken, bij de plaatselijke bakker brood gekocht en verder gefietst naar Calimera. Op het plein in de zon genoot John van een heerlijk lokaal gemaakt dubbeldik ijsje. Ik bleef bij Spa rood. Deze plaats is eenvoudiger - armer. Er zijn geen lunchgelegenheden of restaurants. Dus verder met onze rit naar Martignano. Het zelfde laken en pak. Niet getreurd, we fietsten door een prachtige omgeving met olijf-, amandel- en fruitbomen. De grond is rotsachtig, dus akkerbouw is hier nauwelijks mogelijk. De weggetjes zijn afgezet met gestapelde, stenen muren. Dat maakt het geheel nog mooier. We gingen door naar Sternatia. Hier is wel iets meer, bijvoorbeeld een kleine supermarkt. Maar ook hier gaan de mensen kennelijk niet uit eten. Nou ja, boodschappen gedaan en terug naar Zollino. Het restaurant hier gaat pas woensdag weer open. Het zit ons lekker mee.
We staan naast een veld met vierkante betonnen blokken. Voor het geval dat je denkt dat dit heipalen voor een flatgebouw zijn, uh uh. Dit zijn zogenaamde Pozzelle’s. Onder dit vierkante blok zit een cisterne, dus een wateropvang. Het water wordt ook nog eens gezuiverd via een speciale, doorlatende steensoort. Dit systeem dateert uit de Romeinse tijd en is heden ten dage nog steeds functioneel.
‘s Avonds zijn we opnieuw met de fiets in het pikkedonker over volledig verlaten landweggetjes naar Martano gegaan. Er is daar een zeer goed aangeschreven restaurant met lokale gerechten. Maar ook daar was het pikkedonker! Gesloten , hoe dan ….. ? Toen maar naar de Pizzeria. Een leuk restaurant met een echt haardvuur. En de pizza’s smaakten top!
Vroeg op en naar Tarsia. Vandaag is het warm en morgen nog droog. Daarna wordt het slecht. We gaan nu vanaf de hak rondom de enkel naar de wreef van Italië. En willen dan misschien al dit weekend naar Sicilië. Het is een redelijk mooie autoweg met rechts de “andere” kant van de Apennijnen en links de Tyrreense Zee. We reden oa langs Rocca Imperiale. Niet normaal hoe de huizen boven op elkaar tegen de steile bergwand aan zijn gebouwd onder aan een kasteel.
We gingen het binnenland in. Links en rechts enorm veel fruitbomen. De mandarijnen worden nu geoogst: bakken vol, wagens vol. Langs de weg staan bakken mandarijnen in de verkoop. Absoluut kleurrijk, lijkt wel het oranje legioen. Verderop de olijfbomen, dan weer de wijngaarden. Een zeer vruchtbare streek. Ook af en toe een haag van cactussen. Zó mooi! Zeker als die binnenkort in bloei staan.
Door DonGatley - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=20280389
Tarsia ligt ook op een berg. Een vrij steile weg met haarspeldbochten bracht ons naar….. tja de camperplaats, maar er was markt! Nou, dacht John, ik ga er gewoon tussen staan. Op de losplek voor campers! Er waren twee plekken voor campers gereserveerd en deze waren vrijgehouden. Dus hopla, en meteen naar de koffie.
Een tweede kop koffie namen we bij een ander barretje in de zon. Genieten! 21°! Toen de markt op en olijven + kaas gekocht, van alles geproefd, maar dat was allemaal te zout, heel gezellig met de marktman geklept. Kregen prompt 2 euro korting (nog naar €7,-). Vlak naast de camper is ook een kleine bar. Daar genoten we van een prosecco vol in de zon (23°).
Begin middag gingen we fietsen. We begonnen richting de top. De weg ging op enig moment zo steil, dat we het nauwelijks haalden. Ook Tinus had moeite om mee te komen. We werden beloond met een magnifiek uitzicht. De ene kant met besneeuwde toppen, de andere kant ver in het dal met allerlei soorten akkerbouw. Het was echter helaas te steil om een langere tocht te maken. We namen een andere weg terug, want de heenweg was echt te gevaarlijk, te zwaar, zelfs lopend naast de fiets! We hebben de stoelen naast de camper gezet en een heerlijke siësta gehad tot het om 15.30 uur te koud werd. De één of twee restaurants waren gesloten. Begrijpelijk, maar ook best jammer. Zo proeven we nooit de lokale gerechten!
We rijden rustig aan richting Sicilië. Eerste stop was in Cosenza bij de Lidl. De winkel is oké, maar wat een vreselijke stad. Krot-achtige flatgebouwen naast smakeloze nieuwere flats. En vreselijk druk met enorme gaten in de wegen! We stonden meer stil dan we reden. Pfff, eindelijk op de grote weg. John rijdt hartstikke goed, maar in die drukte gaat hij als een Italiaan rijden en springt mijn hart alle kanten op.
We stopten in Tropea. Vanaf dat we de snelweg af kwamen, was het een trieste aanblik. Het is hier langs de kust van de Tyrreense Zee een top A locatie. Maar waar wij langs reden, zag het er vaak niet zo uit. Misschien is dat wel het verschil tussen zomer en winter. In de zomer heeft een vervallen krot nog charme! In de verte zagen we Stromboli, een klein vulkaaneiland dat deel uitmaakt van een vulkanische archipel ten noorden van Sicilië. Stromboli is de actiefste vulkaan van Europa met elke 40 minuten een uitbarsting. Voortdurend vinden kleine erupties plaats, waarbij lavaproppen metershoog de lucht in worden geslingerd. De meeste brokken vallen weer terug in één van de drie kraters, maar er valt ook geregeld lava in zee. Op dit vulkaaneiland ligt het dorpje Ginostra. Wie wil daar wonen of op vakantie gaan!?
Het was een lange kronkelende weg en we maakten ons best zorgen over dat o zo aanbevolen Tropea. Toch…. toen we aan kwamen rijden en hoog boven ons op de rots Tropeo zagen liggen, waren we - zeg maar rustig - onder de indruk. Het was zwaar bewolkt. Maar desondanks pakten we direct de fiets en trapten onszelf naar boven. Een stukje langs de haven en de kust en toen op de hoogste ondersteuning en de hoogste versnelling. We worden behoorlijk bedreven in het nemen van dit soort steile wegen! De stad is oud met twee “hoofdstraten” en heel veel smallere straten, waar nog steeds - zei het ternauwernood - auto’s doorheen kunnen rijden. En natuurlijk ook veel echt smalle steegjes waar je net aan doorheen kunt fietsen/lopen.
Vanaf meerdere terrassen zijn er prachtige vergezichten langs de rotsachtige kusten met af en toe zandstrand en in de verte uit de zee opdoemende bergen/vulkanen. We hebben zo ongeveer alle straatjes bekeken alvorens we teruggingen. Met de kerstverlichting is men nog bezig. Best jammer, want dat schijnt spectaculair te zijn. We waren nog niet terug of het barstte boven ons hoofd los. Onweer, bliksem, stortregen! We konden de fietsen niet meer afdekken en ook niet het gas aanzetten. Het ging waanzinnig te keer! Wat waren we blij dat we de oude stad al bezocht hadden. Het is echt "Pluk de dag”.
Met een fles rode wijn, wat kleine snacks en computerwerk kwamen we de avond door. Tegen middernacht was het even droog en konden de fietsen achterop en onder het afdekzeil. De dakluiken bleven voor het eerst gesloten. Te heftige rukwinden! Vlak bij ons hoofdkussen deden we een klapraam op een kier. Het bleef de hele nacht spannend.
Prachtig weer, geen vuiltje aan de lucht! Dit keer liepen we naar boven: 200 treden! We hebben opnieuw door de straten geslenterd en in de zon koffie gedronken. Heerlijk! Echt zo genieten!
Daarna reden we naar Capo Vaticano, een bijzonder mooi punt dat je absoluut gezien moet hebben. Onderweg nog een paar boodschappen (zalm op de huid, broccoli, Cornflakes, boter).
Het is absoluut waar: een uitzonderlijk mooie plek. We hebben op “ons” terras genoten van een late, warme lunch met nog steeds in de verte uitzicht op de vulkaan archipel. Daarna siësta en toen het te koud werd naar binnen. Het was weer een heerlijke dag. We keken over de donkere zee en zagen vrijwel continue lichtflitsen. Bijzonder mooi, zoals de zee en de hemel steeds werden verlicht. Af en toe zagen we een vuurgloed bij de vulkaan. Pas later begrepen we dat dit erupties waren. Ook later op de avond kwam het onweer onze kant op en opnieuw was het donder, bliksem en regen. En opnieuw moest het dakluik dicht blijven.
Maar we hebben heerlijk geslapen.
We ontbeten op het terras en hebben een paar uur van de zon genoten. Een aardige Italiaan, die hier wandelde met een erg jonge pup, bracht ons een paar sinaasappels en appels. Hij had deze hier geplukt en zei ons dat we dit echt moesten proeven. We zien nu duidelijk dat twee kraters op Stromboli enorme rookpluimen geven. Gisteren leken dat wolken. Waarschijnlijk kunnen we bij echt helder weer ook de Etna op Sicilië hiervandaan zien.
Mooie kustroute, maar veel zand op de wegen door regenval, veel gaten in het wegdek en de huizen zijn vaak zeer slecht onderhouden of nog steeds onaf, dwz grote gemetselde stenen maar het afwerken (pleisterwerk) moet ooit nog eens plaatsvinden. Op veel wegen ligt afval. Werkelijk onbegrijpelijk! Is er in Italië soms sprake van een vuilophaaldienst staking? Het is gewoon best vaak een smeerboel! Verder lijken deze streken arm, hoewel er een prachtig zandstrand langs de kust loopt. In eerste instantie wilden we koffie drinken in Nicotera Marina. Troosteloos en er was gewoon niets! Dus door naar San Fernando. Een loungebar aan de boulevard was open. Tinus even uitrennen op het strand en eindelijk koffie. Op het strand zijn een paar restauraties en verderop verschillende in aanbouw. Hier Is men dus wel bezig met toeristische exploitatie. De loungebar trok ons niet aan, maar weinig keus. We namen koffie die tegen alle verwachting in heerlijk smaakte en bij elkaar maar €3,- kostte. Het publiek (yuppen) deed ons denken aan de Ndrangheta, de maffia van Calabrië (Cosa Nostra = Sicilië, Camorra = Napels). Niet zo zeer Don Corleone koppen, maar wel “zie mij”! Dure auto op de zebra, want een paar meter lopen geeft geen pas. De aanwezige vrouwen gekleed in - indien mogelijk - nog meer mini dan eind jaren zestig!
Enfin, niet ons ding. De camping die John had uitgezocht en met super recensies lag er nu toch verlaten bij. Dus zijn we doorgereden en gingen we lunchen in de plaats Palmi. Volgens Google waren meerdere restaurants open. Niet dus! We hebben tenslotte - op de vlucht voor het onweer - gezellig gegeten bij Caffé Bistro en konden op ons gemak nieuwe plannen maken. Dat werd Sicilië!
Een uur later waren we op de veerboot naar Messina. Alles verliep vlotjes. Direct de stad uit en via de kustweg naar Taormina, waar we een gratis camperplaats hadden vlak achter hotel Corallo met uitzicht over de Ionische Zee, een bank en kerstverlichting direct voor onze camper. We vielen al vroeg als een blok in slaap.
We waren al vroeg op. Heerlijk op het bankje in de zon ontbeten. Het wordt - is al een warme dag. Zomerkleding en wandelschoenen aan. Voldoende water mee, want het dorp Taormina ligt ruim 200 meter hoger. Ook voor Tinus water + brokjes! En daar gingen we. Je hebt dagen dat alles vanzelf lijkt te gaan en ook dagen dat je benen niet willen. Dit laatste was bij mij het geval. John ging als een geroutineerde hiker de helling op. Ik sleepte mij voort. Maar nog voor tienen bereikten wij het oude dorp en begaven ons direct naar het nog hóger gelegen grieks/romeinse Teatro Antico. De eerste bouw was al in de 3e eeuw voor Christus, wat we zagen is vooral van de 2e eeuw na Christus en later. Dit amfitheater had een capaciteit voor 10.000 toeschouwers. Later werd het orkest van 35 diameter omgebouwd tot arena en vonden er schouwspelen van gevechten tussen gladiatoren en wilde dieren plaats. In 1787 schreef Goethe tijdens zijn bezoek: “Rechts kijken kastelen uit over de kliffen. Voor ons ligt het volledige, lange bergmassief van de Etna; links de kustlijn tot aan Catania, of liever gezegd Syracuse; en het weidse panorama wordt gecompleteerd door de kolossale, rokende vulkaan, die in de zachtheid van de lucht verder weg en zachter lijkt en geen angst inboezemt.”
Nou, daar kunnen wij nu over meepraten:
We konden op onze weg omhoog steeds de Etna zien met de besneeuwde top en de rookpluim uit de krater. Op het terras drinken we koffie. Prachtig weer en prachtig uitzicht. Daarna verlieten we het Teatro en wandelden we op en af door Taormina. Enorm toeristisch, met de ene na de andere souvenirwinkel. Ook mooie kledingwinkels, dure horloge- en brillen winkels, etc. In een opwelling besloten we door te wandelen naar Castelmola, dat we ver boven ons zagen. Ja hoor, nog eens ruim 300 meter omhoog. Met veel geploeter en de nodige pauzes bereikten we ook dit doel.
Castelmola heeft een van de mooiste uitzichten van heel Sicilië. Aan de ene kant kijk je uit op de vulkaan de Etna, aan de andere kant kijk je op Taormina en de azuurblauwe Ionische Zee. Echt zo super mooi! Verbazingwekkend, maar ook hier rijden auto's. Nog maar weinig spiegels zijn onbeschadigd. We liepen een trap op waar langszij de helling liep, zodat er auto’s over konden. Italianen zijn absoluut prettig gestoord. We begaven ons opnieuw naar het hoogste punt om tot slot te gaan lunchen bij Bar di Turrisi, een drie verdiepingen tellend, oud restaurant/bar, dat dateert uit 1947 en is bedekt met fallus decoraties die vruchtbaarheid symboliseren. De inrichting, elke centimeter van de zaak, is bedekt met fallus afbeeldingen in alle soorten, maten en kleuren. Deze staan op de aanrechtbladen, zijn in trapleuningen en stoelen gekerfd, aan de muren gehangen en op de menukaarten getekend. Glasgeblazen lampen in fallusvorm en je kunt er zelfs je handen wassen onder een kraan in de vorm van een mannelijk lid wanneer je naar het toilet gaat. Op het toilet staan meerdere standjes van penetratie afgebeeld. Hilarisch!!!! En een voor de hand liggende locatie voor een maiden party die gaande was.
Enfin, we zaten heerlijk op het balkon van de tweede etage en onze salade Cesare + onze pizza smaakten verrukkelijk. De pizza werd in drieën gedeeld: John ⅓, ik ⅓ en Tinus de korsten. We hebben daarna nog even genoten van de verschillende plekken met magnifieke vergezichten alvorens te voet (we konden ook de bus nemen) terug te keren naar het oude dorp Taormina. Bij Bar Bam Bam, bekend om zijn uitzonderlijke Siciliaanse granita (= geschaafd ijs met authentieke fruitsmaken in combinatie met warme brioche), namen wij slechts koffie. Te moe om nog van iets te kunnen genieten en we moesten nog ruim 200 meter dalen naar onze camper. Daar viel ik onmiddellijk in slaap.