Het aanmaken van een modelklas kan via de Classroom app binnen G4E.
Dit gebeurt steeds door de vakexpert of onder toezicht van de vakexpert.
De bedoeling is dat de modelklas een naam krijgt die overeenkomt met het hoofdtraject van een vakgroep of een volwaardige deelopleiding.
Voorbeeld:
De vakgroep Onderhoudselektricien, heeft ook het opleidingstraject onderhoudselektricien als hoofdtraject.
De classroom zal dan ook MC_Onderhoudselektricien heten.
Het is mogelijk dat binnen een vakgebied meerdere volwaardige opleidingen worden voorzien, waardoor er eventueel meerdere modelklassen kunnen ontstaan.
Deze klassen kunnen al dan niet gebruik maken van opleidingsinhoud uit de eigen vakgroep.
Wanneer de vakexpert voor een specifieke doelgroep een traject uitwerkt, kan dit eveneens een modelklas zijn.
In deze klas wordt de neerslag teruggevonden van het afsprakenkader tussen partners en de VDAB.
Voor de spoorwegen wordt een traject uitgetekend waarbij zowel intern binnen de VDAB als extern bij de partner (NMBS) een deel van de opleiding zal doorgaan.
Aangezien NMBS doorheen gans Vlaanderen vestigingen heeft, zal dit een traject zijn dat Vlaanderen breed wordt afgestemd en dit onder beheer van de vakexpert.
Het traject zal niet alles bevatten van het bestaande VDAB opleidingstraject, maar er is wel een noodzaak voor uniforme aanpak in alle opleidingscentra.
Dit opleidingstraject zal ook uitgewerkt worden in een modelklas.
Voorbeeld: MC_NMBS_OHE.
Uit deze voorbeelden blijkt dat het gebruik van modelklassen niet beperkt is tot één klas per vakgroep.
Er kan eventueel een lijst van modelklassen worden aangemaakt, waarbij verschillende opleidingstrajecten kunnen worden aangeboden, al dan niet met cursusinhoud beperkt tot het eigen vakgebied.
Modelklassen worden aangemaakt door de vakexpert of onder toezicht van de vakexpert.
De naam van de modelklas moet overeenkomen met het hoofdtraject van een vakgroep of een volwaardige deelopleiding.
Het is mogelijk dat er meerdere modelklassen worden aangemaakt voor een vakgebied, al dan niet met cursusinhoud beperkt tot het eigen vakgebied.
Maak een duidelijke structuur voor de inhoud van de modelklas.
Gebruik duidelijke en consistente benamingen voor de inhoud.
Zorg ervoor dat de inhoud up-to-date is.
Voor het maken van modelklassen zijn er een aantal aandachtspunten te noemen:
Standaard didactische aspecten
Modelklassen moeten de standaard didactische aspecten behouden: inschatting, remediëring en evaluatie.
Dit principe wordt ook gebruikt voor het opbouwen van de portaal/module sites.
Unieke benamingen
De benaming van de modelklas moet uniek zijn binnen de VDAB.
Dit maakt het mogelijk om het opleidingstraject terug te vinden.
Unieke benamingen voor opdrachten en onderwerpen
Unieke benamingen voor opdrachten en onderwerpen zijn noodzakelijk om over verschillende classrooms heen, identieke competenties te kunnen herkennen.
Dit maakt het mogelijk om scores en opleidingen te hergebruiken in verschillende trajecten.
Verschillende namen voor verschillende competenties
Heb je identiek beoogde competenties, maar een verschillend aanbod van opleidingsinhoud, maak dan gebruik van verschillende namen.
Dit maakt het mogelijk om de bron van de opleiding terug te vinden.
Kruisverwijzing naar beoogde competenties
Het is aan te bevelen om in de modelklas een kruisverwijzing te maken naar de beoogde competenties.
Dit maakt het mogelijk om de competenties correct doorheen Vlaanderen in te vullen.
Geen cursisten toevoegen
Aan de modelklas worden door de instructeurs geen cursisten toegevoegd.
Er wordt echter standaard een dummy cursist toegevoegd aan alle classrooms.
Maak een duidelijke structuur voor de inhoud van de modelklas.
Gebruik duidelijke en consistente benamingen voor de inhoud.
Zorg ervoor dat de inhoud up-to-date is.
Door deze aandachtspunten te volgen, kunnen modelklassen worden gemaakt die voldoen aan de eisen van de VDAB.
Deze klassen kunnen dan worden gebruikt om de kwaliteit van de opleidingen te verbeteren en de efficiëntie te verhogen.