De bestaande cursussen worden opgedeeld in verschillende modules.
Een module wordt beschouwd als een op zichzelf staand geheel dat flexibel in verschillende contexten of cursussen kan worden gebruikt en een specifiek niveau afbakent. Bijvoorbeeld, het concept van "zeer lage veiligheidsspanning" komt voor in zowel de opleiding onderhoudselektricien (industriële cluster) als in de opleiding residentieel elektricien (bouwcluster).
Een module omvat idealiter de volgende elementen:
Inschatting:
Dit is optioneel en kan worden gebruikt om de geschatte duur of noodzaak van de module te bepalen.
Remediëring:
Deze omvat zowel theoretische als praktische aspecten, in de breedste zin van het woord.
Het kan oefeningen, technische vragen, quizzes en praktische toepassingen van theoretische concepten omvatten.
Evaluaties:
Deze omvatten meestal zowel theoretische als praktische beoordelingsmomenten, bekend als "milestones," en vormen de basis voor de voortgang in de opleiding.
Deze evaluaties kunnen al dan niet leiden tot het behalen van een certificaat.
Het gebruik van Google Classroom biedt de flexibiliteit om cursussen samen te stellen door onderdelen uit andere cursussen te hergebruiken.
Dit maximaliseert de efficiëntie in het maken en hergebruiken van opleidingsonderdelen.
Echter, om deze flexibiliteit effectief te benutten, is het essentieel om duidelijke benamingen te gebruiken voor de onderdelen in een cursus, zodat modules gemakkelijk herkenbaar zijn, zelfs wanneer ze in andere syllabi worden hergebruikt.
Een bepaalde volgorde van modules bij het opbouwen van een cursus is logisch, als competenties worden opgebouwd op basis van de inhoud van eerdere modules.
Het gebruik van nummering in de modulebenamingen en koppen is een handige manier om deze volgorde aan te duiden.
Dit geldt ook binnen Google Sites, waar je hiërarchische structuren kunt opbouwen vanaf de modulesite, pagina's tot en met kopniveaus.
Hier zijn enkele richtlijnen voor nummering en benaming:
Nummering van modules:
Gebruik nummers in de modulebenamingen om de volgorde en hiërarchie aan te duiden.
Bijvoorbeeld, "Module 6" kan de zesde module in de cursus aangeven.
Nummering van pagina's:
Binnen een Google Site is het handig om pagina's te nummeren, zodat je duidelijke verwijzingen kunt maken.
Bijvoorbeeld, "Pagina 6.4" kan aangeven dat dit onderdeel van Module 6 is.
Subpagina's:
Als je diepgang in de cursusstructuur wilt aanduiden, kun je subpagina's gebruiken.
Nummering kan hier ook nuttig zijn om de hiërarchie te benadrukken.
Bijvoorbeeld, "Subpagina 6.4.1" kan de eerste subpagina zijn van Module 6, Pagina 4.
Voorbeeld:
De pagina 6.4.1 Afmetingen en indeling is op deze wijze herkenbaar binnen de cursus als:
Behorende tot module 6, op de pagina 4 en de subpagina 1.
De module 6 gaat over:
6 BUITEN-SCHIETSPORT ACCOMMODATIES KOGELSCHIETEN
De pagina 4 behandelt het onderwerp:
6.4 Voorzieningen voor alle soorten (kogel)buitenschietbanen
De sub-pagina 1 bevat de informatie over:
de Afmeting en indeling van een buitenschietbaan: 6.4.1 Afmetingen en indeling
Het gebruik van nummering op deze manier maakt het gemakkelijk om binnen de cursus te navigeren en de structuur van de cursus duidelijk te begrijpen.
Het helpt ook bij het herkennen en verwijzen naar specifieke onderdelen, zelfs als ze in verschillende contexten worden gebruikt.
Bij het vertalen van een bestaande papieren cursus naar een digitale versie zijn er enkele belangrijke overwegingen om in gedachten te houden, vooral met betrekking tot de opbouw van de digitale cursus.
Hier zijn enkele richtlijnen:
Modulaire structuur:
Het is raadzaam om een modulaire structuur te gebruiken.
Dit houdt in dat elk hoofdstuk of onderdeel van de papieren cursus wordt omgezet in een afzonderlijke module in de digitale versie.
Elke module kan worden voorafgegaan door een inschatting en worden afgesloten met een evaluatie.
Kritische evaluatie:
Voordat je de papieren cursus omzet, is het essentieel om deze kritisch te evalueren.
Sommige onderdelen, zoals een algemene inleiding, zijn mogelijk niet zinvol om te herhalen in elke module.
Zorg ervoor dat de structuur en inhoud van de digitale cursus logisch en efficiënt zijn.
Herbruikbare modules:
Het doel is om modules te creëren die op zichzelf staan en herbruikbaar zijn in andere syllabi.
Dit vergroot de flexibiliteit en efficiëntie bij het samenstellen van nieuwe cursussen door het hergebruik van cursusonderdelen mogelijk te maken.
Didactische principes:
Houd vast aan de basisdidactische principes in elke module, wat kan inhouden.
Zorg ervoor dat er ruimte is voor deze principes in de structuur van elke module.
inschatting (om de voorkennis van de cursist vast te stellen)
remediëring (de daadwerkelijke cursusinhoud)
evaluatie (het meten van de leerresultaten).
Inschatten en evalueren:
Als de papieren cursus onvoldoende duidelijkheid biedt over het inschatten en evalueren van de leerresultaten, houd dan ruimte vrij in de structuur voor deze aspecten.
Het aanmaken van inschattingen en evaluaties kan later worden behandeld door de vakgroep.
Door deze richtlijnen te volgen en een zorgvuldige analyse van de papieren cursus uit te voeren, kun je een digitale cursus structureren die efficiënt is, herbruikbare modules bevat en aansluit bij de didactische behoeften van de cursisten.
Dit voorkomt problemen met nummering en benaming van onderdelen in de toekomst.
Het evalueren van cursisten is een cruciaal onderdeel van elke opleiding en moet zorgvuldig worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de cursisten de nodige competenties verwerven.
Hier zijn enkele overwegingen met betrekking tot evaluatie:
Focus op toepassing van competenties:
In de VDAB-context is evaluatie gericht op de toepassing van competenties die relevant zijn voor het werkveld.
Dit betekent dat praktische toepassing de prioriteit heeft, maar dit sluit het theoretisch bevragen niet uit.
Een evenwicht tussen praktijk en theorie is belangrijk.
Vaststellen van doelen:
Voordat je een evaluatie ontwerpt, is het van essentieel belang om duidelijke doelen en leerresultaten vast te stellen voor de cursus of module.
Wat moeten de cursisten kunnen na het voltooien van de opleiding?
Uniformiteit en consistentie:
Het is belangrijk dat de evaluatieprocessen uniform en consistent zijn, zodat dezelfde criteria en meetprincipes worden toegepast in alle VDAB-centra en opleidingen.
Dit zorgt voor een hoge mate van uniformiteit in de opleidingen.
Vakgroepbetrokkenheid:
De evaluaties moeten grondig worden besproken en uitgewerkt binnen de vakgroep.
Dit omvat het vaststellen van duidelijke evaluatiecriteria en meetmethoden.
De vakgroep speelt een essentiële rol bij het waarborgen van uniformiteit.
Technisch pedagogisch dossier:
De resultaten van de evaluaties zijn van cruciaal belang en relevant voor het technisch pedagogisch dossier.
Dit dossier is nodig om de competenties van de cursisten vast te stellen.
Variatie in evaluatiemethoden:
Het is raadzaam om verschillende evaluatiemethoden te gebruiken, waaronder praktische beoordelingen, mondelinge beoordelingen en praktijkopdrachten.
Dit zorgt voor een evenwichtige evaluatie van diverse vaardigheden en competenties.
Neen.
Het principe van permanente evaluatie sluit niet uit dat er evaluaties zijn "gebundeld" op een nummering en benaming binnen de classrooms en cursussen.
Permanente evaluatie houdt in dat evaluaties op regelmatige basis worden uitgevoerd om de voortgang en de verwerving van competenties te meten, en dit kan op verschillende manieren worden gedaan. Hier zijn enkele belangrijke overwegingen:
Meerdere meetmomenten:
Permanente evaluatie omvat het meten van competenties gedurende de gehele cursus of module, niet alleen aan het einde.
Dit kan gedaan worden door middel van regelmatige beoordelingen, opdrachten, quizzes, praktijktesten en andere meetmomenten.
Diverse evaluatiemethoden:
Het gebruik van diverse evaluatiemethoden is essentieel.
Dit kan onder meer praktische beoordelingen, mondelinge beoordelingen, groepsprojecten, presentaties en andere vormen van beoordeling omvatten.
Hierdoor wordt een breed scala aan vaardigheden en competenties gemeten.
Afspraken via de vakgroep:
Het is van groot belang dat de vakgroep afspraken maakt over de aanpak en meetprincipes van permanente evaluatie.
Dit zorgt voor uniformiteit in de evaluatieprocessen binnen de VDAB.
Regelmatige feedback:
Permanente evaluatie omvat ook het geven van regelmatige feedback aan cursisten.
Dit stelt hen in staat om hun prestaties te begrijpen en te verbeteren gedurende de cursus.
Kortom, permanente evaluatie is in lijn met de doelstellingen van de VDAB en biedt de mogelijkheid om de verwerving van competenties gedurende de hele opleiding te meten en te documenteren.
Het is belangrijk om een evenwicht te vinden tussen permanente evaluaties en eindbeoordelingen om de voortgang van cursisten nauwkeurig te meten.
Het gebruik van scorebladen en rapporten is essentieel voor het opvolgen en beoordelen van de cursisten binnen de VDAB-context.
Hier zijn enkele belangrijke overwegingen met betrekking tot scorebladen en rapporten:
Gebruik van gestandaardiseerde tools:
Het is van groot belang dat er binnen de VDAB gestandaardiseerde tools en methoden worden gebruikt om scores en rapporten te verzamelen.
Dit zorgt voor consistentie en uniformiteit bij het beoordelen en opvolgen van cursisten, vooral wanneer er meerdere instructeurs en centra betrokken zijn.
Geschikte registratieplaatsen:
Binnen G4E zijn twee belangrijke plaatsen voor het registreren van scores en rapporten:
de Classroom in het tabblad "Beoordelingen"
formulieren/quizzes die geëxporteerd kunnen worden naar spreadsheets.
Het is raadzaam om binnen de vakgroep af te spreken welke registratieplaatsen voor welke soorten beoordelingen worden gebruikt.
Summatieve en formatieve evaluaties:
Het onderscheid tussen summatieve en formatieve evaluaties is van cruciaal belang.
Summatieve evaluaties beoordelen de algehele prestatie van de cursist aan het einde van een module of cursus, terwijl formatieve evaluaties gericht zijn op het meten van de voortgang en het verstrekken van feedback tijdens de cursus.
Het gebruik van zowel summatieve als formatieve evaluaties biedt een uitgebreid inzicht in de prestaties van de cursisten.
Administratieve efficiëntie bij het verbeteren:
Het gebruik van formulieren kan aanzienlijke administratieve efficiëntie opleveren.
Deze tools kunnen automatisch scores berekenen en feedback verstrekken, waardoor instructeurs tijd besparen en uniformiteit wordt bereikt tussen verschillende centra.
Administratieve efficiëntie bij het TPD:
Het is van groot belang dat scores en rapporten kunnen worden gekoppeld aan de competenties in het technisch-pedagogisch dossier.
Dat zal het invullen van het TPD des te gemakkelijker maken.
Samenvattend is het gebruik van gestandaardiseerde tools, het onderscheid tussen summatieve en formatieve evaluaties, en de koppeling aan het technisch-pedagogisch dossier van essentieel belang voor een effectieve evaluatie en opvolging van cursisten.
Het is belangrijk dat deze processen worden afgestemd en gestandaardiseerd binnen de vakgroep om uniformiteit te waarborgen.
Jazeker, je kunt andere formulieren en tools gebruiken, maar het is essentieel dat er duidelijke afspraken en procedures worden vastgesteld en dat alle betrokkenen binnen de vakgroep op de hoogte zijn.
Steeds meer tools (bv Peardeck en Kahoot) zijn trouwens een rechtstreekse addon in Google Classroom, waardoor de resultaten van die tools rechtstreeks bij het tabblad 'beoordelingen' komen.
Het uiteindelijke doel is om de beoordeling en opvolging van cursisten te stroomlijnen en te digitaliseren, en dit begint met de digitalisering van bestaande papieren cursussen.