Start nieuwe serie fotoblogs: Volendam en veer naar Marken.
De oorsprong van de Zeeuwse vestingstad Sluis ligt in de tweede helft van de dertiende eeuw. Het stadje ontstond rond 1260 onder de oorspronkelijke naam Lamminsvliet bij een uitwateringssluis in de getijdengeul de Lambertusvliet. De snelle groei van de nederzetting was een direct gevolg van de grootschalige verzanding van het Zwin. Omdat de vitale zeearm naar de Vlaamse wereldstad Brugge dichtslibde, konden grote handelsschepen de Vlaamse metropool niet meer rechtstreeks bereiken. Lamminsvliet fungeerde vanaf dat moment als de noodzakelijke voorhaven waar goederen moesten worden overgeladen. In 1290 verleende graaf Jan I van Namen officiële stadsrechten aan de nederzetting, die in 1324 haar definitieve naam Sluis kreeg. (Bron: Ontstaan van de stad Sluis). [1, 2, 3, 4, 5]
Vanwege de strategische ligging aan de monding van het Zwin vormde Sluis eeuwenlang het toneel van hevige internationale conflicten. Tijdens de Honderdjarige Oorlog vond in 1340 de Slag bij Sluis plaats, waarbij de Engelse vloot de Franse armada vernietigend versloeg in de Zwinmonding. Om de haven te beschermen, gaven de opeenvolgende graven van Vlaanderen en de Bourgondische hertogen opdracht tot de bouw van omvangrijke defensiewerken. Aan het einde van de veertiende eeuw werd er een kasteel met muren van bijna vier meter dik op de oostoever gebouwd en kreeg Sluis zware stenen stadspoorten. (Bron: Zeeuwse Ankers - Sluis, bolwerk van natuur en historie). [1, 2, 3, 4, 5]
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog veranderde Sluis definitief in een zwaarbewapende grensbarrière. Nadat de stad in 1587 door de Spaanse hertog van Parma was ingenomen, wist prins Maurits van Nassau Sluis in 1604 na een langdurig beleg te heroveren voor de Staatse Republiek. Onder leiding van vestingbouwer Adriaen Anthonisz werden de middeleeuwse muren direct gemoderniseerd en uitgebreid met brede aarden wallen, grachten en bastions volgens het Oud-Nederlandse vestingstelsel. Hoewel de handelsfunctie door de definitieve verzanding van het Zwin volledig verloren ging, behield Sluis tot ver in de negentiende eeuw haar betekenis als militair bolwerk aan de grens met de Zuidelijke Nederlanden. (Bron: Vesting Sluis - Encyclopedie van Zeeland). [1, 2, 3, 4, 5]
De bakermat van het Nederlandse woordenboek: Sluis is de geboorteplaats van Johan Hendrik van Dale, de grondlegger van het Groot woordenboek der Nederlandse taal. Van Dale werkte in de negentiende eeuw als hoofdonderwijzer en stadsarchivaris in Sluis, waar hij tot aan zijn overlijden in 1872 werkte aan de alfabetische ordening en beschrijving van de Nederlandse woordenschat. (Bron: Heemkundige Kring West-Zeeuws-Vlaanderen - J.H. van Dale).
Het enige middeleeuwse belfort van Nederland: Sluis bezit het enige stadhuis met een belforttoren binnen de Nederlandse landgrenzen. Dit veertiende-eeuwse bouwwerk, uitgerust met vier hoektorentjes en een zware stormklok, weerspiegelt de nauwe historische en architectonische banden van Sluis met de middeleeuwse steden in het voormalige graafschap Vlaanderen. (Bron: Rijksmonumenten - Belfort van Sluis).
De mislukte Spaanse list door een lege klokkenslag: In het jaar 1606 strandde een Spaanse verrassingsaanval op Sluis omdat de klokken van het belfort al langere tijd defect waren. De Spaanse soldaten wachtten buiten de Oostpoort tevergeefs op het afgesproken klokkensignaal voor de bestorming, raakten in verwarring door de stilte en dropen onverrichter zake af. (Bron: Zeeuwse Ankers - Jantje van Sluis).
Een windmolen vernoemd naar een oostere wind: Aan de vestingwallen staat de stenen korenmolen De Brak, die dateert uit 1739. De specifieke naam van deze stellingmolen verwijst historisch gezien naar een 'brak', een destijds gebruikte Zeeuwse term voor een gure, harde windvlaag die vanuit het oosten over de polders raasde en de molenaar dwong de zeilen extra snel te reven. (Bron: Molen database - De Brak te Sluis).