N I E U W: een klokgevel in Broek in Waterland die heel veel jonger is dan hij zich voordoet.
Lhee is een van de oudste esdorpen van Drenthe en ademt nog steeds de sfeer van vroeger. Al in de vroege middeleeuwen was dit dorp een flink stuk groter en belangrijker dan het naburige Dwingeloo. De kern van het dorp is herkenbaar aan de karakteristieke brink en de vele Saksische boerderijen met hun rieten daken. Een uniek historisch detail is de vondst van de Spieker, een middeleeuwse opslagplaats voor het graan dat boeren als belasting aan de bisschop moesten betalen. Ook opmerkelijk is dat het oude dorpsschooltje uit de achttiende eeuw tegenwoordig in het Openluchtmuseum in Arnhem staat. Tegenwoordig houdt het dorp zijn geschiedenis levend met de jaarlijkse oogstdag waarbij alles nog precies zo gaat als rond het jaar 1900.
Groter en belangrijker dan Dwingeloo: Hoewel Lhee tegenwoordig een rustige buurtschap is onder de rook van Dwingeloo, was dat vroeger compleet omgekeerd. Uit oude bisschoppelijke documenten blijkt dat Lhee in de tiende eeuw (rond het jaar 944) aanzienlijk groter was en veel meer belastinghoeven telde dan Dwingeloo. Pas toen de Drentse adel zich later massaal in Dwingeloo vestigde, werd dat dorp de officiële hoofdplaats van het schultambt.
Unieke middeleeuwse belastingkluis: In 1953 stuitten gemeentewerkers in het hart van het esdorp op de fundamenten van de Spieker van Lhee. Een spieker (afgeleid van het Latijnse spica, wat graan-aar betekent) was een zwaarbeveiligde, houten middeleeuwse opslagplaats. Hier moesten lokale boeren hun belasting in natura (zoals rogge en gerst) afstaan aan de bisschop van Utrecht. De teruggevonden fundamenten van veldkeien vormen de enige tastbare resten van zo'n type bouwwerk in heel Drenthe.
Het 'verhuisde' dorpsschooltje: Lhee had al sinds 1641 een eigen 'bijschool' waar de dorpskinderen les kregen. In 1782 werd er een nieuw schoolgebouwtje neergezet met bakstenen muren en een vloer van veldkeien. Hoewel er tot 1860 les werd gegeven, is het pand daarna afgebroken en steen voor steen herbouwd: in 1953 werd het namelijk volledig overgebracht naar het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem, waar het vandaag de dag nog altijd volledig ingericht te bewonderen is.
Het ondergestoven oerdorp: De adembenemende, heuvelachtige bossen van het Lheederzand danken hun glooiingen aan een historische milieuramp. In de vroege middeleeuwen kapten en ontgonnen de boeren van Lhee zoveel omliggend bos dat de wind vrij spel kreeg op de zandgrond. Het gevolg? De vroege middeleeuwse nederzetting raakte grotendeels ondergestoven door het woeste stuifzand. Pas in de twintigste eeuw zijn er massaal bomen geplant om het zand definitief te temmen.