N I E U W: een klokgevel in Broek in Waterland die heel veel jonger is dan hij zich voordoet.
Rolde vormde eeuwenlang het trotse politieke en juridische hart van Drenthe als de plek waar de etstoel rechtsprak. Dit historische esdorp was de hoofdplaats van het dingspil Rolderding en is strategisch gelegen naast de Hondsrug. De middeleeuwse geschiedenis is nog steeds voelbaar op de grote brinken die het dorp een ruimtelijk en statig karakter geven. Door de gunstige ligging op oude handelsroutes groeide Rolde uit tot een onmisbaar knooppunt in de provincie.
Het meest beeldbepalende monument van het dorp is de Jacobuskerk met zijn indrukwekkende gotische toren die al van verre boven het landschap uitsteekt. Deze vijftiende-eeuwse kerk fungeerde vroeger als baken voor reizigers die over de woeste heidevelden trokken. Direct achter de kerk liggen de beroemde hunebedden D17 en D18 die als prehistorische reuzen de tand des tijds hebben doorstaan. Deze hunebedden behoren tot de meest gefotografeerde objecten van de provincie en bewijzen dat Rolde al duizenden jaren een geliefde woonplaats is.
Een ander markant herkenningspunt is de korenmolen De Hoop uit 1850 die nog steeds fier over de daken van het dorp waakt. Langs de klinkerwegen vind je diverse Saksische boerderijen die de rijke agrarische historie van het dorp prachtig illustreren. Ook de oude begraafplaats bij de kerk bevat grafstenen die verhalen vertellen over de invloedrijke families die hier ooit de scepter zwaaiden. Tegenwoordig is Rolde een geliefde stop voor wandelaars op het Pieterpad die genieten van de perfecte mix tussen prehistorie en middeleeuwse grandeur.
Honderden schapen op de rechtbank: Voordat de rechterlijke macht (de etstoel) in de vijftiende eeuw verhuisde naar de Jacobuskerk, spraken de Drentse rechters recht in de openlucht op de Grote Brink van Rolde. De rechtszittingen vonden plaats te midden van het dagelijkse boerenleven. Het was destijds volkomen normaal dat de etten (rechters) hun vonnissen over diefstal of moord moesten uitspreken terwijl er honderden grazende schapen en loeiende koeien rond de rechtbank liepen.
De Jacobuskerk had een dubbelganger: Wie in de vijftiende eeuw over de kale, woeste heidevelden van Drenthe reisde, kon de weg vinden dankzij twee identieke bakens. De karakteristieke gotische toren van de Jacobuskerk in Rolde (gebouwd rond 1425) was namelijk een exacte architectonische kopie van de toren van de Sint-Pancratiuskerk in Emmen. Beide torens zijn destijds door dezelfde bouwmeesters ontworpen om reizigers veilig door het verraderlijke Drentse landschap te loodsen.
Hunebedden als koninklijke attractie: De indrukwekkende hunebedden D17 en D18 achter de kerk trokken al vroeg internationale vorstelijke aandacht. Op 11 mei 1809 bracht koning Lodewijk Napoleon (de broer van Napoleon Bonaparte en de allereerste koning van Holland) een officieel bezoek aan Rolde. Hij was zo gefascineerd door de prehistorische stenen dat hij direct geld doneerde om de hunebedden aan te kopen, waarmee hij de basis legde voor de allereerste wettelijke monumentenbescherming in Nederland.
De molen overleefde een vuurzee: Korenmolen De Hoop kent een dramatische voorgeschiedenis. De huidige stellingmolen stamt uit 1850, maar zijn houten voorganger werd op 24 september 1849 in as gelegd tijdens een gigantische dorpsbrand. Die vuurzee legde niet alleen de molen, maar ook een groot deel van de omliggende Saksische boerderijen rond de Brink volledig in de as. De molenaar besloot direct na de ramp een veel robuustere, stenen molen te bouwen, die tot op de dag van vandaag het dorpsbeeld siert.
Jacobuskerk in Rolde