N I E U W: Het laatste gemeentehuis van Broek in Waterland werd een kerkelijke kosterij.
Kamp Westerbork heeft een gelaagde en aangrijpende geschiedenis die al voor de Tweede Wereldoorlog begon. De Nederlandse regering bouwde het in 1939 als centraal vluchtelingenkamp voor Joden die nazi-Duitsland waren ontvlucht. Na de Duitse inval in 1940 namen de bezetters het kamp over en veranderde het in juli 1942 in een doorgangskamp. Vanuit dit 'voorportaal van de hel' vertrok wekelijks een trein naar vernietigingskampen in Oost-Europa. In totaal werden ruim 100.000 Joden, Sinti en Roma gedeporteerd, van wie slechts ongeveer 5.000 de oorlog overleefden.
Na de bevrijding in 1945 kreeg het kampterrein telkens nieuwe functies. Eerst diende het als interneringskamp voor NSB'ers en andere collaborateurs. Daarna werden er Indische Nederlanders opgevangen die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland kwamen. Vanaf 1951 tot 1971 fungeerde de plek onder de naam Woonoord Schattenberg als tijdelijk tehuis voor duizenden gedemobiliseerde Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen. De Molukse periode is uiteindelijk de langste bewoningsgeschiedenis van de locatie geweest.
Tegenwoordig is het voormalige kampterrein een gedenkplaats waar de leegte en stilte overheersen. De meeste barakken zijn na 1971 gesloopt om plaats te maken voor de telescopen van de Westerbork Synthese Radio Telescoop. Op de historische plek herinneren nu het Nationaal Monument Westerbork en de 102.000 stenen aan de individuele slachtoffers. In het nabijgelegen Herinneringscentrum Kamp Westerbork worden de persoonlijke verhalen van overlevenden en slachtoffers levend gehouden via tentoonstellingen en educatieve programma's.
Boulevard des Misères: De centrale spoorlijn die dwars door het kamp liep, kreeg van de gevangenen de cynische bijnaam Boulevard des Misères. Langs deze specifieke weg stonden de goederenwagons klaar waarin wekelijks duizenden mensen werden weggesleept naar de vernietigingskampen.
De lange mars: Vanaf november 1942 was de spoorlijn gebruiksklaar. Vóór die tijd moesten gevangenen eerst nog 5 kilometer naar station Hooghalen lopen om op de trein gezet te worden.
Voorzieningen in het woonoord: Tijdens de Molukse periode transformeerde het voormalige doorgangskamp tot een volwaardig dorp met ruim 3.000 bewoners. Er werden destijds een eigen school, een ziekenhuis, winkels, een bioscoop en zelfs een uniek fluitorkest opgericht.
Grote brand in 1958: Het houten barakkencomplex bleef kwetsbaar voor brand. In het jaar 1958 brak er een grote, vernietigende brand uit in Woonoord Schattenberg, waarbij een flink deel van de historische houten huisvesting volledig in de as werd gelegd.
Gedwongen ontruiming: Hoewel de overheid aanvankelijk beloofde dat de Molukse gezinnen in Schattenberg mochten blijven wonen, werd eind jaren vijftig besloten het kamp op te heffen. De allerlaatste bewoners werden begin 1971 onder dwang uit het woonoord gezet en verhuisden naar Bovensmilde, waarna de sloop van de barakken begon.