N I E U W: Kantoren hebben plaatsgemaakt voor exclusief wonen in een unieke stadsvilla van 444 m2
Wismar, gelegen aan de Oostzeekust in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren, ontstond in de vroege dertiende eeuw en ontving rond 1229 officieel stadsrechten. Dankzij de gunstige ligging aan een natuurlijke baai ontwikkelde de nederzetting zich snel tot een van de meest welvarende centra van het Hanzeverbond. Samen met de nabijgelegen steden Lübeck en Rostock domineerde Wismar de overzeese handel in de Oostzeeregio, waarbij de export van haring, laken en lokaal gebrouwen bier een centrale rol speelde in de economische bloei.
De Dertigjarige Oorlog bracht een ingrijpende geopolitieke wending. Bij de Vrede van Westfalen in 1648 werd Wismar toegewezen aan het Koninkrijk Zweden. De Zweden transformeerden de stad tot een van de grootste maritieme vestingen van Europa om hun territoriale invloed in Noord-Duitsland te consolideren. Deze Zweedse periode liet diepe sporen na in het stadsbestuur, de rechtspraak en de lokale cultuur, en duurde formeel tot het begin van de twintigste eeuw.
De architectuur in de historische binnenstad weerspiegelt de middeleeuwse bloeitijd van de baksteengotiek. Het centrale marktplein, met een oppervlakte van circa 10.000 vierkante meter een van de grootste pleinen in Noord-Duitsland, herbergt markante monumenten. Blikvanger is de Wasserkunst, een twaalfkantig waterdistributiegebouw in renaissancestijl dat in 1602 werd voltooid door de Utrechtse architect Filips Brandin en de burgerij eeuwenlang van drinkwater voorzag. Aan hetzelfde plein staat het gildehuis Alter Schwede uit circa 1380, het oudste bewaarde burgerhuis van de stad.
De skyline van Wismar wordt gekenmerkt door drie monumentale kerken. De Sint-Nicolaaskerk (St. Nikolai), gebouwd tussen 1381 en 1487 voor zeevaarders, bezit een van de hoogste kerkschepen van de middeleeuwse baksteenarchitectuur. Van de Sint-Mariakerk (St. Marien) resteert na zware luchtrapportages in de Tweede Wereldoorlog en een bewuste naoorlogse sloop alleen nog de tachtig meter hoge toren. De Sint-Georgekerk (St. Georgen), eveneens zwaar beschadigd in 1945, is na de Duitse hereniging structureel hersteld. Vanwege de uitzonderlijk goed bewaarde middeleeuwse stadsstructuur werd de binnenstad van Wismar in 2002 toegevoegd aan de UNESCO-Werelderfgoedlijst.
De honderdjarige interim-periode: In 1803 verpandde Zweden de stad Wismar voor een periode van honderd jaar aan het hertogdom Mecklenburg-Schwerin via het Verdrag van Malmö; pas toen Zweden in 1903 besloot het pand niet af te lossen, viel de stad officieel en definitief weer volledig onder Duits bestuur. (Stadt Wismar)
De bakermat van een warenhuisimperium: In 1881 opende de ondernemer Rudolph Karstadt zijn allereerste textielwinkel in Wismar onder de naam Tuch-, Manufaktur- und Konfektionsgeschäft Karstadt, wat de basis legde voor de latere landelijke Duitse warenhuisketen. (Wismar Tourismus)
Het decor voor vroege horrorcinematografie: De historische binnenstad en de haven van Wismar dienden in 1921 als het primaire filmdecor voor de beroemde stomme horrorfilm Nosferatu van regisseur F.W. Murnau, waarin de stad de fictieve plaats Wisborg vertegenwoordigde. (UNESCO-Welterbe Wismar)
De waakzame Zweedse hoofden: De gekleurde bustes in de haven, bekend als de Schwedenköpfe, dienden oorspronkelijk in de achttiende eeuw als barokke markeringspalen in de havenmonding om schepen veilig door de vaargeul te loodsen. (Stadt Wismar)