N I E U W: een klokgevel in Broek in Waterland die heel veel jonger is dan hij zich voordoet.
Norg is een eeuwenoud esdorp dat al in de vroege middeleeuwen een centrale plek innam in het Drentse landschap. De geschiedenis van het dorp is geworteld in de landbouw, wat je vandaag de dag nog steeds terugziet aan de maar liefst vijf brinken die het centrum sieren. Lange tijd fungeerde Norg als een belangrijk knooppunt voor reizigers en handelaren die tussen Assen en Groningen trokken. Het dorp wist door de eeuwen heen zijn authentieke karakter te bewaren, zelfs toen de omliggende heidevelden plaatsmaakten voor uitgestrekte bossen.
Het meest beeldbepalende historische gebouw is de Sint-Margaretakerk, een robuust bouwwerk uit de dertiende eeuw met een indrukwekkende zadeldaktoren. Binnenin vind je een zeldzaam doopvont van Bentheimer zandsteen dat al sinds de bouwtijd in de kerk staat. Een ander fascinerend object is Molen de Hoop, een korenmolen uit 1844 die nog steeds fier boven de daken uitsteekt. Samen met de nabijgelegen molen Noordenveld vormt dit een uniek duo dat herinnert aan de tijd dat Norg het maalcentrum voor de verre omtrek was.
In de directe omgeving van het dorp liggen ook de hunebedden D1 en D2, die als prehistorische objecten bewijzen dat dit gebied al duizenden jaren bewoond wordt. In het dorp zelf sieren rietgedekte Saksische boerderijen de straten, waarvan sommige al honderden jaren oud zijn. Deze gebouwen vormen samen met de oude dorpspomp een prachtig decor dat de rijke boerenhistorie van Norg tot leven brengt. Tegenwoordig is het dorp een geliefde plek waar deze tastbare geschiedenis moeiteloos samengaat met moderne recreatie.
De vliegrem-wieken van een Duitse ingenieur: Molen De Hoop (gebouwd in 1857) bezit een uniek technisch hoogstandje dat op geen enkele andere molen in Nederland te vinden is. Beide roeden van de molen zijn uitgerust met het zogeheten Bilausysteem, uitgevonden door een Duitse luchtvaartingenieur. Dit systeem maakt gebruik van gestroomlijnde aluminium kleppen op de wieken die bij te harde wind automatisch kantelen en als een soort vliegtuigremmen fungeren. Hierdoor houdt de molen uit zichzelf een constante, veilige draaisnelheid aan.
Twee doopvonten die ouder zijn dan de kerk: Hoewel de robuuste Sint-Margaretakerk grotendeels uit de dertiende eeuw stamt, herbergt het interieur voorwerpen die nóg ouder zijn. De kerk bezit twee zandstenen doopvonten, waarvan de kleinste (een grauwe zandstenen wijwaterbak) al uit de twaalfde eeuw dateert. Dit historische object stond vermoedelijk al in de houten, met riet gedekte voorganger die vóór de bouw van de stenen kerk op exact dezelfde plek stond.
Hunebedden zonder eigen woonplaats: Hoewel in vrijwel alle toeristische gidsen gesproken wordt over de 'hunebedden van Norg', liggen de prehistorische grafkamers D1 en D2 officieel helemaal niet in het dorp zelf. Hunebed D1 ligt een paar kilometer noordelijker bij het kleine gehucht Steenbergen, terwijl hunebed D2 aan de zuidkant op het grondgebied van het esdorp Westervelde ligt. Omdat Norg de historische hoofdplaats van de regio is, heeft het dorp de monumenten symbolisch geadopteerd.
Het bos verjaagde de molenaar: Molen De Hoop staat sinds 1857 aan de Asserstraat, maar dat was niet de oorspronkelijke plek van de Norger molen. Zijn voorganger (een houten standerdmolen) stond een stuk noordelijker in de Molenduinen. Toen de omliggende zandgronden in de negentiende eeuw steeds dichter bebost raakten, namen de bomen letterlijk alle wind weg. De molenaar werd door de oprukkende natuur gedwongen om zijn bedrijf te verplaatsen naar de open es aan de zuidkant van het dorp om weer voldoende 'windvang' te krijgen.