N I E U W: het monumentale dorpsgezicht van de Havenkom / Broek in Waterland.
Honfleur, gelegen aan de zuidoever van de Seine-monding in het departement Calvados, kent een maritieme geschiedenis die teruggaat tot de elfde eeuw. Door zijn strategische ligging fungeerde de plaats eeuwenlang als een defensieve voorpost en een knooppunt voor de internationale handel. Tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) werd Honfleur door de Franse koning Karel V omgevormd tot een versterkte vesting om de toegang tot de Seine te blokkeren voor Engelse invasievloten. De stad wisselde destijds herhaaldelijk van bezitter totdat de Fransen de controle in 1450 definitief heroverden.
Na deze oorlegsperiode transformeerde Honfleur tot een vooraanstaande uitvalsbasis voor maritieme ontdekkingsreizen en de kabeljauwvisserij rond Newfoundland. De historische stadsarchitectuur weerspiegelt deze overgang rechtstreeks. Het bekendste centrum is het Vieux Bassin, de oude haven die in 1681 werd aangelegd in opdracht van Jean-Baptiste Colbert, minister onder Lodewijk XIV. Hiervoor moesten de verouderde middeleeuwse vestingwerken grotendeels wijken. De smalle, hoge huizen met gevels van leisteen rondom dit bassin werden specifiek gebouwd om binnen de beperkte ruimte van de voormalige stadsgracht te passen.
Aan de ingang van deze haven staat La Lieutenance, een zestiende-eeuws monument dat oorspronkelijk diende als de residentie van de luitenant van de koning. Dit gebouw integreert de restanten van de oude Porte de Caen, een van de weinige overgebleven delen van de middeleeuwse stadsmuur.
Het belangrijkste religieuze bouwwerk is de Église Sainte-Catherine, gebouwd in de vijftiende eeuw ter vervanging van een stenen kerk die tijdens de Honderdjarige Oorlog was verwoest. Wegens een gebrek aan financiële middelen en natuursteen werd de kerk volledig opgetrokken uit eikenhout door lokale scheepstimmerlieden. De dakconstructie bestaat uit twee parallelle schepen die de vorm hebben van een omgekeerde scheepsromp. Daarnaast sieren de Greniers à Sel (zoutmagazijnen) uit 1670 het stadsbeeld; deze stenen hallen boden opslagruimte voor tienduizend ton zout, essentieel voor de conservering van vis tijdens lange zeereizen.
Vrijstaande klokkentoren tegen instortingsgevaar: De klokkentoren van de houten Église Sainte-Catherine staat volledig los van het kerkgebouw aan de overkant van het plein. De zestiende-eeuwse bouwers plaatsten de toren apart om te voorkomen dat het schip van de kerk bij een eventuele blikseminslag of brand door het gewicht van de zware klokken zou instorten. (Ministère de la Culture)
Hergebruik van stadsmuurstenen: De twee overgebleven zoutmagazijnen (Greniers à Sel) uit 1670 werden gedeeltelijk gebouwd met kalkstenen die afkomstig waren van de gesloopte middeleeuwse stadsverdedigingsmuren, die in diezelfde periode in opdracht van de koning werden ontmanteld. (Ville de Honfleur)
Geboorteplaats van een avant-gardist: Honfleur is de geboorteplaats van de invloedrijke Franse componist en pianist Erik Satie, die in 1866 ter wereld kwam in een traditioneel vakwerkhuis aan de Rue Haute, dat tegenwoordig is ingericht als een biografisch museum. (Musées de Honfleur)
Startpunt voor de stichting van Quebec: In april 1608 vertrok de Franse ontdekkingsreiziger Samuel de Champlain vanuit de haven van Honfleur met het schip Don-de-Dieu naar Noord-Amerika, waar hij enkele maanden later de stad Quebec stichtte. (Office de Tourisme de Honfleur)