N I E U W: In Broek in Waterland was vervoer over water de basis van de infrastructuur.
Op de titel foto ziet de heide er nog goed uit. Maar op grote delen was het verval ingezet. Tussen 2020 en 2026 heeft de heide in het Dwingelderveld een behoorlijke transformatie ondergaan. Het gebied kampte met een identiteitscrisis door aanhoudende verdroging en een stikstofdeken die het gras net iets té enthousiast liet groeien. Om te voorkomen dat de beroemde natte heide zou veranderen in een dorre zandbak, zijn natuurbeheerders grootschalig aan de slag gegaan met "hydrologisch herstel".
Sloten zijn gedempt. In januari 2026 zijn de laatste grote sloten en greppels dichtgegooid. Hierdoor werkt het gebied weer als een spons die regenwater vasthoudt in plaats van het direct af te voeren.
Bomen zijn geruimd. Op diverse plekken zijn bomen weggehaald. Dit klinkt misschien rigoureus, maar die dorstige bomen slurpten letterlijk het water onder de heide vandaan.
Door intensief te maaien en schapen de boel te laten afgrazen, proberen beheerders de "vergrassing" tegen te gaan. Stikstof zorgt namelijk voor een explosie van pijpenstrootje, wat de kwetsbare heide simpelweg verstikt.
De resultaten in 2026 beginnen zichtbaar te worden. De heide krijgt op de vernatte delen weer haar vitaliteit terug en zeldzame soorten zoals de klokjesgentiaan en de kraanvogel voelen zich er weer vaker thuis. Hoewel de stikstofdruk nog steeds een punt van zorg is, staat het Dwingelderveld er dankzij deze "operatie natte voeten" een stuk weerbaarder voor dan een paar jaar geleden.
Een Scandinavische badkuip onder de grond: Dat het Dwingelderveld de ultieme natte heide van Europa is, danken we aan een ijskoud verleden. Tijdens de voorlaatste ijstijd stuwden Scandinavische gletsjers enorme hoeveelheden grond op. Het ijs maalde deze massa zo fijn dat er een keileemlaag ontstond. Deze laag is zo compact dat regenwater er nauwelegen doorheen kan zakken, waardoor het gebied functioneert als een gigantische, natuurlijke badkuip.
Drentse dennen voor Limburgse kolenmijnen: De dichte bossen in de Boswachterij Dwingeloo zijn destijds niet voor de natuur aangeplant. Staatsbosbeheer begon begin 20e eeuw met het dichtplanten van de stuifzanden met grove dennen. Dit snelle productiehout had een heel specifiek doel: het moest dienen als stuthout in de diepe Limburgse kolenmijnen, omdat dennenhout luid begint te kraken voordat het breekt, wat de mijnwerkers een levensreddende waarschuwing gaf.
De absolute recordhouder van 1991: Al ruim 35 jaar is het gebied extra streng beschermd. In 1991 kreeg het Dwingelderveld namelijk de felbegeerde status van Nationaal Park. Met een omvang van circa 3700 hectare is het vandaag de dag nog altijd het grootste aaneengesloten natte heidegebied van heel West-Europa.
De officiële oase van rust: Als je echt even wilt ontsnappen aan de hectiek en het lawaai van de moderne wereld, is dit de place to be. In april 2026 is het Dwingelderveld na uitgebreid onderzoek officieel uitgeroepen tot het stilste gebied van Nederland. Dankzij een actief stiltebeleid en het opofferen van drukke nachtwandelroutes is de rust voor mens en dier hier uniek.