N I E U W: een klokgevel in Broek in Waterland die heel veel jonger is dan hij zich voordoet.
Het Normandische dorp Le Bec-Hellouin dankt zijn historische betekenis aan de Abdij Notre-Dame du Bec, opgericht rond 1034 door de ridder Herluin. Gelegen in een vallei aan de oever van de beek de Bec—een naam afgeleid van het Oudnoorse woord voor beek—groeide het klooster snel uit tot een van de belangrijkste spirituele en intellectuele centra van het middeleeuwse Anglo-Normandische rijk.
De internationale uitstraling van de abdij begon onder leiding van de Italiaanse geleerde Lanfranc van Pavia, die er in 1042 een befaamde kloosterschool stichtte. Zijn opvolger, Anselmus van Aosta, versterkte deze intellectuele reputatie met zijn filosofische en theologische geschriften. Beiden genoten zulk groot aanzien dat zij achtereenvolgens werden benoemd tot aartsbisschop van Canterbury, wat zorgde voor nauwe politieke banden en substantiële bezittingen in Engeland.
Het architectonische complex weerspiegelt de turbulente geschiedenis van de regio. Tijdens de Honderdjarige Oorlog leed de abdij zware schade door plunderingen en belegeringen. Als reactie hierop werd in de vijftiende eeuw de vijftig meter hoge Sint-Nicolaastoren (Tour Saint-Nicolas) gebouwd, een laatgotisch defensief bouwwerk dat de vallei nog altijd domineert. In de zeventiende en achttiende eeuw onderging de abdij een grootschalige renovatie onder de congregatie van Saint-Maur, waarbij de huidige classicistische kloostergebouwen en de monumentale façade tot stand kwamen.
De Franse Revolutie bracht in 1792 een abrupt einde aan het monastieke leven. De monniken werden verdreven, de middeleeuwse abdijkerk werd grotendeels afgebroken voor het hergebruik van bouwmaterialen en de resterende gebouwen werden geconfisqueerd door de staat om te dienen als militair depot voor cavaleriepaarden. De omliggende dorpskern behield ondanks deze secularisatie haar historische structuur met traditionele Normandische vakwerkhuizen. Pas in 1948 keerde een gemeenschap van benedictijner monniken terug naar het complex, waarmee de oorspronkelijke religieuze functie in het herstelde zeventiende-eeuwse refectorium werd hersteld.
Een keizerlijke rustplaats: De Engelse keizerin Mathilde, dochter van koning Hendrik I en moeder van koning Hendrik II, werd na haar overlijden in 1167 begraven onder het hoofdaltaar van de abdijkerk van Bec, alvorens haar stoffelijk overschot in de negentiende eeuw werd herontdekt en overgebracht naar de kathedraal van Rouen. (Ministère de la Culture)
Paarden in het klooster: Tijdens de negentiende-eeuwse bestemming als militair depot onderging het zeventiende-eeuwse kloostergebouw ingrijpende aanpassingen; de monumentale stenen trappen werden verbouwd tot hellingbanen zodat de cavaleriepaarden naar de hogere verdiepingen konden worden geleid. (Wikipédia)
Leverancier van aartsbisschoppen: Dit klooster had in de elfde en twaalfde eeuw een gigantische vinger in de pap bij de Engelse kerkelijke hiërarchie, vooral vlak na de Normandische verovering van Engeland in 1066 door Willem de Veroveraar. In de elfde en twaalfde eeuw schopten drie opeenvolgende monniken uit Le Bec-Hellouin—Lanfranc, Anselmus en Theobald van Bec— het tot aartsbisschop van Canterbury. (Encyclopædia Britannica)
Financiering door keramiek: Bij de heroprichting van de kloostergemeenschap in 1948 startten de teruggekeerde monniken een ambachtelijke werkplaats voor handgemaakt aardewerk om de restauratie van de zwaar beschadigde historische gebouwen zelfstandig te kunnen financieren. (Abbaye Notre-Dame du Bec)