N I E U W: De monumentale huizen van Broek in Waterland werden in een armoedig grondverfje gezet.
Gepubliceerd: 30 mei 2026
Van vluchteling tot weefkoning: De Mennonieten in Leer
Al kort na 1540 doken de eerste doopsgezinden op in Leer. Ze waren op de vlucht voor de brandstapels in de Nederlanden en vonden in Oost-Friesland een veilig heenkomen. De lokale machthebbers knepen graag een oogje toe; de volgelingen van Menno Simons brachten namelijk een flinke dosis economische kennis met zich mee.
In Leer ontpopten ze zich als de drijvende kracht achter de stad. Dankzij hun talent voor weven en handel werd Leer hét centrum van de linnenproductie. Aanvankelijk waren de gelovigen nog verdeeld over kleine groepjes (zoals een Vlaamse gemeente uit 1644), maar in 1767 sloegen ze de handen ineen en vormden ze één hechte gemeenschap.
Wat bijzonder is: hoewel ze in Duitsland woonden, bleef de kerk in Leer tot begin 20e eeuw puur Nederlands. Pas rond 1850 begon het Hoogduits langzaam terrein te winnen. Op straat en in de winkel sprak men overigens gewoon het lokale Platduits, net als de buren.
Wie vandaag door de Kirchstraße loopt, ziet de Mennonietenkerk uit 1825. Het is een strak, classicistisch gebouw dat precies laat zien waar de gemeenschap voor staat: nuchterheid. Geen overdreven pracht en praal, maar een licht en sober interieur waar het gesproken woord centraal staat. Het ontwerp is weliswaar Duits, maar de ziel is overduidelijk Nederlands-doopsgezind.
Hoewel de club tegenwoordig klein is, zitten ze niet stil. Sinds de jaren '70 trekken ze intensief op met de mennonieten in Oldenburg en maken ze zich hard voor samenwerking tussen verschillende kerken.
Even voor de duidelijkheid:
Mennonieten en doopsgezinden zijn in de basis hetzelfde. In Nederland kennen we ze als moderne, vrijzinnige denkers die midden in de maatschappij staan. Wereldwijd zie je echter ook behoudende groepen, zoals de 'Old Order', die juist heel traditioneel en afgezonderd leven. De gemeente in Leer zit daar mooi tussenin: een historische brug tussen Nederland en Duitsland.
Aan de Wallstraße 24 vormt een karakteristiek rode bakstenen pand een harmonieus duo met de naburige kerk. Wat ooit een kosterswoning of pastorie was, is nu een onmisbaar onderdeel van een van de mooiste straatjes van Leer. De witte raamkozijnen geven het huis die typische 18e-eeuwse uitstraling die zo kenmerkend is voor de oude kapiteinswoningen in de stad.
Het Orgel van de Mennonietenkerk