N I E U W: Kantoren hebben plaatsgemaakt voor exclusief wonen in een unieke stadsvilla van 444 m2
Oldenburg, gelegen aan de rivier de Hunte, kent een rijke historie die teruggaat tot de vroege middeleeuwen. De eerste schriftelijke vermelding van de nederzetting dateert uit 1108 onder de naam 'Aldenburg'. Dankzij de strategische ligging bij een doorwadingsplaats in de Hunte ontwikkelde de plaats zich tot een belangrijk knooppunt voor de handel tussen Bremen en Westfalen.
De graven van Oldenburg wonnen gestaag aan invloed. Een cruciaal moment in de geschiedenis vond plaats in 1448, toen graaf Christiaan van Oldenburg werd gekroond tot koning Christiaan I van Denemarken. Hiermee werd de basis gelegd voor een eeuwenlange politieke verstrengeling met het Deense koningshuis.
Het jaar 1676 markeert een dieptepunt in de stadsgeschiedenis. Kort na de dood van graaf Anton Günther, waardoor Oldenburg onder direct Deens bestuur viel, werd de stad getroffen door een verwoestende stadsbrand en een pestepidemie. Bijna de gehele middeleeuwse bebouwing ging verloren. Enkele bouwwerken overleefden de ramp, waaronder het Degodehaus uit 1502 en de markante klokkentoren de Lappan.
In 1773 eindigde de Deense periode en werd Oldenburg de hoofdstad van het hertogdom, en later groothertogdom, Oldenburg onder het huis Holstein-Gottorp. Onder het bewind van hertog Peter Friedrich Ludwig onderging de stad vanaf het einde van de achttiende eeuw een gedaanteverwisseling. De middeleeuwse vestingwerken werden afgebroken en vervangen door classicistische gebouwen en parken, wat Oldenburg zijn karakteristieke neoclassicistische uitstraling gaf. Het Schloss Oldenburg, dat stamt uit de renaissance maar later ingrijpend werd verbouwd, fungeerde hierbij als het politieke en culturele middelpunt. Vandaag de dag weerspiegelt de architectuur in de binnenstad deze transitie van een versterkte middeleeuwse nederzetting naar een vorstelijke residentiestad.
De oudste voetgangerszone: In 1967 transformeerde Oldenburg als een van de eerste steden in Duitsland haar historische binnenstad tot een grote, aaneengesloten voetgangerszone, wat destijds een pioniersproject was binnen de Europese stadsplanning. (Oldenburg Tourismus)
Ontsnapt aan oorlogsschade: In tegenstelling tot veel andere Duitse steden bleef Oldenburg tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels gespaard van zware bombardementen; slechts 1,4 procent van de stad werd verwoest, waardoor de historische structuur intact bleef. (Stadt Oldenburg)
Grondlegger van een paardenras: Graaf Anton Günther zette Oldenburg in de zeventiende eeuw internationaal op de kaart door de actieve fokkerij van de 'Oldenburger', een elegant en krachtig warmbloedig paardenras dat tegenwoordig wereldwijd een prominente rol speelt in de topsport. (Oldenburger Pferdezuchtverband)
Oorsprong van de klokkentoren: De bekende toren de Lappan, die de stadsbrand van 1676 overleefde, werd oorspronkelijk in 1345 gebouwd als onderdeel van de kapel van het Heiligengeist-Spital en kreeg pas later de functie van zelfstandige stadswachttoren. (Oldenburg Tourismus)