N I E U W: Kantoren hebben plaatsgemaakt voor exclusief wonen in een unieke stadsvilla van 444 m2
Gelegen in het grensgebied van de Kempen ligt Postel, een plaats waarvan de geschiedenis onlosmakelijk verbonden is met de gelijknamige norbertijnenabdij. Hoewel het tegenwoordig bestuurlijk onder de Belgische gemeente Mol valt, vormde het eeuwenlang een betwist strategisch knooppunt tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden en drukte het een duidelijke stempel op de omliggende regio's, zoals de Meierij van 's-Hertogenbosch.
De oorsprong van Postel voert terug tot de twaalfde eeuw. Rond 1130 schonk de edelman Fastradus van Uitwijk een deel van zijn bezittingen aan de norbertijnenabdij van Floreffe. In 1138 stichtten de monniken hier een priorij, die fungeerde als een hoeveklooster en een pleisterplaats voor reizigers. De locatie was gekozen op de kruising van handelsroutes, waaronder de wegen tussen Leuven en ’s-Hertogenbosch en tussen Breda en Keulen. Naast religieuze plichten richtten de zogeheten witheren zich op de grootschalige ontginning van het omliggende heidelandschap.
Na eeuwenlang als priorij te hebben gefunctioneerd, verkreeg Postel in 1618 de status van zelfstandige abdij. Deze autonomie luidde een periode van bloei in, waarin de infrastructuur werd uitgebreid. Het overgebleven erfgoed weerspiegelt deze lange bouwgeschiedenis. Het oudste gebouw is de Sint-Niklaaskerk uit circa 1190, oorspronkelijk opgetrokken in Rijnlandse romaanse stijl en in de zeventiende eeuw deels aangepast met gotische elementen. Uit de achttiende eeuw stammen de abtswoning (1731) en de reftergevel (1743), die zijn uitgevoerd met rococo-elementen.
De politieke verschuivingen aan het einde van de achttiende eeuw brachten verandering. In 1797, tijdens de Franse periode, werd de abdij onteigend en gesloten. De gebouwen kwamen in particuliere handen en de monniken werden verdreven. Pas in 1847 keerden de norbertijnen definitief terug om de abdijgebouwen te restaureren en de traditionele landbouw- en ambachtsactiviteiten te hervatten. Tot op de dag van vandaag blijft de abdij van Postel het historische en geografische middelpunt van de nederzetting.
De 'frietstraat' van Postel, officieel het Postels Pleintje, is een bekende toeristische trekpleister vlak bij de abdij. Deze verzameling van mobiele frietkotten en kramen is een begrip in de grensstreek. Dagjesmensen sluiten een wandeling of fietstocht door de Kempen hier steevast af met een traditionele Belgische puntzak friet of ijsje.
Een schatkamer vol incunabelen: De bibliotheek van de abdij bezit een collectie van circa 100.000 boekbanden, waaronder 54 wiegendrukken uit de vijftiende eeuw. Het oudste gedrukte werk in deze verzameling dateert uit 1475 en werd vervaardigd door de drukker Jan van Westfalen in Leuven. (Wikipedia)
Noodgedwongen verkoop van brouwketels: Hoewel de abdij een lange traditie kent van het brouwen van bier voor eigen gebruik, dwong bittere armoede de religieuze gemeenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog tot een ingrijpende stap. In 1943 werden de roodkoperen brouwketels verkocht om in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien. (Religie Kennis Wiki)
De introductie van ginsengteelt: Sinds september 1994 beschikt de abdij over een uitgebreide kruidentuin waar de monniken medicinale planten kweken. In de beginjaren richtten de paters norbertijnen hun aandacht specifiek op de teelt van Amerikaanse ginseng, een wortel die sindsdien ter plaatse wordt verwerkt tot diverse crèmes en siropen. (Even Op Stap)
Eeuwenlang betwist grensgebied: Na de vrede van Münster in 1648 bleef Postel lange tijd een betwist territorium op de grens tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Pas in het jaar 1785 werd de status definitief geregeld en kwam het gebied officieel toe aan de Oostenrijkse Nederlanden. (Wikipedia)