In het dagblad ‘Het Volk’ verscheen op 7/3/1972 volgend artikel:
Datering door Onroerend Erfgoed Vlaanderen:
Door “Onroerend Erfgoed Vlaanderen” wordt de koffer gedateerd als vermoedelijk 16de eeuws. Die datering is waarschijnlijk gebaseerd op de uiterlijke kenmerken van de koffer bij gebrek aan stavende documenten.
Zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/34407 en “Bouwen door de eeuwen heen” – Inventaris van het cultuurbezit in België, Prov. O-VL, Arr. Gent, Kantons Evergem-Lochristi, pg. 118.
exacte vermelding: “Vermoedelijk XVI-eiken koffer met smeedijzeren banden en nagels en drie sloten”.
Mysterie ontrafeld?
In de archieven van de familie Ranschaert werd recent volgend document teruggevonden:
De tekst:
"Den president van den Bureau der Kerke van Sleydinge, ordonneert bij dezen aen den Tresorier van den zelfden Bureau, te betaelen aen Jacobus Ranschaert, temmerman, de somme van zes guldens en zes en tachtig cents over het maken van een coffre met dry sloten om de papieren in te leggen, volgens specificatie hier nevens, welke somme hem zal vallideren in zyne rekeninge, mits deze zal geacquiteert zyn met het handteeken ofte het merk van de ontfangende partye indien de zelve niet kan schryven.
Dezen 2 january 1827”.
Getekend door de President van den Bureau en 'pour acquit' door Jacobus Ranschaert".
Interpretatie van deze tekst:
1. Er staat expliciet "het maken van een coffre met dry sloten": dit is duidelijk een opdrachtomschrijving voor het maken, het vervaardigen van een nieuw object.
2. Het voorwerp wordt duidelijk omschreven: het moet een koffer zijn, met 3 sloten, om papieren in te leggen.
3. Ook de prijs is een interessant gegeven: 6 gulden en 86 cent was in die periode een vrij groot bedrag voor een timmerwerkstuk (een dagloner verdiende in die periode minder dan 1 gulden/dag, een doodskist kostte toen ongeveer 2,5 gulden).
Wij gaan er dus van uit dat Jacobus Ranschaert hier de opdracht heeft gekregen om een nieuwe koffer te vervaardigen voor het bewaren van waardevolle papieren.
De koffer die in de kerk van Sleidinge staat en waarvoor tot nu slechts ‘vermoedens’ waren i.v.m. de datering voldoet volledig aan de beschrijving uit het gevonden document en is dus hoogstwaarschijnlijk gemaakt door Jacobus Ranschaert in 1826 en dus nu exact 200 jaar oud.
Jacobus Ranschaert werd geboren op 29/3/1784 te Ertvelde. Hij huwde op 8/5/1815 met Coleta Ghysels en vestigde zich in de Dorpsstraat te Sleidinge als timmerman (huidig wasfabriekje) waar de familie Ranschaert tot 1990 actief was als timmerman en een meubelwinkel uitbaatte. Jacobus overleed te Sleidinge op 30/10/1839.
Het Agentschap Onroerend Erfgoed reageerde op deze nieuwe info:
Bedankt voor deze zeer interessante informatie. Jammer genoeg kunnen wij niet bevestigen of deze nieuwe datering van de koffer correct is. Hiervoor zou dendrochronologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden op de koffer – wat wij niet standaard faciliteren. Toch is de archiefbron interessante informatie. Ik heb de informatie verwerkt in de inventarisfiche van de kerk. U kan deze nalezen onderaan de fiche: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/34407. Moest u nog opmerkingen hebben mag u dit steeds melden.
Katrien Verwinnen, Inventaris Onroerend Erfgoed
Aanvullend vonden we nog info in de brochure ‘Parochiekerk St-Joris en St-Godelieve Sleidinge’, uitgave Patrick De Baets. Wij gaan er dus van uit dat er meerdere koffers gemaakt zijn en dat de massieve eikenhouten koffer die nu in de kerk staat wel degelijk deze is die door Jacobus Ranschaert gemaakt is in 1826.
Jacobus Ranschaert werd geboren te Ertvelde op 29/3/1784. Hij huwde op 8/5/1815 met Coleta Ghysels en vestigde zich te Sleidinge als timmerman. Hij overleed te Sleidinge op 30/10/1839. Zijn nakomelingen bleven tot 1990 actief als timmerman in Sleidinge.