De combinatie vis (in de winter) en ijskreem (in de zomer) was vroeger een veelgeziene handel, waarmee de neringdoener zich het ganse jaar van een inkomen verzekerde.
Zo ook Emiel Matthijs, die als fabrieksarbeider in het Akkerken aanvankelijk een vishandel in bijberoep ging uitbaten. Hij kreeg hierbij hulp van zijn zoon Cyriel, die bakkersgast was.
Dan wordt er verhuisd: zoon Cyriel gaat naar de Dorpsstraat (nu Sleidinge-dorp nr.53) en opent er een viswinkel. Vader trekt naar het Eeksken, waar hij roomijs bereidt, die zoon Cyriel mobiel aan de man brengt...
Later wordt ook de roomijsproductie naar de Dorpsstraat overgebracht. Begin de jaren '80 stopt de viswinkel en Cyriel zoekt een nieuwe activiteit : een frituur aan het Gentse Vleeshuis op de Groentenmarkt. Die zal hij later inruilen voor een frietkot aan het station in de Weststraat.