Blog



Bye bye Noorwegen

posted Jul 26, 2016, 5:12 AM by Maja V

Ondanks het overweldigende natuurschoon en de puike granietrotsen, besloten we om niet onze héle zomervakantie door te brengen in Noorwegen. De weersomstandigheden en insekten nodigen niet uit tot onze traditionele zomeractiviteiten zoals met blote bast / in bikini klimmen, zwemmen en luieren in de zon. Daarom besloten we om de rest van onze vakantie in de Franse Alpen door te brengen, waar zomers ‘le grand beau’ regeert (een lange periode waarin de lucht altijd blauw is!).

Nu we Noorwegenkenners zijn geworden willen we nog wel even wat van onze indrukken voor jullie samenvatten:


Leuk en typisch Noors


'n echte Noor: prima aangepast op het onstuimige weer is deze Noor buiten actief bezig. Dit mannelijke exemplaar is net aangemeerd met zijn zeilbootje en laadt spullen uit



Ze wonen hier goed aangepast aan de natuur: je ziet veel huizen die warm of juist koel blijven doordat ze aarde op hun dak hebben met planten erop. Ook hebben Noorse ramen driedubbel of zelfs vierdubbel glas! Zo hoeven ze niet als een dolle te stoken in de koude winters en sparen ze het milieu.

Overal in Noorwegen zijn bossen en daar stikt het van de bosbessen, frambozen, bramen etc. Je kunt ze zelf plukken (en er blauwe handen van krijgen) of kopen in kraampjes

Onder: dit is nou een belangrijke doorgaande Noorse weg met typische Noorse tegenliggers



De pluim

Verder willen we nog een pluim uitdelen aan het onderwijs in Noorwegen: werkelijk iedereen, en vooral de jeugd, spreekt voorbeeldig Engels. We vroegen aan een van hen hoe dat zo kwam en glimmend van trots wist hij te vertellen dat er al vanaf de basisschool dagelijks Engelse les gegeven wordt. Verder vinden we het heerlijk aan Noorwegen dat er overal schone en goed onderhouden openbare gelegenheden zijn om gratis te gaan zitten pick-nicken, zwemmen, parkeren, toiletteren, noem het maar op. Aan bankjes, strandjes etcetera geen gebrek en het idee om 50 cent te vragen voor een wc-bezoekje vinden ze hier absurd, en daar sluiten we ons helemaal bij aan.


Noren wonen op de mooiste plekken midden in de natuur:



Kriskras midden-Europa door

We hadden niet van tevoren een retourticket voor de veerpont naar Denemarken aangeschaft, dus konden we gebruik makend van een free wifi punt, onze overtocht boeken wanneer we maar wilden. Zo kwam het dat wij een dag later alweer in noord Denemarken zaten. Daar was het ongebruikelijk koud voor de tijd van het jaar en waren we genoodzaakt om met donzen winterjassen onze strandwandeling te maken. Gelukkig maar dat we die wandeling maakten, want we kwamen een in de war geraakte pad tegen, die linea recta de woeste zee inliep! Met behulp van onze schep brachten we het arme dier naar de duinen,  die met hun begroeiing en meertjes ons een geschikter paddenmilieu leken.



 Bart wandelt aan het Deense strand: winterjas in juli!

Gevonden voorwerpen: zwanen in Noorse jachthaven



Deutschland

Na een dagje blauwbekken op het Deense strand (zie boven), reden we via Duitsland naar de Franse Alpen. Het werd langer rijden dan we hoopten vanwege grote drukte op de weg, in de hand gewerkt door noodweer. Na 14 uur tuffen hadden we pas onze richtafstand afgelegd en konden we op zoek gaan naar een kampeerplaats. Ondanks dat Duitsers de naam hebben wild kampeerders te lynchen (of in elk geval onverbiddelijk op de bon te slingeren), vonden we een prima plekje in een bos in de Eifel. De Duitse passanten bleken geen enkel bezwaar te hebben tegen onze kampeerpartij en we konden ongestoord van onze nachtrust genieten.


UND JETZT?

Inmiddels hebben we ons knutengaas weer opgeborgen en zitten we heel comfortabel in de Franse Alpen, waar we ons helemaal de blubber gaan klimmen op kalkrots!

Klippeklatring i Rogaland

posted Jul 18, 2016, 3:33 AM by Maja V   [ updated Jul 18, 2016, 3:46 AM ]

Het klimmen: Sirekrok


Onder: Maja klimt Vilja (7a) te Sirekrok


Het tweede klimgebied waar wij ons op het Noorse graniet hebben gestort is Sirekrok. Het ligt dichtbij de westkust nabij Stavanger in de provincie Rogaland (Urdviki ligt in het binnenland in Vest-Agder). Sirekrok is opgenomen in het klimgidsje ‘Klippeklatring i Rogaland’ én in ‘Climb Norway.’ Zoals de titels doen vermoeden is eerstgenoemde gids voor klimrotsen in de provincie Rogaland. Er staan allerlei klimgebieden in, 40 stuks groot en klein. Het is in het Noors geschreven, maar desalniettemin redelijk te volgen als je deze taal niet machtig bent (wij komen niet verder dan ‘jeg ikke snakker norsk’).


Het Engelstalige ‘Climb Norway’ (2014) bestrijkt heel Noorwegen: van Trollskala en Himmeldalen honderden kilometers noord van de poolcirkel tot Hauktjern in de achtertuin van Oslo, 2000 km. zuidelijker. Deze overzichtsgids beperkt zich daarom tot de sportklimhoogtepunten. Hij is eenvoudig te verkrijgen op: www.climbnorway.no en opbrengsten gaan naar het Noorse behakingsfonds.

 
Links: Maja klimt 'Mus i nebbit' (6b), sirekrok

Deze klimgidsjes gebruiken we:



En dan nu, alles wat je altijd al hebt willen weten over Sirekrok:


-vingerviendelijke bomvaste graniet met randen, bakken, opleggers en veel wrijving 

-wand = vertikaal tot flink overhangend, routes zijn atletisch en pittig gewaardeerd (de route-openers gaan ervanuit dat iedereen zijn eigen lichaamsgewicht wel een keertje of 30 kan optrekken zonder een zweetdruppeltje te laten)

-37 routes op een rij staan klaar om je tanden eens flink in te zetten (als je te verzuurd bent om nog vast te houden :-). 

-vooral zevens (Franse waardering) en een stel achten, een paar zessen om in te klimmen

-2 minuutjes lopen vanaf de parkeerplaats

-dankzij de vlakke grassige ondergrond kun je lui op je klapstoeltje zekeren...

... maar dan zit je wel in de schapenkak, want die beesten mogen graag voor de regen schuilen onder de overhang. Gelijk hebben ze. 

De oplettende lezer begrijpt nu ook dat je in de regen kunt klimmen te Sirekrok. Dat is maar goed ook, aan de Noorse westkust regent het namelijk vaak. Een regenpak en waterdichte schoenen aantrekken voor de aanloop is geen overbodige luxe, het houdt meteen de knuten tegen:



Big city Stavanger


Om onze in Sirekrok ontplofte bicepsen wat rust te gunnen, besloten we een dagje te stadten. Dat werd Stavanger, een mooie havenstad aan de westkust van Noorwegen die al sinds de 12e eeuw bestaat. Het was leuk om eens een stad te bezichtigen zonder dat je door andere toeristen omringd wordt. We hadden zelfs moeite een paar ansichtkaarten te scoren, en dat is ons nooit overkomen in het historische centrum van een stad.



 

Stavanger is de oliehoofdstad van Noorwegen, het zogenaamde ‘on-shore center’ voor de oliewinning in de Noordzee. De stad heeft daarom een internationaal karakter. Waar je in de rest van Noorwegen met een vergrootglas moet zoeken naar een niet-Noor, struikel je in Stavanger over de immigranten. Maar liefst 21% van de inwoners is niet Noors. De Polen (6,7% ) en Britten (4,6%) vormen de grootste immigrantengroepen, zij profiteren van het grote aanbod aan werk in de olie. 

In Stavanger is maar 2% werkeloos, een stuk minder dan in de rest van Noorwegen en al helemaal de rest van Europa. Dat ze rijk zijn door de olie heeft ook nadelen, want het is een van de duurste steden ter wereld. Onze ansichtkaartjes hebben ons een rib uit het lijf gekost.


De fjordenboot, voor de weinige toeristen die ze bij elkaar konden krijgen
Bart chillt aan de haven, het oliemuseum is rechts in beeld



De geschiedenis flits



Het blijkt dat Stavanger een speciale band heeft met Nederland: op een prominente plek van de stad staat een standbeeld van onze eigen Cornelius Cruys. De man is in 1655 te Stavanger geboren uit Nederlandse ouders en begon zijn maritieme carriëre in Amsterdam, vanwaaruit hij voor de Oost-Indië Compagnie voer als kapitein. In die hoedanigheid liep hij in de kijker bij niemand minder dan Russische tsaar Peter de Grote! 

De tsaar was in de Gouden Eeuw speciaal naar Nederland gekomen, omdat dat toen een wereldmacht was die vooruitliep op het gebied van zo’n beetje alles. Peter kwam vooral om te leren op het gebied van de nijverheid, in het bijzonder de scheepsbouw. Hij nam Cornelius Cruys mee terug naar Rusland als zijn belangrijkste maritiem adviseur om zijn floot te moderniseren. Dit deed Cruys met verve en hij wordt daarom gezien als de architect van de Russische marine. 

Schuyt schopte het in Rusland tot admiraal van de vloot, de hoogst mogelijke positie in de maritieme wereld! Hij speelde onder andere en spilrol in de overwinning die de Russen behaalde in hun oorlog tegen Zweden (1700-1721) als admiraal van Ruslands beruchte Baltische floot.


Links: Bart en Cornelius Cruys, Hollandse glorie in Stavanger!


Onder: overal in de fjorden en bergen lopen schapen op eigen houtje rond, soms met ram. In de klimgids geven ze als tip om agressieve exemplaren met een stok op hun neus te tikken:



Noorwegen

posted Jul 11, 2016, 5:52 AM by Maja V   [ updated Jul 20, 2016, 4:48 AM ]

Onder: het berglandschap van Urvassheia tussen de dorpjes Nomeland en Suleskard (provincie vest-Agder) dat wij doorkruisten

.     

Als rechtgeaarde wildkampeerder en natuurliefhebber moet je een keer in Noorwegen geweest zijn, waar wildkamperen ieders goed recht is! Zo kwam het dat wij ondanks onze voorliefde voor het beklimmen van zonnige kalkrotsen in blote bast en bijhorende Mediterrane geniet-van-het-leven-culturen, deze zomer kozen voor de granietrotsen van het hoge noorden. 

Gewapend met een beroerde landkaart en een aardig klimgidsje reden we via Duitsland naar het Deense Hirtshals, waar we met een veerpont van Color Line het ruime sop kozen naar Noorwegen. Een ticket was eenvoudig gescoord op het internet (www.aferry.com).


Op de veerpont van Colorline (Hirtshals-Kristianssand):


Onderweg

In Denemarken brachten we een nacht door aan het strand, haast op steenworpsafstand van de veerponten. Handiger wordt het niet en ‘t is nog gratis ook. In weerwil van wat de afschrikwekkende borden beweerden – ‘verboden met campers te parkeren’, ‘levensgevaar: drijfzand!’ en dat soort geklets - stonden wij en de nodige andere camperaars comfortabel en sliepen als rozen.





...

Links: kamperen aan het Deense strand bij Hirtshals
Boven: verkeersbord bij het kampeerstrand :-)


Aangekomen in het Noorse Kristiansand wordt er tot onze teleurstelling niet op illegaal ingevoerde drank gecontroleerdEen onschuldig antwoord geven op ‘what will you be doing in Norway?’ volstaat om door te mogen rijden. En Maja heeft juist zo haar best gedaan om 1 liter sterke drank, 4 flessen wijn met een achterlijk hoog alcoholpercentage en 6 biertjes van precies 4,7 % te vinden (het maximum toegestane om in te voeren per voertuig). 

Achteraf gezien hadden we evengoed de watertanks met jenever of bier kunnen vullen, geen haan die er naar kraait. De reden dat het verstandig is om een voorraadje drank mee te nemen, is dat er hoge accijns op drank geheven wordt te Noorwegen. Je telt met gemak vier keer zoveel neer voor een verfrissend biertje of verwarmend borreltje (al naar gelang het onvoorspelbare Noorse weer uitpakt).


---

De haven van Kristiansand uitrijdend besluiten we ter plekke om van ons plan af te wijken (dat was via de kust naar Stavanger rijden) en naar het noorden te karren, de bossen in. Moe van de reis besluiten we na een uurtje het eerste de beste onverharde weggetje in te rijden en voila: een idyllisch bosveldje inclusief beek en vuurplaats helemaal voor ons alleen! Wat een ruimte, stilte en mooie natuur. Ons Noorwegenavontuur is prima begonnen.


Knetter van de knuten


Bart wast af in de knutenwolk (met hoofdnetje op), terwijl ik binnen in de bus relax achter het knutengaas

Enig minpunt zoals verwacht: de knuten... Zodra het niet waait zijn deze bloeddorstige vliegjes in grote getale aanwezig om – net als de black fly uit Noord-Amerika – een piepklein hapje uit je te nemen. Dat resulteert in een jeukend rood bultje of liever gezegd honderden jeukende rode bultjes. Elk stukje onbeschermde huid is doelwit en ze zitten er niet tegenop om een stukje onder je kleren te kruipen om bij het beloofde land te komen. 

De wolk van knuten die om je hoofd hangt is nog het irritantste, en je bent genoodzaakt om speciaal, extra fijn knutengaas over je hoedje te hangen om niet in een onherkenbaar bloedend bultenmonster te veranderen

Overigens zijn ze pas actief (voor zover wij ondervonden) vanaf de late middag, dus dat scheelt. Ze verjagen met rook van een kampvuur kan, maar dan moet je wel met tranende ogen en rokersrochel midden in de rook zitten. Positieve noot: de muggen vallen hier heel erg mee! Ze blijken een lachertje in vergelijking met hun Noord-Amerikaanse verwanten en slagen er niet eens in om door je spijkerbroek te komen.


Het Klimmen: Urdviki


Urdviki... verscholen in de oneindige bossen met schitterende meren van het Noorse binnenland, wacht het op klimmers. Veel komen er niet, wat mogelijk niet alleen te maken heeft met de afgelegen ligging, maar ook met de klimgids die bol staat van onjuiste informatie. 

Hete tip: mocht je er ooit belanden, volg dan gewoon het wandelpaadje met de rode merktekens dat je probleemloos naar de rotsen voert (stevige mars bergop, 20 min.). Het in de gids aangeprezen paadje met witte merktekens is er niet en we hebben uren rondgedwaald, moeizaam klauterend tussen de rotsblokken, om het te vinden voordat we dáár achter kwamen.

Maar eenmaal aangekomen bij de rotswand, is de narigheid gauw vergeten. Een waterval langs de rots koelt ons af, de klimroutes zijn prachtig en voor ons alleen, en het uitzicht over de meren is in één woord: fenomenaal.



Stijl van klimmen.

De op het westen gerichte rotswand (500 meter breed, sportklimroutes op een rij van meestal 2 lengtes, max. 70 meter) biedt 34 routes in de zesde en zevende moeilijkheidsgraad (vanaf 6b) plus wat achten, vertikaal tot flink overhangend. Er is ruimte voor veel meer mooie routes en er zijn openers bezig om dat te voor elkaar te boksen. 

Het klimmen is verzurend door de vele opleggers en tendue-randen, ook valt op dat er veel voetjes zijn en de rots lekker ruw is (je weet wel: goed ruw, maar zonder dat je huid er door afschuurt). Karakteristieke XL-granietscheuren á la Yosemite tref je niet aan in Urdiviki, en als kalk-rakker kun je er goed uit de voeten vinden wij. 

Weer thuis: bouw trainingswandje

posted Aug 9, 2015, 5:17 AM by Maja V   [ updated Aug 9, 2015, 5:30 AM ]

Een paar dagen geleden zijn we thuis aangekomen, waar Bart meteen is begonnen met de bouw van ons trainingswandje: onze zogenaamde bolderwand. Bart is superhandig en een harde werker, dus hij is nu al af! Het is duidelijk: de volgende klimvakantie zullen we in bloedvorm zijn.

 400 gaten boren waar klimgrepen in kunnen...
Gaten boren

 en dan 400 inslagmoeren in de gaten meppen!
Inslagmoeren meppen

 Situatie voor plaatsing wandje: onze woonkamermuur
Situatie voor plaatsing bolderwand, woonkamer

 Situatie tijdens plaatsing van door Bart gemaakte panelen
Tijdens plaatsen bolderwand

 
Tijdens plaatsen bolderwand
 ... en the finishing touch!
Verven



Voor de klimleken: bolder is afgeleid van 'boulder', dat betekent rotsblok in het Engels. Het werkwoord 'bouldering' slaat op het klimmen van lage wandjes en rotsblokken zonder gebruik van touwen, dus ongezekerd. In het Nederlands noeme we dat  bolderen. Er zijn klimmers die bolderen om te trainen voor klimmen, maar het is ook een zelfstandige klimdiscipline waar zelfs een Worldcup competitie voor is. Omdat je maar weining klimbewegingen maakt, zijn ze vaak ingewikkeld of fysiek zwaar om het interessant te maken. Ook kun je langdurig 'rondjes klimmen' op zo'n bolderwandje en daarmee je klimconditie verbeteren.
 

 En nu is hij af! En verstelbaar: van 4 graden overhangend
En de eerste bolderactiviteit!
 tot 27 graden overhangend.


Nu is 'ie af!

De Jura

posted Aug 2, 2015, 6:11 AM by Maja V   [ updated Aug 2, 2015, 6:28 AM by Bart van deenen ]


Op weg naar de Jura vielen we met onze neus in de boter in een Alpendorpje, waar zojuist een internationale strosculpturen wedstrijd werd gehouden! Een echtpaar uit Canada maakte bovenstaande voorstelling genaamd 'de laatste der reuzen' en won daarmee de publieks- en juryprijs. De kinderjury vond de kangoeroe het allermooiste, die door twee Litouwers was gemaakt.


Via de Haute Savoie - de provincie met de hoogste berg van Europa, de Mont Blanc (4807 m.) – reden we naar de Jura. Dat is een bebost laaggebergte in de Zwitsers-Franse grensstreek waar je struikelt over de gemzen ('chamois'). De Jura staat  bekend om zijn prachtige horloges, klokken en muziekdoosjes. In de winter is het een langlaufparadijs, en dan zijn er ook nog klimrotsen! Wij bezochten 'Les trois Commères' nabij het stadje Morbier.


Klimmen in de Jura: Les trois commères'



Klimgebied 'Le Trois Commères' bereik je alleen door een weggetje het bos in te nemen, dat achter een industrieterrein begint, maar ze waren er net bezig om een vrachtwagen in te laden zodat we er niet langs konden. De oplossing? Gewoon meehelpen met inladen, dan gaat het tenminste snel. Hierboven zie je Bart en medeklimmer Stephane in actie.

Les Trois Commères heeft 60 kalkroutes in de aanbieding van 3c t/m 8a. De rots is mooi: blauwgrijze compacte kalk met gevarieerde grepen (scheuren, randen, opleggers etc.) en de routes zijn tot 35 meter lang. Het meeste is loodrecht of liggend.


OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Links: Maja klimt 'Pom en Rami' (6b+). Rechts: Stephane klimt 'Le doight' (6b+).


We ontmoetten Parijzenaar Stephane bij de rotsen, die gezellig een dagje met ons meeklom. Na afloop was het natuurlijk foto's uitwisselen geblazen en een heerlijk koel sapje uit onze koelbox drinken! Geen betere manier om je Frans te oefenen.



De vallei van de houtkunstenaars

posted Jul 30, 2015, 10:20 AM by Maja V   [ updated Aug 2, 2015, 6:18 AM ]

We zijn weer de grens overgestoken naar Frankrijk, het ideale weer achterna. In de Franse Alpen is namelijk de hittegolf voorbij: twee weken van 30+ en stralende zon werd met een knallend onweer beeïndigd en nu is het voorlopig 23-25 graden met stralende zon, perfect!

Maar op sommige plaatsen in de Franse Alpen hebben ze nog wel wat overgehouden aan het noodweer. Wij wilden naar een leuk wildkampeerstekkie rijden nabij het dorpje Saint Paul, maar vijf kilometer voor het dorp bleek dat de brug over de rivier was weggeslagen door een modderstroom:


Even een stukje omrijden zou je zeggen, maar in de Alpen zijn er maar weinig wegen (het is er te steil om maar overal asfalt te strooien) dus om die 5 km. naar Saint Paul te overbruggen, konden we 106 km. omrijden (!). We besloten een andere kampeerplek te zoeken...

Gestrande bewoners van Saint Paul zetten overigens hun auto neer voor de ingestorte brug, steken dan over via de voetgangersnoodbrug en laten zich aan de andere kant oppikken door dorpsgenoten, die hun auto juist aan de dorpskant hebben staan.


Het klimmen: Les Ayes


Bart klimt 'Niagara' (7a) in Les Ayes

We hebben een gouwe ouwe bezocht op 1700 meter hoogte: klimmassief Les Ayes. Het ligt nabij het gelijknamige gehucht, waar tot ons genoegen sinds kort een bescheiden bar is geopend tijdens het zomerseizoen.

We hebben het vermoeden dat het weinig professioneel aandoenend tentje niet bekend is bij de Franse fiscus. Het is zo opgezet dat de uitbaatster in een oogwenk al het bewijs van een horecagelegenheid kan wegtoveren en doordat Les Ayes afgelegen ligt (het is alleen met een onverhard steil, doolopend weggetje te bereiken) zal het meeste dat zich afspeelt te Les Ayes in Les Ayes blijven. Wij houden wel van wat rebellie en gaven er graag een paar centen uit aan 'n blikje bier en een zelfgemaakt bosbessentaartje.


Het klandestiene terrasje waar we na het klimmen neerstreken. We deelden 't met een bont gezelschap van montagnards (bergbewoners), dat gelukkig over 'n goeie dronk beschikte, waardoor het met de sfeer wel goed zat

En dan sta je naast een 'quad' geparkeerd. Dit vier wiel aangedreven terreinwagentje is een handig vervoermiddel in de bergen.


De kunst & Cultuur flits

Saint Paul ligt in de prachtige vallei van de Ubaye rivier en in deze vallei leven veel bewoners van de houtkap en het houtsnijwerk. Bij een waterfontuin zagen wij dit fraaie voorbeeld van een houten mannetje, dat wanneer het water door het rad loopt aan het zagen slaat:



De locatie van de winkeltjes, pick-nick plaatsen, toeristische attracties, cafés, kerkjes e.d. die de Ubaye rijk is, zijn op deze houten plattegrond te vinden



Italië

posted Jul 24, 2015, 7:54 AM by Maja V   [ updated Jul 24, 2015, 7:57 AM ]

Via de bergpas 'Colle de Magdalena' bereikten we Italië. De weg kronkelde door steile bergen waar in de koude maanden sneeuwlawines naar beneden razen en in de warmere maanden steenlawine's. De vangrail was daardoor op heel wat plaatsen door de mangel gehaald. Een voorbeeld zie je op onderstaande foto.

In Italië, net voorbij de Colle de Magdalena zie je de sporen die een steenlawine heeft nagelaten


In Italië aangekomen zochten we de rotsen op bij het bergdorpje Ferrere. Je komt er alleen met een eenbaansweggetje langs diepe afgronden en dat zonder vangrail... Als je de zeldzame tegenligger treft betekent dat, dat er iemand een stuk achteruit zal moeten rijden om een plekje te vinden waar gepasseerd kan worden.

Ferrere's rotsen boden ons een fijne dag klimmen in de zon in een adembenemend mooi landschap, maar zoals wel meer op 2000 meter hoogte, kwam er aan het einde van de dag een stevige bui. Geen nood, want in de herberg van Ferrere kun je schuilen en de oude waard – die perfect past in het jaren '50 decor – zet er met alle plezier 'n kopje cappuchino voor je onder het minzaam toeziend oog van de Paus (zie onderstaande foto):



Het is maar goed dat de waard voor de klimmers bidt, want Ferrere's rots blijkt niet bomvast te zitten. Maja kwam eruit zeilen met een stuk rots waar je best een olifant knock-out mee had kunnen gooien. Gelukkig miste het Bart en hield Maja er slechts een schram aan over. Een hete tip voor andere klimmers: als je een forse val maakt met steenval en al, check dan na afloop je touw. Het onze bleek schade aan de mantel te hebben en we moesten er hatseflats 6 meter afsnijden


Na Maja's vallende-gesteente-val, sneed Bart het beschadigde stuk touw van de rest van het touw af met 'n bot zakmesje en dat was nog een aardige klus


Klimklapper van de maand: Folchi

In de onvolprezen verzameltopo van Severino Scassa 'Andonno e Cuneese' (www.versantesud.it) die tientallen tiptop klimgebieden in de Piemonte provincie van Italië beschrijft, staat Folchi. Het is een noordwestwand (schaduw tot 15:00 in juli) die met zijn 6b/c intstaproutes met vernuftige 'dakpangrepen' en lange overhangende wand met zevens en achten niet voor iedereen is weggelegd, maar gelukkig inmiddels wel voor ons


Maja zette haar tanden in 'n projectwaardige 7c+ genaamd Shianti, die ze vrij eenvoudig all free klom, maar zoals gebruikelijk zal ze wel weer te lui zijn om hem rotpunkt te klimmen :-)


In Scassa's topo staan 55 routes, maar inmiddels is er een hele nieuwe sector bijgekomen, genaamd Gala Verne. Omdat in deze sector overal de routenamen en gradaties onderaan de rots staan, kun je er zo klimmen. De blauwgele kalk is prachtig, moeilijk te lezen met veel verborgen randen die alle kanten op staan en dakpangrepen, in alle maten. De overhangende routes hebben soms wel gehakte greepjes/voetjes.


Boven: vanwege z'n tijdens een heldhaftige voorklimval geblesseerde enkel, was Bart nog altijd tot topropen veroordeeld :-(. Maar dankzij Folchi's technisch interessante 6c's, had hij wel degelijk uitdaging genoeg. In deze 6c genaamd 'Ink Heart,' staat hij op wrijving en maakt een delicate pas aan dunne dakpangrepen. Ga er maar aan staan!




Boven: te Folchi is ook aan de dieren gedacht. Met een staalkabeltje zijn een paar pannetjes aan bomen bevestigd, waarop een tekst staat die de klimmers uitnodigt om ze te vullen met water voor de honden.

Rechts: gratis topo van 1 van Folchi's sectoren


Het dierenhoekje



Ik had beloofd om nog een fatsoenlijke marmottenfoto te plaatsen. Bij deze een Italiaans exemplaar! Even tevoren zagen we 'm een waterval oversteken, springend van steen naar steen (eerlijk!), maar toen had ik de camera nog niet paraat...

Rechts: aan Folchi's rotsen troffen we een relaxende hagedis aan op een door klimmers in elkaar geflantst bankje. Klimmers en hagedissen horen bij elkaar als wijn en knabbels.


Kunst & Cultuur in een Italiaans berggehucht


Ze zijn niet zo groot in Ferrere en Bart paste eigenlijk niet in hun museum


Onder de herberg van Ferrere stond een kleine artificiële klimwand, die we uiteraard meteen even uitprobeerden. De andere attractie van het gehucht (het wordt maar door 7 families bewoond) was een minimuseum. Een paar honderd jaar oude woning was in originele staat ingericht met meubilair, keukengerij en landbouwwerktuigen die ze in Ferrere gebruikten in de 18e eeuw.

Ook was er een opgezette marmot én een ingelijste voorpagina van een buurtsuffer, waarop een verhaal over een vroegere bergsmokkelroute stond. Blijkens een gouden plaquette was dit alles mogelijk gemaakt door een genereuze gift van de E.U. Zo zie je maar, onze Nederlande belastingingcenten gaan heus niet een bodemloze put in die Zuid(en Oost)-Europa heet, maar worden nuttig besteed...



Droomzomer

posted Jul 17, 2015, 4:52 AM by Maja V   [ updated Jul 17, 2015, 4:54 AM ]

We zijn nu over de helft van onze twee maanden klim- en kampeerpret, maar hebben ondertussen alweer vijf nieuwe klimgebieden bezocht (plus een aantal gouwe ouwen) heel wat fikkies gestookt, plonzen in de rivier gemaakt, avonturen beleefd en van de Franse en Spaanse cultuur genoten waarbij we ons gefocused hebben op wijn proeven :-).


Foto's boven: het heerlijke zomerse weer houdt aan in Zuid-Europa, dus we zitten goed in de Alpen. Overdag lekker in het zonnetje aan zwemwater toeven of klimmen op een noord/oostwand. 's Avonds koelt het prima af en maken we een kampvuurtje onder de heldere sterrenhemel.


Het klimmen: Bec de l'Aise

Maja klimt een 7a op Bec de l'Aise


Op een noordwand genaamde Bec de l'Aise die we nog niet kenden, nabij het bergdorpje Freisinnières, ontmoetten we twee fitte vijftigers ('quinca's' genoemd in Frankrijk), Michel en Pascale. De twee konden een aardig potje klimmen! Pascale is dan ook een 'moniteur d'escalade', oftewel een gecertificieerde klimgids. Michel is naast zijn 'echte' baan ook actief als yogaleraar, wat zijn souplesse op de rots goed verklaart.



Boven: onze nieuwe klimmakkers, Michel en Pascale

Rechts: Michel aan de bak in een 7b op Bec de l'Aise, niet gek voor een ouwe sok.

Dankzij onze nieuwe vrienden konden wij ons Frans ten beste geven en dat gaat toch een stuk beter dan ons Spaans. Het Franse koppel was in elk geval onder de indruk, Michel verklaarde zelfs dat Bart helemaal geen accent had!


Bec de l'Aise is maar klein, 7 routes, maar de routes zijn lang en werkelijk wonderschoon! Licht overhangende goudgele kalk met randjes die maagdelijk aanvoelen en dat allemaal in een feëriek berglandschap.


Pierre Fondue en de klimmerskoelkast

Een andere klimrots die we aangedaan hebben is Pierre Fendue, met z'n snijterhard gewaardeerde kwartsiet zevens. Dit klimgebied bleek een bijzonder attractie te verbergen in een schlucht (dat is een spleet tussen twee rotswanden). Hier bleek een koude wind vanuit een aan het oog ontrokken grot te waaien. Die wind hield de schlucht bijzonder koel.

Wij hebben onze koelbox er neergezet en de temperatuur gemeten. Wat bleek? In deze klimmerskoelkast was de temperatuur 7 graden! De buitentemperatuur in de schaduw was 31 graden.


31 graden in de schaduw, maar niet in onze klimmerskoelkast! Onze koelbox staat op een plekje waar het 7 graden is.


Kunst & Cultuur pagina: het 'plan d'eau'

Nee, we hebben nog niet een kerkje of museum bezocht... Dat zou ook 'n beetje dom zijn met dit mooie weer, maar er is ons wel iets opgevallen aan de Franse cultuur: het is hier vanzelfsprekend dat er gratis, mooie recreatievoorzieningen zijn.

Prettige zwemmeren en rivierstrandjes zijn toegankelijk voor iedereen en de gemeente zorgt voor een toilet, bankjes, parkeerplaats, drinkfonteintje enzovoort. Ze noemen zo'n speciaal aangelegde zwemgelegenheid een 'plan d'eau' en op onze wegenkaart zie je dat er altijd wel eentje in de buurt is.


Bart springt in een 'plan d'eau', een typisch Franse door de gemeente onderhouden (gratis) buiten-zwemgelegenheid
Natuurlijk heb je bij zo'n plan d'eau drinkwater en een invalidentoilet (moet je eens in Amsterdam zien te vinden, een gratis en schoon publiek toilet!)


Klimmen in de Ecrins: Entrayges

posted Jul 13, 2015, 7:03 AM by Maja V   [ updated Jul 13, 2015, 7:12 AM ]

Een groot deel van gebergte de Ecrins (zuidoost Frankrijk) bestaat uit natuurpark dat uitgestrekt en ruig genoeg is om wolven en lynxen te huizen, die zeer op hun privacy gesteld zijn. Aan de rand van de wildernis is een mooi klimgebied dat wij vanuit onze idyllisch aan de rivier gelegen kampeerplaats te voet konden bereiken.




Boven: prachtig kamperen aan de rivier 'Le Torrent d'Onde', Ecrins.

En je kunt er ook een frisse duik in nemen.
 


Het klimmen: Entrayges
Het Ecrins klimmassief dat Entrayges heet, is berucht moeilijk te vinden. De aanwijzingen in het gidsje kloppen van geen kant, dus er wordt veel aan je klimmersinstincten overgelaten om dit beloofde land van het gneissklimmen te kunnen betreden. Je moet zelfs een oversteek door een wildwater rivier trotseren, die niet voor niks 'le torrent l'onde' heet. Maar als je er dan bent, heb je een gigantische overhang van wrijvingsvolle gneissrots tot je beschikking met zelfs een 9a. En dat alles is overdag in de schaduw, het is namelijk een noordwand.


Op de moeilijke, overhangende wand konden wij in alle rust een 7b klimmen...
... terwijl om het hoekje een meute klimmers zich op de makkelijkere routes stortten.


Voor de klimleken
:

de moeilijkheidsgraden bij het sportklimmen lopen van 3a t/m 9a/b, dus een 9a is nagegenoeg het allermoeilijkste dat er te klimmen valt. Deze negende graad is alleen weggelegd voor buitengewoon getalenteerde, compleet drooggetrainde klimgoden en godinnen die zich al aan één vinger konden optrekken toen ze nog borstvoeding kregen

(p.s: er bestaan klimmers die hun hele lichaamsgewicht aan één pink kunnen optrekken, en dát dik ik niet aan :-). Klick op deze zin voor een pink pull-up!


Lunchen onder de zware overhang van Entrayges


Deze levensgevaarlijke Whippet bewaakte de rugzak van zijn Engelse baasjes die druk aan het klimmen waren. Maar hij was wel degelijk af te leiden met een stukje kaas...

Ongeval(letje) op de rots

Helaas bleek de uitklim van de 7b op die moeilijk wand nou juist niet over te hangen! Zo kwam het dat Barts voet bij een val in het touw ongelukkig tegen een platje in de rots aanklapte. Het resultaat bleek mee te vallen: alleen maar een verzwikte enkel. Gelukkig lagen de rotsen aan een koude rivier, dus kon er meteen gekoeld worden en als aspirant verpleegkundige zijnde heb ik daarna een mooi drukverbandje aangelegd.


 
Het was een uitdaging voor Bart om terug te komen naar de kampeerplaats over het steile bospaadje en door de rivier heen!


En terwijl Bart verder letsel voorkwam door steunend op een tak de rivier over te steken, was ik de Sjaak om de de rugzak met proviand+klimmateriaal én de zak met het klimtouw terug te brengen (bij elkaar 20 kg.)

Medische update: na 3 dagen was de enkel weer prima om te lopen en maakte Bart zijn (voorzichtige) rentree op de klimrots

Vamos / On y va: Pyreneeën -> Alpen

posted Jul 9, 2015, 6:58 AM by Maja V

Het sportklimmen in de Pyreneeën valt ons altijd een beetje tegen (topgebied Rodellar is ons te druk en te warm) en daarom zijn we na enkele rustige dagen aan de rivier toeven in één klap van de Pyreneeën naar de Alpen gereden, wat ons tegen de 9 uur rijden kostte. Zónder airco in de 37 graden en brandende zon is dat pittig, maar het was de moeite waard:

in de Alpen troffen we zoals altijd koelte, mooie natuur en oneindig veel klimrotsen aan. Wat willen wij nog meer?


De Alpen, uitzicht vanaf de col de la Pousterle


Toch is het de afgelopen week ook in de bergen goed heet geweest, de alpenkraaien vielen nog net niet van ellende uit de lucht en een eitje bakken kreeg je zo voor mekaar op een stukje zuidwandrots. Zelfs de op het noorden gerichte conglomeraatrotsen van Rue de Masques waren te warm om te beklimmen. Bart doet op onderstaande foto desalniettemin een dappere poging om slippend en glijdend van het zweet er 'n 7a+ te klimmen:


Gelukkig is vlakbij Rue de Masques een waterbron waar de klimmers én hun honden van profiteren


Sportklimmen op hoogte: Tournoux

Je kan altijd verder de hoogte invluchten om de temperatuur te drukken. Waar ze te Guillestre (900 m.) zuchtten onder de 35 graden, hadden wij 'maar' 30 graden op 1800 meter te Tournoux, een uit meerdere deelgebieden bestaand klimgebied in een nationaal natuurpark binnen de Ecrins. Het is omsloten door besneeuwde drieduizenders en gletschers die knisperend frisse koele lucht aandragen.

Tournoux bestaat uit zes sectoren met in totaal 126 sportklimroutes waarvan Grotte d'Oréac' met instapniveau 6c de nieuwste is. De sectoren op alle mogelijke windrichtingen en door de hoge bomen aan de voet van de rotsen, krijg je zelfs op de zuidwanden 'Marmottes en folie' de nodige schaduw. Je heb er alle moeilijkheidsgraden, inclusief een flinke collectie achten.


Linker foto boven: Bart cruiset omhoog in 6a+ 'Tomb Raider', sector Météorite. Deze rots ligt op het noorden en omdat je er alleen met 'n allerbelabberst ultrasteil paadje kunt komen (niet geschikt voor kinderwagens en rollators) klim je er meestal alleen. Rechter foto boven: Maja bijt haar tanden stuk op 7c 'Le jaune et le noir' van klimsector 'Yakari et tequila'.


Bart maakt zich gereed om de prachtwand van sector Météorite te bedwingen


Het Flora & fauna hoekje


Tournoux staat bekend om zijn brutale marmotten, maar op de een of andere manier zijn ze cameraschuw en heb ik lang op de loer moeten liggen om dit miserable kiekje te verkrijgen van een exemplaar dat heel eventjes zijn kopje uit zijn burcht stak om te kijken of dat vervelende mens nou nog steeds lag te gluren. Ik ga ervoor om een betere foto te versieren! Affaire á suivre...

De aardbijenplantjes liepen gelukkig niet weg. De bosgrond was ermee bezaaid en wij en de (onzichtbare) marmotten deden ons er tegoed aan.


Dit is de Apollo vlinder die een spanwijdte van wel 9 centimeter heeft en alleen in Europese bergen voorkomt. Het diertje kan zelfs nog boven de 3000 meter gedeien, waar zijn rupsen van vetplantjes leven. De Latijnse naam is 'Parnassius Apollo' en verwijst naar het Griekse Parnassusgebergte en de god Apollo.



Het kamperen
 
We konden op de col van Pousterle op loopafstand van klimgebied Tournoux prima wildkamperen, maar toen de schemering intrad werden we belaagd door muggen (die  de vliegen aflosten!).
Gelukkig zijn het van die lullige Europese muggen die niet eens door je spijkerbroek of trui heen steken (iets wat ons in Noord-Amerika wel is overkomen!) dus met de juiste voorzorgsmaatregelen -zie rechter foto- blijf je redelijk bultenvrij.

Bart zwelt op! En nee, niet door het snoepen van die lekkere Franse kaasjes, maar door een gevleugelde aanvaller...

Overdag werd hij met bloot bovenlijf verrast door onbekend vliegend steekbeest, wiens steek een ontstekingsreactie teweeg bracht in zijn arm. Vergelijk zijn gestoken linkerarm maar eens met zijn rechterarm: bij de elleboog zit er een flinke zwelling. De zwelling migreerde in enkele dagen van de steekplaats op de bovenarm naar de onderarm en veroorzaakte stijfheid, roodheid en pijn. We zijn benieuwd wie de boosdoener is en zetten ons geld in op een spin, maar wie het weet mag het ons mailen in ruil voor een prachtige ansicht met (naar keus) een leuke Alpendame óf marmot erop...

1-10 of 215