Een Gouden Rivier.
 
Een bergstroompje zoekt zijn weg tussen de grote stenen naar de zee.
Onderweg voegen zich andere riviertjes met hun heldere water bij hem.
De bergen in Oost-Java, in voormalig Nederlands-Indië, leveren genoeg water voor de bevloeiing van de sawahs, de bouwgronden voor de rijstplantjes.
Een tot een grote rivier gevormde stroompjes heeft zijn monding in de zee.
Langs de met riet begroeide oever aan de kust woont een krokodillen-familie. Rustig genietend van wat de natuur hun oplevert.
 
Héé…wat is dat nou ?
Een donkere schaduw komt van de zee de rivier op zwemmen.
Alleen een zwartachtige vin steekt boven het water uit.
Soero, de vader krokodil, vindt de indringer niet zo prettig!
Voorzichtig nadert Soero de donkere schaduw, van achter.
Bliksemsnel draait de schaduw zich om.
En Bojo, de haai, werpt zich op Soero.
Een gevecht op leven en dood volgt.
De rivier kleurt rood door het bloed.
De krokodil en de haai knokken voor waar ze waard zijn, en tenslotte kiest de haai eieren voor zijn geld en vlucht weer de zee in.
Uitgeput rust de krokodil uit tussen het riet.
Tientallen jaren later wordt deze rivier bevaarbaar gemaakt voor scheepjes, die producten van de andere eilanden naar dit vissersdorp brengen. En het vissersdorp wordt een havenplaats.
De rivier krijgt een naam: Kali Mas, de Gouden Rivier. Een rivier die geluk en voorspoed brengt.
En de naam voor de stad wordt SOEROingBOJO, kortweg genaamd SOERABAJA.
Soerabaja wordt een grote handelsplaats, met aan de ene kant van de rivier de handelsgebouwen en aan de andere kant de winkels en de woonwijken. De verbinding tussen deze gebieden is een grote brug over de rivier.
De naam van die brug: Jembatan Merah, de Rode Brug.
Precies op de plek waar het gevecht plaats vond tussen Soero en Bojo, is het verhaal.

Grotere zeeschepen werpen hun anker op de rede van Soerabaia.
Frederik Frits Lapré is eerste klas loods van de haven.
Hij is gelukkig getrouwd met Sophia Maria Montero en zal uiteindelijk 7 kinderen krijgen, waaronder Jafet, Henri Pieter en Marie.

Ze wonen in de Kampementstraat naast een andere loodsen-familie, de Familie Moorrees. Hun twee kinderen zijn Ida Wilhelmina en Joseph Willem Henri. Prachtig al die kinderen in dezelfde straat.

Jaren later zouden
Henri Lapré (Kik of Oom Kik genoemd) en Ida Moorrees (bijgenaamd Aat) met elkaar trouwen: Mijn Pa en Ma.


Dit is het begin van mijn verhalen.
Verhalen die beginnen bij de familie Lapré en de familie Moorrees in Soerabaia. De plaats waar ik zelf later ook veel zou beleven.

Anneke Grönloh zingt over Soerabaja




Een vertelling. Een herinnering. Een werkelijkheid.

Er zijn Indische ouders en grootouders die hun ervaringen nooit hebben willen, kunnen of mogen vertellen.
Dat is heel jammer.

In Indië zijn er erg veel leuke gebeurtenissen geweest waar mijn familie plezier en vreugde aan heeft ondervonden.
Mijn kinderen en kleinkinderen hebben vragen over hun afkomst, ze willen meer weten over hun roots.
Over Indische uitdrukkingen, eetgewoonten en leefwijze.


Om mijn eigen waardevolle ervaringen niet verloren te laten gaan
heb ik besloten deze voor het nageslacht en ieder die hier in geïnteresseerd is op te schrijven.
Het worden verhalen uit Nederlands-Indië van vóór de tweede wereldoorlog, verhalen die zich tijdens de oorlog afspeelden, uit de periode van de Japanse bezetting en uit de bersiaptijd.
Ook de aanpassing van onze Indische familie in Nederland en mijn verdere leven hier probeer ik zo uitvoerig mogelijk over te brengen.
Het is een leven zoals waarschijnlijk meerdere Indische families hebben meegemaakt.


Ik ben :
Trots op mijn Indische afkomst,
Trots op mijn Indonesische grootmoeder, de moeder van mijn moeder en haar man,
Trots op mijn beide grootouders,
Trots op mijn stamboom,
www.lapre.nl,
Trots op mijn ouders, voor wat ze gepresteerd hebben in hun leven,
Trots op mijn vier broers, hun levenspartners en al hun nakomelingen,
Trots op mijn lieve echtgenote Ria, die mij altijd gesteund heeft en met wie ik zeven keer naar Indonesië ben gegaan,
Trots op mijn zes kinderen en hun partners,
Trots op mijn
(tot nu toe) 11 kleinkinderen.

Samen met Guido, één van mijn zonen, willen we zoveel mogelijk de verhalen en ervaringen opschrijven en bewaren.
Helaas zijn veel materialen, zoals documenten, foto’s en afbeeldingen in de chaotische jaren 1940-1951 verloren gegaan.
Of wij hebben het niet kunnen achterhalen.
Indien er personen zijn die ons hiermee kunnen helpen, stuur dan een mailtje naar: guido@lapre.nl
Hartelijk dank voor de moeite.