Vanaf de elfde eeuw ontwikkelde Franeker zich tot het administratieve centrum van Westergo. Franeker ontving stadsrechten in 1374. Als verklaring van de naam geeft men overwegend de voorloper 'frone-akker', de vrome-akker of vrome-ker(k). De naam klinkt daarentegen naar de volksnaam der Franken, zoals in Frankers en Frankenrijkers. Het stins met de Valck, beter bekend als Martenahuis, vormt het belangrijkste kasteel in de oude stad. De hertog van Saksen zou in de 15de eeuw op dit stins wonen, later gevolgd door grietman Martena van Burmania in de 17de eeuw. Van 1585 tot 1811 huisvestte de stad de universiteit van Franeker, de tweede protestantse universiteit van Nederland. De omstreden oprichting ging gepaard met de dood van Camminga in april 1584, en daaropvolgend de moord op Willem van Oranje in juli 1584. De academie kende een voortvarende start maar was sinds de oprichting van Groningen, in het nadeel. De universiteit werd door de Franse koning gesloten, kort na de oprichting van het Koninkrijk Holland, in de Franse tijd. Ook de opvolger, het Rijksatheneum, gesticht in 1815, werd niet werkelijk de gehoopte opvolger. En derhalve in 1847, nu door de koning van Holland, gesloten. De stad kent een uit haar rijke verleden, uiterst luxueus en grotesk stadhuis, met zelfs een interieur van gouden behangschilderingen. Het planetarium toont een werkende tentoonstelling van de hemellichamen op schaal nagebouwd. De Franeker academie zou een rol gespeeld kunnen hebben bij de inrichting van dit zonnestelsel op ware schaal.
Theehuis Franeker
© 2017 F.N. Heinsius