Symbolisch gesproken: ‘Mijn huid is erg dik geworden’

Serge Simonart




De-Artiest-Die-Iedereen-Nog-Steeds-Prince-Noemt, ofwel symbool, ofwel love-symbol, begint zowaar menselijke trekjes te vertonen: hij heeft net een nieuw album uit, ’Newpower Soul’, en geeft zowaar een interview. “Nee, geen interview, het is een gesprek.” Ook goed.

The Hit Factory in New York. een opnamestudio die bijna zo legendarisch is als The Artist zelf, is een futuristische superloft: alleen al de lift lijkt zo uit Blade Runner gelicht. De muren zijn bepleisterd met platina elpees en CD’s: John Lennon nam hier Double Fantasy op; David Bowie Station To Station; Michael Jackson HIStory, de Stones ettelijke songs van diverse CD’S.

Meer dan welke concurrent ook is ex-Prince er in vijftien jaar tijd in geslaagd om alle grenzen (ras. kleur, muzikale smaak, radio-formats, genres) te overschrijden. Hij zong eerder en beter over ras, sex en sekse dan wie ook. Hij verkocht platen aan fans van funk, maar ook aan fans van Springsteen. Dat geen van die prestaties nu nog schokkend lijkt, komt omdat iedereen –van de zwarte soulconcurrenten tot de blanke MTV– Princes invloed zonder meer heeft geabsorbeerd. Lang werd zijn zogenaamde directe concurrent Michael Jackson met hem in één adem genoemd. Naar kijk naar de feiten: MJ bracht in vijftien jaar tijd vijf CD’s uit. waaraan hij driekwart van de nummers niet zelf schreef. Symbool/Prince bracht in dezelfde periode twintig CD’s uit, en alle songs schreef hij zelf. Symbool speelt, live en in
de studio, zes verschillende instrumenten. MJ níet. Symbool triomfeert live met muziek en charisma. MJ met pathos en special effects.

Terugkijkend zijn vooral Princes ambitie en verbetenheid indrukwekkend. Wie anders zou mentaal de vernedering kunnen verwerken om (in ’81) in het voorprogramma van de Rolling Stones op hun Amerikaanse tournee te worden uitgejouwd en met bier te worden bekogeld? Wie anders zou een nummer als Baby, I’m A Star schrijven voor hij er één werd? Anderzijds is dit ook de man die, bij een eerdere ontmoeting, heel onbekommerd leek. en breed glimlachend de kinderkamer in Paisley Park liet zien – terwijl later bleek dat een paar dagen daarvoor zijn pasgeboren baby was overleden.

Natuurlijk vraagt iedereen zich vandaag af waarom The Artist ( iedereen in zijn omgeving noemt hem zo) na vijftien jaar opeens wil praten. Sommigen insinueren dat hij bankroet is en het geld en de aandacht nodig heeft. Naar dát is flauwekul: Prince kreeg altijd al alle aandacht, ondanks (of juist dankzij) zijn zwijgen, en hij verdient tot het einde der tijden alleen al aan Purple Rain genoeg aan auteursrechten om miljonair te blijven. Anderen suggereren dat hij een hit wil. Ook onzin: The Artist’s laatste wereldwijde nummer één was The Most Beautiful Girl, en die plaat werd zonder enige vorm van promotie verspreid door een kleine maatschappij. En op Newpower Soul zijn nieuwste album, staan goede grooves, maar opzettelijk géén hits.

Anderzijds heeft de heisa rond zijn naamsveranderingen en het uitbrengen van zijn vier laatste platen via vier verschillende kanalen hem geen goed gedaan. En zijn er meer donderwolken aan de hemel: The Artist’s GIam SIam discotheken in Minneapolis en LA zijn dicht, net als zijn Symbool-winkels in Minneapolis en Londen. Een aantal medewerkers van Paisley Park werd ontslagen. Omwille van al dat financiële geharrewar noemen cynici The Artist nu ’The Accountant’.

Zelf denk ik dat Symbool het gewoon zat is om afgeschilderd te worden als een excentrieke, gestoorde dwergkluizenaar. Hij praat omdat hij wil bewijzen dat hij een normaal mens is die toevallig gepassioneerd en obsessief met muziek bezig is. En als je Mayté van dichtbij ziet -een mooi, lief, no-nonsense meisje, vrij van pose- is het duidelijk dat ook zij een heilzame invloed heeft op ’s mans openheid.

Een paar mythes werden al ontzenuwd tijdens een eerder bezoek, achttien maanden geleden in Paisley Park: de man is wel degelijk intelligent en allesbehalve schuchter. En hij heeft gevoel voor humor. Onlangs, op de Amerikaanse TV, gaf hij onverwacht acte de présence bij komiek Sinbad. Toen die hem vroeg waarom hij zolang had gezwegen, antwoordde Symbool met ’n hoog stemmetje: “Well, ik schaam me al zolang voor m1n rare stem.”

In werkelijkheid benadert de diepe bromstem van The Artist die van Barry White. Maar ik kan het niet bewijzen, want Symbool weigert nog steeds zijn stem te laten opnemen. Vooraf is gezegd dat het komende gesprek ("Het is een gesprek, géén interview") genoteerd zal moeten worden. Een ramp, want hoe kun je praten met je idool, luisteren, de man in de ogen kijken, aan je volgende vraag denken, en dan ook nog opschrijven wat er gezegd wordt?! Op de valreep is iemand op het onzalige idee gekomen om de conversatie te laten vastleggen door een professionele stenografe. Oké, geen recorder, geen notitieblok. Gewoon zitten en praten.

The Artist houdt ervan mensen te verrassen. Opeens is hij er. Ik zit achter het mengpaneel van Studio 2 naar de video voor de single The One te kijken. In de intro zie je The Artist en Mayté in zwart-wit; hij als haveloze zwerver, zij als straatarm meisje dat bij haar moeder in het getto leeft. De sentimentele maar
grappige video is net afgelopen als ik The Artist ontwaar in de opnameruimte, geheet gehuld in zwart fluweel. Hij draagt een platina oorsierraad en heeft een glazen wandelstok waarin blauwe glitters schitteren. We begroeten elkaar en even later leidt een assistent de stenografe binnen. Het blijkt een vrouw van middelbare leeftijd die wat betreft uiterlijk en gedrag de ontbrekende schakel tussen Peggy Bundy en Roseanne Barr kon zijn. Ze komt tussen ons in zitten. Ik voorzie een ramp.


Ik toon The Artist een Engelse reclame voor Becks bier, waarin het Symbool-symbool is gekopieerd, en de verkoopslogan luidt: ’The beer formerly known as hop, yeast, barley and glacial water’, en vraag: heb je dit al gezien?

Hij grijnst, wijst ter illustratie op het Symbool-symbool op z’n wandelstok en zegt: “Ik, eh, ik ben niet zo goed in namen.’

Dan bekijkt hij de advertentie.

“Nee, dit mag niet. Dit is piraterij. ’Symbool’ is een wettig gedeponeerd merk. Zo slim was ik wel. Tot ergernis van de advocaten van Warner. Zo’n advertentie is natuurlijk inspelen op mensen die lachen om m’n nieuwe naam. Ze doen maar. Het is hun probleem, niet het mijne. Mijn huid is erg dik geworden.”
(Ondertussen tikt de stenografe het gesprek uit op haar irritant zoemende en krassende machine.)

Ik heb net de video voor The One gezien... "Mayté heeft ’m geregisseerd...” “Wat?!” krijst de stenografe met verschrikkelijk Amerikaans accent. “Wat was dat voor vreemd woord? Mawpé?”

Mayté. Dat ¡s de echtgenote van deze meneer.


"Really?”zegt de stenografe. “Wat een rare naam. Kunt u dat even spellen?”

“M-A-Y...” spelt The Artist, cynisch. Dan rolt hij met de ogen, zegt: “Pardon, ik moet even bellen,” en wandelt zonder omhaal de kamer uit.

"He’s weird, “zegt de stenografe. “Hij zal wel even moeten pissen, denk je niet?”

Wurgneigingen komen in mij boven. Even denk ik dat Symbool is vertrokken, maar dan komt een assistent de stenografe wegroepen. Ik zie The Artist naar de opnameruimte lopen, waar een vleugel staat. Ik volg hem ongevraagd.


The Artist speelt een paar minuten wat improvisaties op de piano. Prachtig! Ik zeg hem dat ik best bereid ben om ons gesprek te schrappen als ik hier het volgende uur mag luisteren.

“Ha. Nee. Oké, wat wil je weten?”

Wel, ik wil niet zeuren, maar waarom mag ¡k ons gesprek niet opnemen? Ik weet dat je het beu bent dat mensen allerlei onzin over je schrijven, maar hoe kan je er zeker van zijn dat er geen gekke dingen opgeschreven worden als er geen registratie van dit gesprek bestaat? “Naar mijn gevoel is een cassetterecorder gebruiken bij een gesprek zoiets als een contract hebben. En ik wil met jou geen formeel contract. Ik wil een informeel gesprek over iets waar we hopelijk allebei gepassioneerd mee bezig zijn: muziek. Als er geen recorder is, is onze relatie gebaseerd op vertrouwen. Als jij dan leugens schrijft, beschaam je dat vertrouwen en zuig je al die negatieve energie op in jouw karma. Ik vertrouw je, dus we hebben geen recorder nodig. En ik ben nu vrij, mijn muziek is vrij, dus ik kan vrijuit praten.”

Hij wijst vaag naar zn wang waar tot voor kort nog ’Slave’ stond geschreven.

Oké. Je hebt onlangs Crystal Ball uitgebracht, een drie- tot vijfdubbele CD, naar gelang de versie, met outtakes en onuitgebrachte songs. Maar wat ik nog steeds niet begrijp: jij bent de beste performer van je generatie en je hebt in twintig jaar tijd geen enkele live-CD uitgebracht. Fans zitten vooral te wachten op CD’S van de after show-concerten, waarop je briljante jams speelt. "Ik heb álles op tape. man, ook alle jams. Ik neem álles op, net zoals Jimi Hendrix vroeger deed. Al die live-opnamen worden ooit uitgebracht. Mensen moeten een artiest zich volledig laten ontplooien. Ik heb net een jam van drie kwartier gedaan met bassist Larry Graham. Die heet The War en ik heb ’m al teruggebracht tot 26 minuten. Een fantastisch nummer. Nu kan ik dat soort stuff eindelijk uitbrengen. Zoals Miles Davis indertijd platen als Bitches Brew kon uitbrengen waarop in sommige gevallen één song een hele plaatkant besloeg. Als ik zoiets aan Warner voorstelde, kregen ze een hartaanval en brachten ze meteen een batterij advocaten in stelling. Zij vonden het belachelijk dat Sign O’ The Times een dubbel-CD was. Terwijl ik wilde dat het een dríedubbele CD werd! Zij zijn het soort mensen die tegen Orson Welles gezegd zouden hebben dat Citizen Kane ’wel wat lang’ was of dat Mozart ’teveel noten’ gebruikte.”

Wat zijn in jouw ogen de beste yarns die je ooit gedaan hebt? “God, het zijn er zoveel geweest. Spelen met de ritmesectie Sonny T. en Michael Bland was fantastisch. De interactie tussen die twee is fenomenaal. Toen we I Hate U aan het opnemen waren, werd ik even weggeroepen en toen ik terugkwam, hadden ze het hele middenstuk voor mekaar. Ik ben niet zo met mezelf bezig als de mensen denken. Ik geniet echt van het samenspel tussen muzikanten. Onlangs hebben Larry Graham, Chaka Khan en Ik veertig minuten gejamd op I Wanna Take You Higher (van Sly Stone). En toen ik met Miles (Davis) jamde, hebben we muziek gemaakt die onbeschrijflijk is. Miles speelde op mijn piano thuis gewoon achteloos een paar akkoorden. Prachtige akkoorden! Een wonderlijke melodie. En Miles was niet eens een pianospeler! Ik heb veel lange improvisaties van ons op tape. Maar ik wacht met uitbrengen tot het juiste spirituele moment daar is. Misschien op Miles’ verjaardag, of z’n sterfdag, toen hij werd verlost van de cyclus van leven en dood... Nogmaals: ik wil dingen doen die juist vóelen, níet omdat ik moet van de platenmaatschappij.”

Je hebt Chaka Khan blijkbaar ook ingelijfd bij de New Power Generation. “Chaka is nog zo’n artieste die jarenlang monddood is gemaakt door louche managers en inhalige platenmaatschappijen die haar allerlei restricties oplegden. Als Chaka in het verleden met iemand wou jammen, moest ze daarvoor toestemming vragen. Nu is ze vrij en kan ze zoveel platen uitbrengen als ze wil. Wát een stem heeft dat mens! Kijk, dat is nu het grootste plezier dat ik beleef aan mijn status: dat ik niet alleen kan samenwerken met mijn jeugdidolen, maar dat ik ook mensen zoals Chaka en Larry nog kan redden uit de klauwen van aasgieren. Zo kan ik mijn spirituele schuld tegenover hen terugbetalen. Want ik vergeet niet waar ik vandaan kom. Als we live spelen, verwerk ik in een song als Cream bijvoorbeeld een flard van Chain Of Fools (van Aretha Franklin) als knipoog naar mijn inspiratiebronnen. En die zijn niet allemaal zwart - ik heb ook al Jailhouse Rock gespeeld.”

Op New Power Soul lijk je niet meer bezig met het willen scoren van hits. Cynici zeggen: ’Hij kán ’t niet meer’
"Ha. dat zeiden ze vlak voor The Most Beautiful Girl ook. Die schreef ik trouwens de dag nadat zo’n ’maatpak’ bij Warner insinueerde dat ik ’het’ niet meer zou hebben. En dat zeiden ze na Purple Rain. En toen Around The World In A Day minder verkocht dan z’n voorgangers, werd ook mijn einde al voorspeld. En toen werd Kiss een wereldhit. En daarna heb ik nóg tien hits gehad. Ik lees ook vaak dat Lovesexy een flop zou zijn, maar nog elke dag krijg ik brieven van mensen die beweren dat díe plaat hun leven heeft gered. Dus het kan me echt niet schelen wat ’men’ vindt. Ik weet wie ik ben en wat écht telt. Ik wil gewoon dat het weer wordt zoals vroeger, toen mensen een elpee kochten; een héle plaat, níet alleen de single.”

Is er een songtekst waarvan de betekenis voor jou in de loop der tijd is veranderd? "Ja: The One. Dat was eerst een gewoon liefdesliedje. Maar het is uitgegroeid tot een respectvolle hymne aan het adres van de schepper. God. De tekst kreeg een andere betekenis voor me na het lezen van de New World-vertaling van de Bijbel. The One heeft gaandeweg een soort Hof van Eden -feel gekregen. Ik vind het een van de meest pure songs die ik ooit heb geschreven. Het is een song over het nastreven en uitvoeren van idealen. En ín die zin vormen de pure geboden van de Bijbel nog steeds het summum van Het Goede Doen. Let’s Go Crazy was indertijd ook bedoeld als eerbetoon aan de Schepper, maar die ondertoon heb ik van Warner moeten afzwakken, want er was volgens hen geen markt voor popsongs over God.’”

Volgens een van de vele roddels wilde jij nooit praten uit angst gevraagd te worden naar je muzikale invloeden. Maar iemand als James Brown, die was van grote invloed, neem ik aan? “James Brown was én is absoluut een inspiratie. Waarom zou ik dat ontkennen? We spelen voortdurend James Brown-riffs als opwarmer of gewoon voor de lol. Ik heb James Brown al heel vroeg in m’n
leven live gezien, en ik bewonderde hem omdat hij absolute controle over zijn groep leek te hebben én omdat hij de mooiste danseressen had. Die dingen wilde ik ook.”

En de invloed die je zelf hebt op al die hiphoppers en new soul-adepten, van R.Kelly en Brandy tot D’Angelo, Maxwell en zelfs Tricky? "Het ís niet aan mij om daarover te praten. Ik kan wel zeggen dat ik niet wil doen alsof lof en invloed en navolging me koud laten. Ik was heel blij toen onlangs bleek dat Purple Rain de favoriete song van Eric Clapton is. Ik ben ontroerd als Carlos Santana –een idool en een vriend– laat merken dat de bewondering wederzijds is. Of als The Fugees The Cross coveren. Maar ik denk niet in termen van competitie. Ik ben alleen in competitie met mezelf.’

Sommige mensen gebruiken jouw muziek om op te vrijen. Welke muziek zet jij thuis op om in the mood ie raken? “Dezelfde.’

Op de lange versie van I Hate U fluister je tegen een meisje: ’Remember when we did it to Mahler.’ “Dat is ook gebeurd, ja. Maar ik vrij ook op m’n eigen muziek. Ik maak muziek voor álle gelegenheden. Ik componeer ook soundtracks voor rijden in de auto, of juist om bij te relaxen. Kamasutra (de vijfde
CD van Crystal Ball) is nogal ambient en perfect voor bij sex. Vandaar de titel. En Crystal Ball was deels geïnspireerd door het idee hoe het zou zijn om te neuken tijdens de Apocalyps, terwijl de wereld vergaat”.


Je hebt altijd veel over sex gezongen. Zoals in International Lover (’I know where your G-spot ¡s, do you want me to show you?’). Of tijdens de jam Rock Hard In A Funky Place: ’I hate to see a good erection go to waste.’ En ál die jaren had je de reputatie een superminnaar te zijn. Was je dat ook? "Ik heb níet overdreven veel over sex gezongen. Als je al mijn songs telt, gaat misschien tien procent nadrukkelijk over sex. Maar ik ben nu een getrouwd man, en ik heb de spirituele vrede gevonden. Alles wat minder dan dat te bieden heeft, lijkt irrelevant. En sex zonder liefde... Ach, bij sex telt de waarheid van de dag, hè. Vroeger wilde ik van alles bewijzen. Ik worstelde met demonen, had stemmingen waarin ik niet was wie of wat ik wilde zijn, of nog niet kon bereiken wat ik wilde bereiken. En dan was voor mij, zoals voor iedereen, de zonde de makkelijkste uitweg: teveel drinken, teveel vrouwen, de verkeerde vrouwen of zelfs te hard werken om het probleem te verdringen.’

Met virtual reality is het tegenwoordig mogelijk om overleden artiesten te laten verrijzen. In Amerika touren ze al met een dode Elvis die vanuit het graf met een live orkest meezingt. Zou jij ooit zo’n virtuele jamsessie overwegen? “Absoluut niet. Zoiets vind ik een demonisch idee. Ik ben vierkant tegen dat soort gesjoemel. Alles is zoals het is en zoals het moet zijn. Als het Gods bedoeling was geweest dat ik met Duke Ellington zou jammen, had Hij ons wel in hetzelfde tijdvak geschapen. Ook wat ze hebben uitgespookt met John Lennon -zijn stem overzetten op dat nummer. Free As A Bird, vijftien jaar na zn doodvind ik afschuwelijk. Het zal mij niet gebeuren. Nog een reden waarom ik totale artistieke controle wil.”
Er wordt gewenkt. The Artist moet weg. “Well meet again,” zegt hij nog. Ik haast mij naar het dichtstbijzijnde toilet, niet om mijn behoefte te doen, maar om snel alle details van het gesprek te noteren. Pas na een uur, als The Artist al lang en breed weer muziek aan het maken is, sta ik op. Fluitend was ik mijn handen