E-lijn

De E-lijn heet in de 2e bachelor voluit ‘Exploratie: verpleeghulpstage en contextgeneeskunde. Studium generale.’. Deze lijn is 6 studiepunten, loopt over het hele academiejaar (beide semesters dus) en bevat verschillende werkvormen en lesgevers. Deze cursus maakt deel uit van de E-lijn die startte in jaar 1 (Exploratie en ethiek in de gezondheidszorg) en verdergezet wordt in jaar 3 (Exploratie: jeugdgezondheidszorg en contextgeneeskunde. Studium Generale).


Meer info kan je steeds terug vinden op de ECTS-fiche.

Onderdelen

Studium generale

Dit zijn voordrachten, lezingen of andere vormen van presentaties. Hiervan moet telkens een verslag gemaakt en geüpload worden op Minerva. Het doel hiervan is de student aanzetten tot kritisch reflecteren over de positie van de arts binnen een breder maatschappelijk kader. In totaal moet je er drie gemaakt hebben en elk verslag moet minstens 500 woorden tellen. Wanneer je er geen drie hebt gedaan moet je een grote opdracht maken tijdens de tweede zit, dus het advies is om er tijdens het jaar gewoon drie te doen en dan ben je ervan af.

Professioneel gedrag

Dit houdt eigenlijk de normale dingen in zoals vriendelijk en beleefd zijn tegenover je medestudenten en professoren. Er wordt in het eerste semester ook een les over gegeven.

Mentorsessies

Het jaar wordt ingedeeld in kleine groepjes (dit zijn dezelfde groepjes als die in je eerste bachelor). Deze worden telkens een mentor toegewezen. Dit is een arts waarmee je doorheen het curriculum over alles kan praten. Je zal per sessie een opdracht moeten maken, maar deze valt goed mee en vraagt niet veel tijd. Het is een kans om met een arts in contact te komen, vragen te stellen en te praten over jouw zorgen en ideeën. In het tweede jaar zijn er vier mentorsessies met je hele groepje en één gesprek met je mentor alleen.


Exploratielijn contextgeneeskunde

De student leert de normale fysische, psychomotorische en sociale ontwikkeling van een baby in het eerste levensjaar kennen in de context van een gezin. Elke student zoekt na het eerste jaar een Nederlandstalig gezin waarin een baby geboren werd in juni, juli of augustus van dat jaar. Voor dit onderdeel wordt je verdeeld in groepjes van ongeveer 20 personen en krijgt elke groep een begeleider. Na elk gezinsbezoek (4 per jaar) kom je samen met je groepje. Er zijn een paar opdrachten per gezinsbezoek die je dient te maken. Deze zijn deels gelijk per bezoek en focussen deels elk bezoek op een ander onderdeel van de ontwikkeling van dat kind. De opdrachten zijn niet zo moeilijk en nemen niet veel tijd in beslag. Op het einde schrijf je ook nog een brief naar de ouders. Hiermee oefen je enerzijds je communicatieve vaardigheden, empathie, beroepsgeheim en het vragen stellen en anderzijds leer je bij over het vaccinatie-, voedings- en slaappatroon en de normale fysische, neuromotorische, sociale, visuele, … ontwikkeling van het kind in zijn/haar eerste levensjaar. Na het indienen van je hele map ga je op feedbackgesprek bij je begeleider.

Examen

Voor E-lijn heb je in juli een klein examen. Om te kunnen slagen voor deze lijn, dien je ten eerste in orde te zijn met je portfolio van professioneel gedrag, opdrachten van je mentorsessies en verslagen van studia generale. Ook wordt je beoordeeld op je huisartsenstage a.d.h.v. je opdrachten, je dagboek, je medewerking tijdens de groepssessies en de evaluatie van je stagementor. Ten slotte wordt het babyproject beoordeeld a.d.h.v. je opdrachten, je ingevulde tabellen (voeding, slaap, motoriek, groeicurves, …), je brief, je medewerking in de groepssessies, de evaluatie van de ouders en het examen op het einde van het academiejaa. Dit examen bestaat uit 10 MCQ over casussen van baby's waarbij het meest correcte antwoord moet worden aangeduid. Hiervoor is niet veel voorbereiding nodig, de documentatie die je in de babymap hebt zitten is voldoende. Daarnaast is gezond verstand ook een grote must voor dit examen. Het examen telt mee voor 1,5/20.

FAQ