Spelling van de klinkers in het Kinroois
Voorblad > Spelling van de klinkers in het Kinroois
Overzicht van de klinkers en hun schrijfwijzen
Grafemen zoals Theo van Dael ze gebruikt
Toelichtingen door Carlos Montfort
Of een klinker in een woord lang of kort uitgesproken wordt kan ook afhangen van de positie van het betreffende woord in de zin. Als een woord bijvoeglijk gebruikt wordt of gewoonweg gevolgd wordt door een ander woord, dan is het mogelijk dat het woord kort uitgesproken wordt. Als een woord het laatste woord in een zin vormt, dan kan het zijn dat een woord dat typisch kort is, lang uitgesproken wordt.
Gedeeld grafeem
Grafeem a (onderkast) A (bovenkast)
Ongeronde open voorklinker
Eenklank / monoftong
Ongerond
a
a
[sleeptoon] /ɑ~/
[stoottoon] /ɑ/
Met sleeptoon:
man (man)
lamp (lamp)
damp (damp)
Met stoottoon:
manj (mand)
manskaerel (manskerel. man)
pan (pan)
vlam (vlam)
Gedeeld grafeem
Grafeem a > aa
a
Korte vorm van aa, in open lettergrepen.
Zie bij aa.
Ook verkort tot a
Grafeem aa (onderkast) Aa (bovenkast)
Ongeronde open achterklinker
Eenklank / monoftong
Ongerond
aa
aa
[sleeptoon] /a~/
[stoottoon] /a/
Met sleeptoon:
daag (dag)
blaad (blad)
Met stoottoon:
daag (dagen)
Deze klank wordt in schrift verkort (verenkeld) tot a wanneer die het einde vormt van een open lettergreep.
rape (rapen)
hane (hanen)
gladjanus (gladjanus)
Grafeem ae (onderkast) Ae (bovenkast)
Lange ongeronde halfopen voorklinker
Eenklank / monoftong
Palataal
Ongerond
ae
ae
[sleeptoon] /ɛː~/
[stoottoon] /ɛː/
Met sleeptoon:
gae (gij)
dae (die. mannelijk)
waeg (weg. enkelvoud)
paerd (paard)
Met stoottoon:
waeg (wegen. meervoud)
Deze palataal kent het Nederlands niet.
Grafeem ao (onderkast) Ao (bovenkast)
Geronde open achterklinker
Eenklank / monoftong
Ongerond
ao
ao
[sleeptoon] /ɒː~/
[stoottoon] /ɒː/
dao (daar)
gaon (gaan. infinitief)
slaon (slaan. infinitief)
raof (wondkorst)
Met stoottoon:
(ich) slaon ((ik) sla)
(ich) gaon ((ik) ga)
paol (paal)
zaod (zaad)
Grafeem äö (onderkast) Äö (bovenkast)
Lange geronde halfgesloten voorklinker
Eenklank / monoftong
In zekere mate gerond
äö
äö
[sleeptoon] /øː~/
[stoottoon] /øː/
Met sleeptoon:
häör (haar, voornaamwoord)
däöl (kauw. vogel. enkelvoud)
Met stoottoon:
äörke (aartje, korenaartje)
zäödje (zaadje)
päöl (palen)
sjäöp (schapen. meervoud)
däöl (kauwen. vogels. meervoud)
Grafeem au (onderkast) Au (bovenkast)
Tweeklank / diftong
au
/ɑu/
lauw (lauw)
flauw (flauw)
gauw (gauw)
lauweleer (laurier)
Gedeeld grafeem
Grafeem e (onderkast) E (bovenkast)
Ongeronde halfopen voorklinker
Eenklank / monoftong
Ongerond
e
e
[sleeptoon] /ɛ~/
[stoottoon] /ɛ/
Met sleeptoon:
sjerp (scherp)
berg (berg)
mert (markt)
spel (spel. tijdverdrijf)
Met stoottoon:
get (iets)
men (mannen)
spel (spel, persoonsvorm)
Gedeeld grafeem
Grafeem e (onderkast) E (bovenkast)
Centrale middenklinker oftewel sjwa
Eenklank / monoftong
Ongerond
e
/ə/
de (de)
het (het)
geraoje (geraden)
Gedeeld grafeem
Grafeem e > ee
e
Korte vorm van ee, in open lettergrepen.
Zie bij ee.
Grafeem è (onderkast) È (bovenkast)
Eenklank / monoftong
Ongerond
è
è
[sleeptoon] /e̞~/
[stoottoon] /e̞/
Met sleeptoon:
zègke (zeggen)
hèk (heg)
Met stoottoon:
mèt (met)
vèt (vet)
tèlle (tellen)
De klank die aangeduid wordt met sleeptoon klinkt iets helderder dan de klank die aangeduid wordt met stoottoon. Bij de eerst vernoemde klank is de mond enigszins gestrekt.
Ook verkort tot e
Grafeem ee (onderkast) Ee (bovenkast)
Ongeronde halfgesloten voorklinker
Eenklank / monoftong
Palataal
Ongerond
ee
ee
[sleeptoon] /e~/
[stoottoon] /e/
Met sleeptoon:
reet (reet. opening)
reep (reep. strip)
Met stoottoon:
reem (riem)
reetje (rietje)
neet (niet)
Deze klank wordt in schrift verkort (verenkeld) tot e wanneer die het einde vormt van een open lettergreep.
reme (riemen)
besnete (besnieten, misnieten. antoniem van genieten)
lever (liever. sleeptoon)
Anomalie
Grafeem ee > /ə/ (sjwa)
Anomalie!
ee
/ə/
Volgens de rationale en holistische visie van Carlos Montfort wordt het lidwoord van onbepaaldheid een /ən/ net zoals in het Nederlands mee ee geschreven.
een (een. lidwoord)
Dit geldt dus enkel voor het lidwoord van onbepaaldheid een.
Dit wordt uitvoerig uitgelegd op het blad Lidwoorden een en ein.
Grafeem ei (onderkast) Ei (bovenkast)
Tweeklank / diftong
Auslaut is een palataal
ei
ei
[sleeptoon] /ɛɪ̯~/
[stoottoon] /ɛɪ̯/
Met sleeptoon:
kleid (kleed)
heis (hees)
Met stoottoon:
wei (wei)
heives (heimwerts, huiswaarts)
zeije (zaaien)
#tweeklank-met-palataal-of-palatalen
Grafeem eu (onderkast) Eu (bovenkast)
(Lange) Geronde halfgesloten voorklinker
Eenklank / monoftong
Palataal
Gerond
eu
eu
[sleeptoon] /øː~/
[stoottoon] /øː/
Met sleeptoon:
beuke (beken, wenen)
deur (deur)
neutje (nootje)
Met stoottoon:
deur (duur)
keure (keuren, aaien)
meug (moe)
Grafeem i (onderkast) I (bovenkast)
Eenklank / monoftong
Palataal
Gerond
i
i
[sleeptoon] /ɪ~/
[stoottoon] /ɪ/
Met sleeptoon:
dinke (denken)
zinke (zinken)
Met stoottoon:
dik (dik)
mik (mik, brood)
In het Kinroois en verwante dialecten is dit geen gedeeld grafeem. Het is altijd [ɪ]. In het Nederlands is dit wel een gedeeld grafeem dat correspondeert met i [ɪ] en ie [i].
Grafeem ie (onderkast) Ie (bovenkast)
Ongeronde gesloten voorklinker
Eenklank / monoftong
Palataal
Gerond
ie
ie
[sleeptoon] /i~/
[stoottoon] /i/
Met sleeptoon:
biete (bijten)
riete (rijten)
sjrieve (schrijven)
Met stoottoon:
femieliej (familie)
liefke (lijfje)
koffie (koffie)
Met sjwa-naslag
Grafeem ieë (onderkast) Ieë (bovenkast)
Ongeronde gesloten voorklinker met sjwa-naslag
Dit is een combinatie van twee fonemen!
Anlaut is een palataal
ieë
/iə/
Bieësel (Beersel, Molenbeersel)
hieëske (hammetje)
kieës (kaas)
Ook in een open lettergreep verandert deze grafeemcombinatie niet.
sjrieëve (schreeuwen)
sjieëre (scharen)
ieëker (aker. emmer)
Het trema op de sjwa dient uitsluitend om een klinkerbotsing op te lossen.
Gedeeld grafeem
Grafeem o (onderkast) O (bovenkast)
Geronde halfopen achterklinker
Eenklank / monoftong
In zekere mate gerond
o
o
[sleeptoon] /ɔ~/
[stoottoon] /ɔ/
Met sleeptoon:
bol (bol, kop)
vol (vol)
Met stoottoon:
kot (kot, keet)
vot (vod, achterwerk)
zot (zot)
Gedeeld grafeem
Grafeem o > oo
o
Korte vorm van oo, in open lettergrepen.
Zie bij oo.
Ook verkort tot o
Grafeem oo (onderkast) Oo (bovenkast)
Geronde halfgesloten achterklinker
Eenklank / monoftong
Gerond
oo
oo
[sleeptoon] /o~/
[stoottoon] /o/
Met sleeptoon:
good (goed)
moot (moet)
sjoon (schoen)
Met stoottoon:
sjoon (schoenen)
Deze klank wordt in schrift verkort (verenkeld) tot o wanneer die het einde vormt van een open lettergreep.
goje (goede)
mote (moeten)
Grafeem ó (onderkast) Ó (bovenkast)
Eenklank / monoftong
Gerond
ó
ó
/ʊ~/
/ʊ/
Met sleeptoon:
nów (nu)
mónd (mond)
róndj (rond)
lómp (lomp)
kónt (kont)
Met stoottoon:
nów (nieuw)
bóks (boks, broek)
ós (ons)
jóng (jong)
lóng (long)
zón (zon)
góm (gom)
Grafeem ô (onderkast) Ô (bovenkast)
ô
bedông (bidon, drinkbus)
Dit grafeem wordt enkel gebruikt voor het leenwoord bedông.
Grafeem ö (onderkast) Ö (bovenkast)
Geronde halfgesloten voorklinker
Eenklank / monoftong
Gerond
ö
/ø/
dörp (dorp)
zörge (zorgen)
höbbe (hebben)
brök (brug)
Grafeem oe (onderkast) Oe (bovenkast)
Geronde gesloten achterklinker
Eenklank / monoftong
Gerond
oe
/u/
oet (uit)
boete (buiten)
hoeke (hurken)
thoes (thuis)
voel (vuil)
voest (vuist)
Met sjwa-naslag
Grafeem oeë (onderkast) Oeë (bovenkast)
Geronde gesloten achterklinker met sjwa-naslag
Dit is een combinatie van twee fonemen!
oeë
/uə/
boeën (boon)
groeët (groot)
kloeët (kloot)
Ook in een open lettergreep verandert deze grafeemcombinatie niet.
boeënestaak (bonenstaak)
goeëje (gooien)
groeëte (grote)
Het trema op de sjwa dient uitsluitend om een klinkerbotsing op te lossen.
Grafeem ou (onderkast) Ou (bovenkast)
Tweeklank / diftong
ou
[sleeptoon] /ɔu~/
[stoottoon] /ɔu/
Met sleeptoon:
boum (boom)
droum (droom)
fout (fout)
koupe (kopen)
Met stoottoon:
vrouw (vrouw)
touw (touw)
trouw (trouw. persoonsvorm)
Gedeeld grafeem
Grafeem u (onderkast) U (bovenkast)
Eenklank / monoftong
Palataal
Gerond
u
u
[sleeptoon] /ʏ~/
[stoottoon] /ʏ/
Met sleeptoon:
kumtj (komt)
Met stoottoon:
numme (noemen)
bezunjer (bijzonder)
Gedeeld grafeem
Grafeem u > uu
u
Korte vorm van uu, in open lettergrepen.
Zie bij uu.
Grafeem ui (onderkast) Ui (bovenkast)
Tweeklank / diftong
Bestaat uit twee palatalen
ui
/œi̯/
aafluip (afloop)
buim (bomen)
struiming (stroming)
#tweeklank-met-palataal-of-palatalen
Ook verkort tot u
Grafeem uu (onderkast) Uu (bovenkast)
Geronde gesloten voorklinker
Eenklank / monoftong
Palataal
Gerond
uu
/y/
gruupke (groepje)
misbruuk (misbruik)
zuus (ziet)
getuug (getuig)
Deze klank wordt in schrift verkort (verenkeld) tot u wanneer die het einde vormt van een open lettergreep.
kume (kermen)
zude (zuiden)
duvel (duivel)
Met sjwa-naslag
Grafeem uue (onderkast) Uue (bovenkast)
Geronde gesloten voorklinker met sjwa-naslag
Dit is een combinatie van twee fonemen!
Anlaut is een palataal
uue
/yə/
uuenj (ajuin, ui)
gruuets (groots, fier, trots)
bruuedtje (broodje)
duueske (doosje)
gewuuenlik (gewoonlijk)
puuet (poten)
druueg (droog)
Ook in een open lettergreep verandert deze grafeemcombinatie niet.
druuege (drogen, werkwoord)
druuege (droge, verbogen stellende trap van droog)
Er komt hier geen trema op de sjwa omdat er geen sprake is van een klinkerbotsing.
Bij oeë en ieë is er een trema. Dit trema heft een klinkerbotsing op. Let wel dat een klinkerbotsing betrekking heeft op schrift, niet op spraak. Zonder trema kan men respectievelijk |o•ee| en |i•ee| lezen. ee is een tweetekenklank in het Kinroois en het Nederlands.
Bij uue is er geen trema nodig omdat de tweetekenklank ue niet bestaat in het Kinroois en het Nederlands.
mieë |m•ie•e| = meer
De lange ij als leesteken bestaat niet in dit dialect. Bijvoorbeeld in het woord snijje (sneeuwen) zit dus geen ij, men ziet hier tweemaal j, voorafgegaan door i. Om de eerste lettergreep te sluiten staat er tweemaal j. Het Kinroois kent wel ei, als klank en als teken.
s•n•i•j•j•e = sneeuwen, niet s•n•ij•j•e
De lange ij in het Nederlands is ontstaan uit de kank ie zoals deze klank uitgesproken werd in de middeleeuwen. Het Kinroois en verwante dialecten hebben deze middeleeuwse (= Middelnederlandse) ie in klank en schrift behouden.
m•ei•j•e (maaien), niet m•e•ij•e
n•ei•j•e (naaien), niet n•e•ij•e
Gedeeld grafeem
De term gedeeld grafeem heeft hier betrekking op het gedeeld zijn van een grafeem binnen deze taalvariant, niet zoals het voor de rest in de taalkunde gebruikt wordt om overeenkomst van grafemen tussen talen te beschrijven.
#gedeeld_grafeem
#shared_grapheme
#graphème_partagé
#geteiltes_graphem
#orthografische_diepte/orthografische_transparantie
#orthographic_depth/orthographic_transparency
#profondeur_orthographique/transparence_orthographique
#orthographische_tiefe/orthographische_transparenz
Zie ook op het volgende blad: