Voorblad > Persoonlijke voornaamwoorden > Onderwerpsvormen > Als deel van het onderwerp
Zie ook het blad Twee onderwerpsvormen als onderwerp.
Persoonlijke voornaamwoorden in de onderwerpsvorm die deel uitmaken van een onderwerpvormende woordgroep hebben niet de grammaticale functie van een onderwerp. De onderwerpvormende woordgroep heeft de grammaticale functie van het onderwerp.
In dit geval worden enkel de primaire onderwerpsvormen van de persoonlijke voornaamwoorden in de onderwerpsvormen gebruikt.
De primaire vormen zijn:
Enkelvoud: ich, dich, gae (hoofs), hae, ziej, het ♀ /hɛt/. Meervoud: wae, gae, gae (hoofs), ziej.
Enkele voorbeelden:
"Mie broor en ich gaon ..." (Mijn broer en ik gaan ...) onderwerp = mie broor en ich
"Mie broor en dich gaon ..." (Mijn broer en jij gaan ...) onderwerp = mie broor en dich
"Mie broor en gae (hoofs) gaotj ..." (Mijn broer en gij gaat ...) onderwerp = mie broor en gae
"Zie broor en hae gaon ..." (Zijn broer en hij gaan ...) onderwerp = zie broor en hae
"Mie broor en ziej gaon ..." (Mijn broer en zij gaan ...) onderwerp = mie broor en ziej
Het volgende voorbeeld bevat de onderwerpsvorm vrouwelijk het, met korte e.
"Mie broor en het gaon ..." (Mijn broer en het gaan ...) onderwerp = mie broor en het
"Mie broor en wae gaon ..." (Mijn broer en wij gaan ...) onderwerp = mie broor en wae
"Eug broor en gae gaotj ..." (Jullie broer en gij gaat ...) onderwerp = eug broor en gae
(Hoffelijk) "Eug broor en gae gaotj ..." (Uw broer en gij gaat ...) onderwerp = eug broor en gae
(Hoffelijk) "Eug broor en gae gaotj ..." (Uw broer en gij gaat ...) onderwerp = eug broor en gae
"Mie broor en ziej gaon ..." (Mijn broer en zij (♀) gaan ...) onderwerp = mie broor en ziej
"Mie broor en ziej gaon ..." (Mijn broer en zij (meervoud) gaan ...) onderwerp = mie broor en ziej
Lees ook op de volgende bladen: