Voorblad > De status van een woord
Definitie
De term status in "de status van een woord" is een benaming die als één woord verwijst naar alle grammaticale gegevens van een woord waaraan bepaalde andere woorden congruent moeten zijn.
Die grammaticale gegevens zijn, in hiërarchische volgorde:
aantalsklasse (numerus): enkelvoud (singularis) of meervoud (pluralis)
relatieve positie: het rangtelwoord van de persoon (1ste, 2de, 3de)
voorwaardelijk gegeven: indien enkelvoud 3de persoon; één van de drie genussen; mannelijk, onzijdig of vrouwelijk
Congruentie heeft meest voorkomend betrekking op verbuigingen en vervoegingen, maar ook op woordkeuze.
Het belang van deze benaming
Het kennen en begrijpen van wat "de status van een woord" betekent ...
laat toe om in één tel de factoren die congruentie bepalen te identificeren.
laat toe om de factoren die congruentie bepalen te identificeren in één woord. De introductie van de taalkundige term status laat toe om vanaf dan bondiger, duidelijker, preciezer en gemakkelijker te communiceren over de materie ter zake.
Status als taalkundige term is bedacht door mij, Carlos Montfort, op 15 maart 2025. Ik moedig anderen aan om deze term ook te gebruiken.
De term status heeft meest voorkomend betrekking op zelfstandige naamwoorden en persoonlijke voornaamwoorden.
De belangrijkste uitleg over dit onderwerp: De vier statussen van zelfstandige naamwoorden
Als men de congruente vorm van een lidwoord, bijwoord, bijvoeglijk naamwoord enzovoort wil bepalen, dan beveel ik aan om eerst de status van het zelfstandig naamwoord –de maatstaf voor de congruentie– te bepalen. Als men die bepaling reflexief toepast, leidt dit rechtstreeks naar de kennis die nodig is om de congruente verbuigingsvorm van een woord te bepalen.
De vraag "Wat is de status van het woord?" doet de vraagsteller in één tel denken aan de determinerende factoren ter zake.
De statussen van zelfstandige naamwoorden zijn ...
de eerste persoon enkelvoud
de tweede persoon enkelvoud
de derde persoon enkelvoud, genus:
mannelijk
onzijdig
vrouwelijk
de eerste persoon meervoud
de tweede persoon meervoud
de derde persoon meervoud
In de vraag "Wat is de status van het woord?" zitten de volgende vragen over het zelfstandig naamwoord:
Is het een meervoud of een enkelvoud?
Wat is het rangtelwoord van de grammaticale persoon?
Indien het een enkelvoud is; welk genus heeft het enkelvoud?
Voor zelfstandige naamwoorden is het rangtelwoord van de grammaticale persoon op voorhand gekend (de derde) en door de voorspelbaarheid is dit rangtelwoord in de vraagstelling minder belangrijk.
Als men het op voorhand gekende rangtelwoord van de grammaticale persoon weglaat bekomt men volgende, kortere voorstelling:
De status van een zelfstandig naamwoord is ...
ofwel meervoud.
ofwel enkelvoud, genus: mannelijk.
ofwel enkelvoud, genus: onzijdig.
ofwel enkelvoud, genus: vrouwelijk.
We weten ook dat een woord met een genus altijd een enkelvoud is. Als men de factor enkelvoud weglaat bekomt men de kortste voorstelling:
De status van een zelfstandig naamwoord is ...
ofwel meervoud.
ofwel genus: mannelijk.
ofwel genus: onzijdig.
ofwel genus: vrouwelijk.
Samengevat: Er zijn vier mogelijke statussen voor zelfstandige naamwoorden, waarvan er drie een genus hebben.
enkelvoud
onzijdig
enkelvoud
vrouwelijk
enkelvoud
mannelijk
meervoud
De status is door congruentie overdraagbaar
De status is overdraagbaar op het lidwoord, bijwoord, bijvoeglijk naamwoord enzovoort dat een congruente vorm moet aannemen. Met andere woorden; men kan ook de vraag stellen:
"Wat is de status van het attributieve bijvoeglijk naamwoord?" of "Wat is de status van het lidwoord?"
Op het blad Bijvoeglijke naamwoorden in attributief gebruik komen congruente vormen van bijvoeglijke naamwoorden en lidwoorden uitvoerig in beeld.
Elk woord dat een onderwerp of voorwerp vormt ...
Elke woordgroep* die een onderwerp of voorwerp* vormt ...
... heeft een status.
Andere woordsoorten dan het zelfstandig naamwoord of het persoonlijk voornaamwoord kunnen een onderwerp of voorwerp zijn en zij hebben in deze grammaticale functie een status.
*De redactie van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) heeft de term voorwerp verworpen. Ik ga daar niet in mee en stel zelfs dat voorwerp als grammaticale functie ook betrekking kan hebben op een woordgroep. Dit ter verduidelijking dat ik niet onwetend ben over wat de ANS bepaalt.
Een voorbeeld van deze overdracht
den derm (de darm)
Het woord derm is mannelijk. Het lidwoord van bepaaldheid de neemt de congruente verbuigingsvorm den aan. de staat bij derm, wordt alzo den.
de blinjenderm (de blindedarm)
Het woord blind neemt een vorm aan die congruent is aan de status van derm. blind staat bij derm, wordt alzo blinjen.
Het lidwoord de neemt een vorm aan die congruent is aan de status van blind omdat ...
blind de status heeft van derm.
de bij blind staat, niet bij derm. de blijft volgens de geldende verbuigingsregel alzo de.
De status van persoonlijke voornaamwoorden
Ik heb de term status met de bijbehorende semantiek vooral bedacht om helderheid te brengen in de gedachtengang en communicatie over de congruentie die van toepassing is op zelfstandige naamwoorden en daaraan congruente woorden.
Persoonlijke voornaamwoorden hebben ook een status en die heeft vooral betrekking op werkwoorden en woordkeuze. De verbuigingsvorm van het werkwoord moet congruent zijn aan de grammaticale persoon die het persoonlijk voornaamwoord voorstelt.
Deze congruentie komt uitvoerig in beeld op de bladen Persoonlijke voornaamwoorden in de onderwerpsvorm als onderwerp en Werkwoorden - Vervoegingen in de OTT, OVT en de gebiedende wijs.
De statussen van persoonlijke voornaamwoorden zijn ...
de eerste persoon enkelvoud
de tweede persoon enkelvoud
de derde persoon enkelvoud, genus:
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
de eerste persoon meervoud
de tweede persoon meervoud
de derde persoon meervoud
De hoffelijkheidsvormen enkelvoud en meervoud zijn gelijk aan de tweede persoon meervoud.
Samengevat: Er zijn acht mogelijke statussen voor persoonlijke voornaamwoorden, waarvan er drie een genus hebben.
De numerus van een woord
In de spraakkunst wordt de Latijnse term numerus gebruikt, een grammaticaal gegeven dat verwijst naar wat het aantal van een woord is; enkelvoud of meervoud.
In de Nederlandse taalkunst heeft men ervoor gekozen om Latijns numerus te vertalen in getal. Dit is een gemakzuchtige en foute vertaling.
De juiste vertaling is aantal en wel om de volgende reden.
De numerus van een woord is ...
ofwel één = enkelvoud (singularis)
ofwel meer dan één = meervoud (pluralis)
Eén is een getal, meer dan één is geen getal.
Eén is een aantal, meer dan één is ook een aantal.
Daarom is aantal de juiste woordkeuze voor de vertaling van numerus.
We kennen drie grammaticale personen in het enkelvoud en drie grammaticale personen in het meervoud. We onderscheiden deze personen met een rangtelwoord; 1ste, 2de en 3de. Ik geef er de voorkeur aan om, wat de grammaticale gegevens van een woord betreft, de term getal te koppelen aan het rangtelwoord van de grammaticale persoon.
Bewegingen met overmacht in de status - Machtshiërarchie
Een enkelvoudig zelfstandig naamwoord diminueren in enkelvoud leidt altijd tot een woord met onzijdig genus.
Diminueren naar een enkelvoud leidt altijd tot het veronzijdigen van wat mannelijk of vrouwelijk was.
Een enkelvoudig zelfstandig naamwoord pluraliseren lost het genus altijd op.
Een enkelvoudig zelfstandig naamwoord diminueren èn pluraliseren lost het genus altijd op.
Een enkelvoudig diminutief pluraliseren lost het onzijdig genus op.
Pluraliseren lost elk genus op.
Een woord dat betrekking heeft op mens en dier, en dat dus een biologisch geslacht heeft, is wat de grammatica betreft ondergeschikt aan deze regels. Het biologisch geslacht van een wezen kan overeenkomen met het genus van het woord in het enkelvoud dat dat wezen voorstelt, maar diminueren en pluraliseren hebben de kracht om een woord respectievelijk te veronzijdigen en het genus op te lossen.
Woordkeuze en daaropvolgende verbuigingsvorm bepaald door de status van twee aparte referenties
Er zijn situaties waarin de congruentie twee referenties heeft.
Als voorbeeld neem ik het bijvoeglijk bezittelijk voornaamwoord (bbv).
De woordkeuze voor het bbv is het woord dat congruent is aan de status van de vermeende bezitter, in dit geval de eerste persoon enkelvoud; mien. (niet dien, niet zien ...)
mien, nog onverbogen, heeft de status van de vermeende bezitter.
mienen otto (mijn auto)
De verbuiging van het bbv mien is congruent aan de status van de vermeende bezitting, otto. otto is mannelijk en alzo wordt mien volgens de verbuigingsregel mienen.
Het bijvoeglijk bezittelijk naamwoord heeft enerzijds de status van de vermeende bezitter wat de woordkeuze betreft en anderzijds de status van de vermeende bezitting die de verbuigingsvorm van het bbv bepaalt.
Nog een voorbeeld in verband met woordkeuze - Lidwoorden van bepaaldheid en onbepaaldheid
De status bepaalt ook welk van de drie lidwoorden congruent is aan een zelfstandig naamwoord.
Lidwoord van bepaaldheid
de
bij mannelijke woorden
bij onzijdige woorden
bij vrouwelijke woorden
bij meervouden
Lidwoord van bepaaldheid
het/et
bij mannelijke woorden
bij onzijdige woorden
bij vrouwelijke woorden
bij meervouden
Lidwoord van onbepaaldheid
een/ein
bij mannelijke woorden
bij onzijdige woorden
bij vrouwelijke woorden
bij meervouden