Voorblad > Sleeptoon - Stoottoon
Belangrijk nieuw inzicht - Klankmatige gestaltevorming
Ik heb deze spraakkunst samen met dit blad gepubliceerd op 1 juli 2025. Op 7 augustus 2025 heb ik als resultaat van een holistische meditatie op dit onderwerp een belangrijk inzicht verkregen, namelijk dat sleeptoon, stoottoon en umlaut, ...
... allemaal zaken die betrekking hebben op klinkers, ...
... helemaal niet dienen om te contrasteren (wat ik gevoelsmatig al wist), maar dat ze het woord in kwestie zodanig vormen dat ze de aard oftewel het wezen van het woord weergeven. Ze maken de klankmatige gestalte van het woord.
"Sleeptoon, stoottoon en umlaut zijn identificerend, niet contrasterend."
Meervouden hebben geen genus. Als een meervoudsvorm een umlaut en/of stoottoon kent, dan geven laatst vernoemde klankveranderingen weer dat het om een meervoud gaat. De gestalte van het woord geeft de aard van het woord aan (meervoud, zonder genus). Het contrasteren is geen doel van de klankverandering. Het contrast kan wel gebruikt worden om te onderscheiden.
Taalkundigen en dialectsprekers spreken tegenwoordig allemaal over het contrast van sleeptoon, stoottoon en umlaut, maar dit is een oppervlakkige en, als men dieper kijkt, een problematische visie. Hieruit blijkt dat we belangrijke kennis over het wezen van de taal (hier dialecten in beide Limburgen) zijn kwijt geraakt in de loop der tijd.
Hetzelfde geldt voor diminutieven in het enkelvoud en meervoud. Een enkelvoudig diminutief heeft altijd een onzijdig genus. Een enkelvoudig diminutief kan gevormd worden met umlaut en stoottoon, èn een verkleinsuffix. De verandering op de klinker of klinkers door umlaut en/of stoottoon geeft als resultaat het weergeven van de status èn vooral de gestalte van het woord.
Een synoniem voor onzijdig is neuter, zoals in neutraal. De verandering door umlaut en stoottoon geven de onzijdige aard van het woord weer, aangevuld met een diminutiefsuffix. Ook hier is contrasteren geen doel van de klankverandering.
Voor meervoudige diminutieven geldt hetzelfde. Ze verschillen van voorgaande beschrijving enkel door de toevoeging van een eind-s als meervoudsindicator. Ook voor het meervoudig diminutief geldt dat het geen genus kent.
Neem de homoniemen nów (nieuw) en nów (nu). Eerst vernoemde wordt top of mind met stoottoon uitgesproken en laatst vernoemde wordt uitgesproken met sleeptoon. Het verschil heeft te maken met de respectievelijke gestalte van het woord.
Of een woord lang of kort uitgesproken wordt kan ook afhangen van de positie van dat woord in de zin. Als een woord bijvoeglijk gebruikt wordt of gewoonweg gevolgd wordt door een ander woord, is het mogelijk dat het woord kort uitgesproken wordt. Als een woord het laatste woord in een zin vormt, dan kan het zijn dat een woord dat typisch kort is, lang uitgesproken wordt.
Ik kwam tot dit inzicht door op YouTube te luisteren naar een voordracht van prof. dr. Marc van Oostendorp over fonologie. Ik citeer zijn voor mij verhelderende uitspraak:
"... Dat heeft misschien iets te maken met het feit dat we medeklinkers vooral gebruiken voor betekenis van woorden, van woordbetekenis, en klinkers meer [gebruiken] voor grammaticale informatie."
Bron: Wat is fonologie? | Fonologie (deel 2)
https://youtu.be/CeipXH9yE7s?si=7Jha4reB0bK7uoP0&t=413
Marc van Oostendorp praat niet van woordgestalte zoals ik dat doe, dit voor alle duidelijkheid. Hij spreekt over grammaticale kenmerken.
Ik wist al dat er veel variaties zijn in de uitspraak van sleeptonen. Bijvoorbeeld de gemoedstoestand van de spreker telt ook mee bij het uiten van de sleeptoon. Als contrasteren het hoofddoel was, dan zou het contrast in alle gevallen overduidelijk moeten zijn. Dat is in de praktijk niet het geval. Er zijn woorden die nauwelijks -of eigenlijk totaal niet- hoorbaar verschillen in enkelvoud of meervoud. Men kan in zo een geval enkel aan de context horen of zien of het gaat om enkelvoud of meervoud.
Dan is er nog het doodgeslagen voorbeeld van bal (rond voorwerp) met sleeptoon tegenover bal (feest) met stoottoon. Er wordt alom geïnsinueerd dat bal (voorwerp) een sleeptoon heeft om te contrasteren met het leenwoord bal (feest) met stoottoon. Dit is een karikaturale voorstelling die de waarheid geweld aan doet. Het woord bal dat een rond voorwerp voorstelt is veel ouder in de taal waarvan sprake dan het leenwoord bal. In de gestaltevorming van het woord bal (voorwerp) had men het leenwoord bal niet in gedachten.
Dan zijn er nog de vele manieren om een meervoud en diminutief te vormen. Die vorming is niet uniform; ze wordt geleid door wat de gestalte van de status moet zijn. Dan zus, dan zo.
Nieuwe toevoeging op 3 november 2025:
"A language with tone is one in which an indication of pitch enters into the lexical realization of at least some morphemes."*
Larry Hyman, Tone: is it different?, 2001
*"Een toontaal is een taal waarin een aanduiding van toonhoogte deel uitmaakt van de lexicale realisatie van ten minste enkele morfemen."
Met deze definitie heb ik kennis gemaakt op 3 november 2025 tijdens een lezing van prof. dr. Carlos Gussenhoven over De klanken van de Limburgse taal in het Hoes veur 't Limburgs in Roermond.
De intonatiemelodie met lexicale betekenis kent geen vast verloop, ze is variabel.
Nieuwe toevoeging op 9 november 2025:
About the presence of lexical and non-lexical tone variations in a language as an expression of engagement in conversation and as an expression of mood and purpose*
Carlos Montfort, 9 november 2025
*Over de aanwezigheid van lexicale en niet-lexicale toonvariaties in een taal als uitdrukking van betrokkenheid bij een gesprek en als uitdrukking van stemming en bedoeling.
Tonaliteit in Limburgse dialecten dient niet alleen om woorden te identificeren, een lexicaal aspect. Met wat de buitenstaander als zangerig praten bestempeld, of wat men in het oosten van Noordrijn-Westfalen de Singsang noemt, toont de spreker betrokkenheid (Engels engagement) in de aangegane dialoog. Elk gesprek wordt behandeld als een belangrijk moment van communicatie waarin de gelaagdheid van het Limburgse dialect tot uiting komt. De tonaliteit maakt deel uit van de gelaagdheid van het dialect. Daarin is er geen plaats voor monotone spraak.
De lexicale en non-lexicale tonaliteit kan op verschillende manieren klinken al naargelang de gemoedstoestand van de spreker en wat de spreker wil bereiken met zijn of haar boodschap.
De tonaliteit van het Kinroois en verwante dialecten heeft betrekking ...
... enerzijds op woordniveau (Engels word level) op de lexicale realisatie van woorden,
... anderzijds op zinsniveau oftewel boodschapniveau (Engels conversation level) op de uitdrukking van stemming en bedoeling.
Toevoeging op 12 november 2025
Non-lexical intonation set by environment
Non-lexicale intonatie bepaald door de omgeving
In een luide omgeving zal men de lexicale en non-lexicale toon aanpassen aan deze omstandigheid.
De tonaliteit van het Kinroois en verwante dialecten heeft betrekking ...
... op de lexicale realisatie van woorden,
... op de uitdrukking van stemming en bedoeling,
aangepast aan de toestand van de omgeving.
Wat hieronder staat zal in de loop der tijd verbeterd worden.
Stoottoon en sleeptoon zijn klinkerklemtonen. Deze klinkerklemtonen krijgen vooral aandacht om ze een contrast kunnen aangeven tussen enkelvoud en meervoud.
Stoottoon
In een woord dat met een stoottoon wordt uitgesproken wordt de klinker kort en krachtig uitgesproken. Die klinker begint met een krachtige aanzet op modale toonhoogte en daalt dan abrupt in toonhoogte.
Als het betreffende woord het laatste woord in een vragende zin is kan, als de spreker daarvoor kiest, de toonhoogte omhoog gaan. Aan de lengte van de klinker verandert niets. In dit geval kan men, als het over een meervoud gaat, aan de persoonsvorm herkennen dat het betreffende woord een meervoud is.
Sleeptoon
In een woord dat met sleeptoon wordt uitgesproken wordt de klinker iets langer aangehouden en gaat de toonhoogte licht omhoog om dan weer snel te dalen, lager dan de begintoonhoogte.
Als het betreffende woord het laatste woord in een vragende zin is kan, als de spreker daarvoor kiest, de toonhoogte omhoog gaan.
In contrastief gebruik
Betekenisverschil
In het Kinroois en dialecten uit de omgeving kunnen deze klinkerklemtonen betekenisverschil aanduiden.
Betekenisverschil - numerus
Een woord uitgesproken met sleeptoon kan het enkelvoud voorstellen en contrasterend kan hetzelfde woord uitgesproken met stoottoon het meervoud voorstellen.
sleeptoon - stoottoon
sjoon - sjoon (schoen - schoenen)
bein - bein (been - benen)
stein - stein, steinkes (steen - stenen, steentjes)
moes - muus, muuske (muis, muizen, muisje)
knien - knien, knienke (konijn - konijnen, konijntje)
tieën - tieën (maar ook tieëne), tieënke (tenen - tenen, teentje)
aerpel - aerpel (aardappel - aardappelen)
Eventueel in combinatie met umlaut bij het meervoud en/of de verkleinvorm.
arm - erm, ermke (arm - armen)
book - beuk, beukske (boek - boeken, boekje)
man - men, menke (man - mannen, mannetje)
boum - buim, buimke (boom - bomen, boompje)
sjaop - sjaep (schaap - schapen)
Betekenisverschil - algemeen
bal (rond voorwerp) - bal (gala. is een leenwoord)
In niet-contrastief gebruik
Woorden met sleeptoon als klinkerklemtooon
kroepe (kruipen)
sliepe (slijpen)
zoeke (zuigen)
loestere (luisteren)
broen (bruin)
"Waat hèb ich aan mien erm?" (Wat heb ik aan mijn armen?)
Aan mien kan men herkennen dat erm een meervoud is. erm wordt uitgesproken met een stoottoon.
"Waat hèb ich aan mienen erm?" (Wat heb ik aan mijn arm?)
Aan mien kan men herkennen dat erm een enkelvoud is. erm wordt uitgesproken met een sleeptoon.
Lees ook op de volgende bladen: