Voorblad > op als richtingwoord
Het voorzetsel en bijwoord op (op) wordt ook gebruikt om een richting aan te geven. In het Middelnederlands was dit ook zo.
Voorzetsel op in de betekenis van in de richting van.
daojerop (daar naartoe)
daojerop is een contractie van dao haer op. haer = heen
hiejerop (hier naartoe)
hiejerop is een contractie van hiej haer op. haer = heen
waeg op (weg op. weg naar. weg richting)
Det is de waeg op ... (Dat is de weg richting ...)
Voorzetsel op als tweede lid in het bijwoord opaan (op aan).
[bijwoord woe (waar) + bijwoord opaan (op aan)]
Woe opaan? (Waar opaan? Waar naartoe?) (opaan wordt in onbenadrukte spraak uitgesproken als obaan)
Opaan wordt wel eens ebaan, met de sjwa (doffe e) als beginklank.
Woe ebaan?
De moos op hiej aan kómme. (Je moet op hier aan komen. Je moet naar deze richting komen.)
De moos hiej opaan kómme. (Je moet hier opaan komen. Je moet naar deze richting komen.)
opein aaf gaon, op ein aaf gaon (naar elkaar lopen, elkaar tegemoet gaan)
örges op aaf kómme (ergens op af komen)
örges op aaf gaon (ergens op af gaan, ergens naartoe lopen)
Dao kónste neet op aaf gaon. (Daar kun je niet op af gaan. Daar kun je niet op rekenen. Dat kun je niet als referentie nemen.)
örges op aan gaon (ergens op aan gaan, naar een reisdoel gaan)
Lees ook op het volgende blad: