verhalen

Eigen werk. Korte verhalen en feuilletons.
Verhalen in wording kun je lezen op de pagina 'werkplaats'


Scene uit La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino 


Wonen in Antwerpen

Geplaatst 30 apr. 2019 04:18 door Will van Broekhoven



WONEN IN ANTWERPEN
Gepubliceerd in Ballustrada jaargang 33 nr.2/3 2019

Weinig doordacht, Ballustrada een tekst beloven over de zin en onzin van vergelijkingen tussen Nederlanders en Vlamingen. Ik liet me verleiden door een sentiment van walging; doodziek was ik van de vooroordelen waar ik als verse Nederlander in Antwerpen tegenaan liep. Vooroordelen aan beide kanten.
Nu ik gedwongen ben serieus na te denken over een goed verhaal met het vooruitzicht ten prooi te vallen aan critici, criticasters en puristische moralisten, breekt het klamme zweet me uit. Ik ben opeens zwaar onder de indruk van de veelomvattendheid en ongrijpbaarheid van het onderwerp. Laat ik het maar onder ogen zien: competentie en tijd ontbreken mij om verantwoorde uitspraken te doen. Uitspraken die zelf niet op vooringenomenheid berusten. Er zit niets anders op dan mijn ambities tot een minimum terug te schroeven. Laat ik mij dus beperken tot mijn subjectieve beleving en tot een bescheiden poging, die nauwkeurig en waarheidsgetrouw in beeld te brengen.

Drie jaar geleden verhuisde ik van Eindhoven naar Antwerpen. Ik werd lid van de Vereniging voor Vlaamse Letterkundigen en meldde me als redacteur bij de Gazet van Zurenborg. De wijk waar ik woon kent de nodige kunstenaars, beroemdheden, markante figuren en personen die ieders geduld op de proef stellen. Aan inspiratie geen gebrek. Ik ontpopte me tot wat een bekende Zeeuwse dichter met Rotterdamse wortels ‘een dwangarbeider van de poëzie’ noemt. In mijn zelfgekozen Goelag word ik opgejaagd door deadlines voor bundels waar ik aan bijdraag en voordrachten waar ik aan deelneem. Ik word belaagd door het knagen van mijn arbeidsethos en het knarsetanden van mijn zelfbeschimping. Soms raak ik ontmoedigd als ik me realiseer hoe onnoemelijk veel goede dichters en schrijvers er in Vlaanderen, maar vooral in Antwerpen, wonen. Maar ik oogst dan weer genoeg voldoening en al dan niet gemeende lof – beide vormen welkom – om de moed erin te houden.

Nu de vooroordelen. Die aan Nederlandse zijde zijn vaak vermengd met hilariteit en neerbuigende vertedering. Wat mij ontgaat is het Nederlandse clichébeeld van de Vlaamse taal. “Ik heb getwijfeld over België / Want dat taaltje is zo zacht” zingt Hans Westbroek, met Het Goede Doel op zoek naar een geschikt toevluchtsoord. Hoewel geboren in Bergen op Zoom, groeide ik op Zeeuws-Vlaanderen, dicht bij de Belgische grens. In de grensstreek bestaan nauwelijks taalverschillen. Het regionale dialect ervaar ik als stoer. Maar waar in Belgie is dan wèl sprake van een ‘taaltje’ en waar, vervolgens, is dat ‘taaltje’ zacht? Zeker niet in de taalverwante Westhoek, waar ’t Hof van Commerce zetelt. “Widder zin stuntmann/ En we stuntn lik da oljinne stuntmann stuntn kunn/ Zit er moa zeker van, hedendoagse Tarzan/We slingern in de bwomn en we springn over caravann.” Bepaald niet in Gent, niet in Antwerpen, niet in de Kempen, niet in Vlaams Brabant of Belgisch Limburg kom je zachte ‘taaltjes’ tegen. Wat voor ‘taaltje’ imiteren jolige Nederlanders dan wel op barbecues? Ik denk wat ze horen op radio en TV, waar meestal beschaafd Vlaams wordt gesproken. Dat lijkt op beschaafd Nederlands, maar zonder pijnlijk schurende g-klanken, met een afwijkende uitspraak van ‘ij’ en ‘ui’ en hier en daar een ander vocabulaire (‘verwittigen’) en andere zinsconstructies (“Het is niet omdat wij anders praten dat wij allemaal dom en grappig zijn”). Ja, vanuit Nederlands perspectief zou je de articulaties van weervrouw Sabine en nieuwslezeres Goedele ‘zacht’ kunnen noemen. En dan ga je dus om die reden in Belgie wonen. Trouwens het idee van Hans en vele anderen dat “iedereen hier lacht” is, nu ik er drie jaar woon, evenmin aan mij besteed.

Nu we het over taal hebben, waar u en ik pap van lusten, veroorloof ik me een zijpaadje. Ik spreek als het moet (bijna nooit) nog steeds het dialect van de grensstreek en toch ging er iets verloren, wat moeilijk grijpbaar is. Voor de bundel OverBuren, samengesteld door Bert Bevers, schreef ik een gedicht over Sint-Jan-in-Eremo, een buurtschap boven Eeklo, aan de Belgische kant. Ik had daar op een nevelige winterochtend lopen bullshitten met broer Jan. Hij met zijn camera, ik met mijn notitieboekje. Jan heeft ervoor gekozen te leven en te sterven in Zuidzande. Voordat we naar huis gingen dronken we nog wat in de plaatselijke uitspanning. Jan kan goed zomaar wat palaveren met onbekenden. “Hij bespreekt met uitbater Ronny/De neergang van de Lage Landen/ in Vlaams dat hier geen grenslijn respecteert/Ik ken de woorden nog het idioom de grammatica/Maar niet meer de taal.” Ik zat er stilletjes bij. Wat bedoelde je in vredesnaam met die duistere regels, vraag ik de dichter Will van Broekhoven. Hij denkt dat het te maken had met de vertrouwelijkheid van streekgenoten onder elkaar, die bij het gesprek doorgaans wordt bevestigd door regiogebonden intonaties, houdingen, gebaren en mimiek. Na vele jaren elders te hebben gewoond was ik een buitenstaander geworden, zeker naar mijn eigen gevoel. Een belangrijk thema voor de landverhuizer. Ik ervaar het ook nu ik, gecharmeerd door het authentieke Antwerps (nee niet wat u denkt) , les ben gaan nemen. Thuis met mijn spraakrecorder - geen probleem. Maar zit ik tegenover mijn leraar dan klinkt alles even geforceerd. Er is kennelijk meer identificatie nodig. Ik ben nog niet echt genoeg als Antwerpenaar. Ik ben een
b-versie.

Ronduit verschrikkelijk vond ik het, toen ik nog in Noord-Brabant woonde, om in Nederland als ‘Hollander’ door het leven te moeten gaan. Mijn kleine emigratie heeft me niet van dit stempel bevrijd, integendeel. Voor alle Belgen ben ik ‘Hollandais’ of ‘Ollander’ en mijn protesten stuiten op zo mogelijk nog meer onbegrip dan in mijn land van herkomst. Nederlanders, vooral zij die zichzelf ‘Hollander’ noemen, vinden dat ze ‘zeggen waar het op staat’. Ik vorm daarop een schrijnende uitzondering. Maar in Antwerpen ontkom ik niet aan de misvatting dat ik een ‘Ollander’ ben met een grote mond en de eigendunk die daarbij hoort. Dit vormt een serieuze handicap bij redactievergaderingen van de Gazet. Een schuchtere tegenwerping kan mij duur te staan komen. Er volgt een ijzig zwijgen en later vind ik mezelf niet terug in de notulen. Let wel, het gebeurt vooral in mijn hoofd. Misschien was het niet zo’n snuggere opmerking en wilde men mij een blamage besparen. Vlamingen zijn heel invoelend.

Ik moet bekennen dat ik me als import Nederlander afzet tegen andere Nederlanders hier in de stad. Het gaat met name om twee categorieën: zij die hier wonen en zij die hier winkelen. Binnengelopen pensionado’s en dagjesmensen. Eerst de pensionado’s. Ik ben er zelf een. De veelgehoorde opvatting, zowel hier als in het thuisland is dat het lieden zijn die, toch al bemiddeld, komen profiteren van aanzienlijke belastingvoordelen. Ze zijn gedeserteerd, ontsnapt aan de Nederlandse fiscus, om hier de oorspronkelijke bevolking de ogen uit te steken. Het is een beeld waarin Nederlanders en Vlamingen elkaar vinden. Het klopt niet. Er is geen belastingvoordeel. Zij vestigen zich hier om in een buitenland te wonen waar geen buitenlands wordt gesproken. Of omdat ze houden van barok, belle époque en art deco. Of om andere onschuldige en legitieme redenen, zoals schrijven. Ik ben in elk geval veel te vroeg met loondienst gestopt om hier de gebraden haan uit te kunnen hangen en bovendien nog gescheiden ook. Ik woon niet in een residentie in het sjieke Zuid. Ik schuim geen galerieën of antiquairs af. Ik breng niet de wintert door in Spanje of Thailand of op Bali. Maar bij mijn vrienden in Nederland wil het er maar niet in dat ik een armlastige dichter ben. Het brengt me, als ze komen logeren, in financiële nood. Om een partikeltje van het Zwitserlevengevoel te proeven sta ik op zondagen wel eens in de rij voor die gerenommeerde bakker in de Museumstraat, op de hoek met de Vlaamse Kaai, met een air alsof ik daar wekelijks pruimentarteletjes kom halen. Als ik dan bijna aan de beurt ben laat ik anderen voorgaan, om me daarna heimelijk terug te trekken. Het personeel heeft het wel in de gaten, maar ze zeggen er niets van. Vlamingen zijn heel conflictmijdend.

Dan de Nederlandse dagjesmensen die ik in mijn wijk of in de stad tegenkom. Ik verplaats me teveel in deze brave mensen. Ze vallen mij direct op. En dan inspecteer ik stiekem hun gezichten om ze te betrappen op een smalend lachje. Sterker nog, ik speur de omgeving af om te zien wat misschien smalende lachjes uit zou kunnen lokken. Die kasseien uit het jaar nul. Overdadige decoraties. Inboorlingen die slaafs wachten voor het rode voetgangerslicht. Braakliggende terreinen. Verveloze gevels. Mariabeelden. De aanblik van een frietkot. Onlangs overkwam mij het volgende. Ik werd op de Keyserlei aangesproken door een man in trainingspak met felgele sneakers. Een Nederlander, zag ik. Hij zei: ‘Ik zie dat u een Nederlander bent. Heeft u zin om even een bakkie te doen?” Op het terras bekende hij dat hij het niet kon laten, te speuren naar Nederlanders die probeerden andere Nederlanders op smalende lachjes te betrappen. “Dat is nou typisch Nederlands.” Hij wilde het graag met me delen.


Will van Broekhoven









Vertelling - De oude man met de boodschappentas

Geplaatst 27 apr. 2018 07:32 door Will van Broekhoven   [ 30 apr. 2019 03:59 bijgewerkt ]

De oude man steekt het plein over. Een boodschappentas van Action over zijn linker schouder geslagen (andere keren schuift hij de hengsels over zijn voorhoofd). Hij zet hem neer op een bank. Hij woelt door de inhoud. 
Nu stalt hij de spullen uit. Met haastige nerveuze gebaren. Nu gaat alles weer terug. 
Hij loopt weg, laat de tas achter. De tijd verstrijkt. De mensen op het plein laten de tas ongemoeid. 

Vandaag zie ik hem in de wasserette. Zijn boodschappentas staat op tafel. 
Hij vouwt kreukelige witte overhemden. 
Hij spreekt me aan. Ik versta hem moeilijk: Antwerps en dan nog binnensmonds.
Hij peutert aan de knoopjes. Veel knoopsgaten zijn gerafeld. Hij zegt iets met ‘gaatje’. Hij lacht.


Will van Broekhoven
Juli 2017


Verwijdering wegens wangedrag

Geplaatst 25 mrt. 2018 07:04 door Will van Broekhoven   [ 24 okt. 2018 07:29 bijgewerkt ]

Ik ben gestopt met het feuilleton 'Een geval van misbruik'. Het verhaal wil maar niet vlotten. Het vergalt mijn plezier in het schrijven.
Daar komt bij dat sommige bekenden die deze site bezochten mij aan het mijden zijn. Ik schrijf dat toe aan enkele passages waarin de hoofdpersonen zich schokkend vrouwonvriendelijk uitlaten en gedragen. Jongens van achttien deden dat vijftig jaar geleden. En doen dat nog steeds.  



Vertelling - Ontstemd

Geplaatst 8 dec. 2017 22:55 door Will van Broekhoven   [ 29 jun. 2020 07:43 bijgewerkt ]

Ontstemd


Het komt erop aan dit gevoel van woede niet meteen prijs te geven maar duur te verkopen.

Emma laat haar handtas op de keukentafel staan. Ze gooit haar jas over een stoel. Ze glimlacht naar me in de spiegel terwijl ze een kneepje geeft in mijn nek. 
Nu loopt ze de tuin in. Ze voelt aan de druiventrossen van de pergola. Ze weegt ze op haar handpalm. 
Ze loopt naar de schutting. Naar de schutting loopt ze. Ze is in gesprek.
Als ik nu opsta en bijvoorbeeld een glas water drink. En de spullen voor de goulash klaar zet. Als ik dat bijvoorbeeld doe kom ik tot rust.
Haar mond beweegt. Haar gezicht drukt verbazing, medeleven en geamuseerdheid uit. Ze maakt de halve gebaren die bij haar horen. 

Ik zit wat onderuitgezakt. Dat corrigeer ik. Ik pak mijn pen. En ik leg hem neer.


Will van Broekhoven 
Oktober 2017



Vertelling - Op doorreis

Geplaatst 5 dec. 2017 00:53 door Will van Broekhoven   [ 1 mrt. 2020 23:58 bijgewerkt ]

Op doorreis


Knipperende groene neonletters gaven aan: hier is een hotel. De dorpsstraat was verder donker en leeg. Hij stapte uit. Wankelde even, zocht met beide handen steun op de motorkap, die warm aanvoelde. De stilte suisde in zijn oren. 
De luiken waren gesloten. Hij drukte op de bel, hoorde ver daar binnen een geluid. Hij drukte nog eens, bleef roerloos wachten.
Het was een oude man die open deed. Hij zag er kwiek en verzorgd uit. Gladgeschoren. Sportief gekleed. Over zijn schouders een donkerblauwe trui.
Hij ging zijn gast voor naar diens kamer. Liet hem plaats nemen in een fauteuil. Stond hem zwijgend aan te kijken, alsof hij wachtte op een verzoek, een voorstel,  instructies. 
De gast leunde naar voren. 
“Het is voor ­één nacht. Ontbijt hoeft niet. Ik vertrek om zeven uur.” Met tegenzin voegde hij eraan toe: “Ik ben moe.”
“Maak het u gemakkelijk,” zei de oude man met een hoffelijk gebaar. Terwijl hij de kamer uitliep knipte hij het licht uit, deed de deur volstrekt geruisloos achter zich dicht.

Hij werd wakker door de druk op zijn blaas. Onhoudbaar bijna. Hij liep op de tast naar de deur, Knipte het licht aan. Zag geen toegang naar een badkamer of toilet. Hij bewoog de klink naar beneden. De deur was op slot. Het licht ging uit. Hij drukte opnieuw op de schakelaar. 
Geen kom, geen schaal, geen fles, geen glazen, geen kopjes.
Er waren geen ramen. 


Will van Broekhoven 
December 2017



Bericht - Geen ongeluk

Geplaatst 4 dec. 2017 02:04 door Will van Broekhoven   [ 29 jun. 2020 07:47 bijgewerkt ]

Geen ongeluk

De voetgangerslichten sprongen op groen. Er naderde een personenauto, met matige snelheid. Toch checkte ik of de bestuurder bij de les was. Hij keek me aan, glimlachte, minderde vaart. Ik stak over. Hij schepte me. 

“Hier was ik al een hele tijd bang voor,” zei hij aan de telefoon. Een prettige bariton. 
“Ik word ervoor behandeld. Angst dat ik ineens tegen een boom knal. Een bocht te snel neem. Bij een T-splitsing rechtdoor ga. Frontaal op een tegenligger inrijd. Bewust, maar ondanks mezelf. 
Soms word ik onder het rijden ineens overvallen door paniek. Dan zet ik de wagen even aan de kant. Nu is het me dan toch overkomen. Heeft u pijn?”
“Pijn gehad. Het is drie maanden geleden. Ik kan alweer een beetje lopen, met een rollator.”
“Nou dan hang ik maar op. Ik moet naar mijn psycholoog.”


Will van Broekhoven 
september 2017



Bericht - Dreigingsniveau 4 of 5

Geplaatst 3 dec. 2017 02:49 door Will van Broekhoven   [ 24 okt. 2018 07:32 bijgewerkt ]

Dreigingsniveau 4 of 5 

Ik had boodschappen gedaan op de markt en droeg twee zware tassen met fruit en mosselen. Lichtelijk voorovergebogen, de blik neerwaarts gericht. Terwijl ik in de winkelstraat iemand passeerde, viel mij een kromme glimmend roodgeverfde steel van iets op, die uitstak boven een tas van Lidl. Mijn blik gleed naar de inhoud van de tas. Ik zag dat de steel onderdeel was van een kloeke bijl. Naast de bijl lag een zware steen , een kassei, zo een waar heel Antwerpen mee geplaveid is. Verder bestond de inhoud uit een pakketje, strak omwonden met elektriciteitsdraad. De bezitter was een struise blonde jongeman, atletisch van gestalte.
Ik gaf me over aan mijn instinct. Bij een zijstraatje had ik in het voorbijgaan twee zwaar bewapende veiligheidsagenten zien staan, met elkaar verwikkeld in een aangenaam gesprek. Ik hield in en gaf de Lidl-tas enkele meters voorsprong, waarna ik me omkeerde en me naar de bewakers haastte. Ze namen onmiddellijk een alerte houding aan en brachten hun wapen in stelling. Binnen een seconde brak mij het koude zweet uit. Ik probeerde mijn vastberadenheid te bewaren maar had mijn ledematen niet meer onder controle. Ik stond op weke knieën, mijn lippen trilden, ik kon even geen woord uitbrengen. De agenten ontspanden hun reflex. De langste keek me goedmoedig aan. 
- Wat is er, vader? 
Ik wees naar de winkelstraat en gebaarde in de richting waarin de verdachte man zich had bewogen. 
- Ik zag een bijl. En een kassei. En een vreemd pakje. In een Lidl-tas. Een lange man. Scandinavisch. In godsnaam.
De agenten kwamen meteen in actie. Ze waren in een oogwenk de hoek om. Ik liep ze op een sukkeldrafje achterna. Bleef staan toen ik nog net zag dat ze de verdachte tegen de grond werkten voor de ingang van de Stadsfeestzaal, de winkelgalerij.
Snel werd me het zich ontnomen door publiek dat naar de plaats van handeling werd gezogen en daarna en masse achteruitweek. Wel hoorde ik het gebrul van de arrestant en de geschreeuwde instructies van de veiligheidsmensen. 
Er klonk een indringende, in volume toenemende tweetonige sirene. Een politiebusje wrong zich met groot risico door de menigte. Op dezelfde onbehouwen manier verwijderde het zich weer, binnen enkele ogenblikken. Waarna de menigte zich oploste en verder ging met winkelen. Enkele groepjes praatten nog na. Op mij werd geen acht geslagen. De bewakingsagenten en de man waren verdwenen. 
Ik zette koers naar het politiebureau achter het Centraal Station. Ik hield mezelf voor dat ik me ter beschikking moest stellen voor een proces verbaal, justitieel onderzoek en gerechtelijke behandeling. 
Mijn tassen liet ik achter in een van de kluisjes in de stationshal. Ik overwoog even om een duo aan te klampen dat daar patrouilleerde, maar bemerkte bij mezelf een vreemde weerstand.

Bij de onthaal wisten ze niet eens waar ik het over had. Ze noteerden mijn naam, adres, telefoonnummer en mijn identificatiecode. Ik heb daarna niets van ze gehoord.. 
Op het journaal kwam de arrestatie niet langs, ook niet bij ATV. In de Gazet van Antwerpen vond ik een berichtje dat bewakers voor de stadsfeestzaal bij een routinecontrole verdachte voorwerpen hadden aangetroffen, maar geen reden zagen tot aanhouding en verder onderzoek. 
Het vervult me met grote zorg.


Will van Broekhoven
Juli 2017



Bericht - Fabio

Geplaatst 27 nov. 2017 23:43 door Will van Broekhoven   [ 24 okt. 2018 07:33 bijgewerkt ]

Fabio


De kerker is een voormalige waterput. Het blijft hier beneden droog omdat de bron verdwenen is en een overkapping inregenen onmogelijk maakt. Mijn uitwerpselen worden als regel iedere ochtend opgetakeld .Tegelijk met een leeg containertje laat men daarna een voedselpakket neer, bestaande uit rapen, bietjes, wortelen en appels. Ik eet zonder pitten of schillen achter te laten. De papieren tassen van Albert Heijn en Nespresso, waarin ze verpakt zijn, mag ik als vloerbedekking gebruiken. Ik heb niets te klagen.

Laat ik er niet omheen draaien: dit is detentie. Maar tegelijk, zoals de rechter heeft beschikt, een leertraject. De problemen die ik veroorzaakte zijn namelijk terug te voeren tot een afhankelijkheidsstoornis. Niet dat ik te zeer afhankelijk was van anderen. Deze isolatie is juist bedoeld om mij gevoel van afhankelijkheid bij te brengen. Men heeft mij daarvoor onder de hoede gesteld van een zekere Fabio. Deze professional zocht voor mij een afgelegen plaats die aan niemand bekend is en nooit achterhaald kan worden. Mocht Fabio onverwacht iets overkomen, dan is ook mijn laatste uur geslagen. 

Denkbeeldig is dat niet. Fabio lijdt aan vallende ziekte en hartritmestoornissen. Daardoor is hij soms meerdere dagen niet present. Bovendien, zo heeft hij me toevertrouwd, staat ons een burgeroorlog te wachten die zich vroeg of laat tot deze regio zal uitbreiden. Fabio heeft consigne gekregen om mij bij  dreiging door natuurrampen of geweld in geen geval vrij te laten of naar een andere plaats te vervoeren. Dat zou mijn leerproces immers kunnen vertragen. 

Ik maak van deze unieke kans gebruik om in de spiegel te kijken. Hoe kortzichtig was het mezelf te etaleren als iemand die volledig zichzelf kon bedruipen? Hoe kon ik zo onverschillig aan medemensen als hulpbron voorbijgaan? Als mijn detentie is afgelopen wil ik zo snel mogelijk leren sympathie en vertrouwen te winnen. Zo kan ik meer bereiken.     

Volgens Fabio is er geen toets in het programma opgenomen en schiet ik er niets mee op me langdurig goed te gedragen. Ik kom vrij op een vooraf bepaald tijdstip. Wanneer dat is, daar laat Fabio zich niet over uit. 


Will van Broekhoven, 
november 2017



Bericht - Het waterbed

Geplaatst 24 nov. 2017 00:38 door Will van Broekhoven   [ 24 okt. 2018 07:34 bijgewerkt ]

Het waterbed

Vandaag sprak ik LH. Wat hij vertelde geef ik door. LH zelf is niet meer te redden. Anderen misschien nog wel.
LH kwam thuis van een avondje biljarten. De living was leeg en donker. Alle gezinsleden hadden zich verzameld op het waterbed van zijn zoon MH. Behalve MH drie andere zoons, twee dochters en zijn vrouw. Ze keken naar een comedy op TV.
Zijn vrouw sommeerde hem een fles prosecco te halen en zeven glazen. En daarna te gaan slapen op de bank beneden. Ze voegde eraan toe dat hij eerst zijn tanden moest poetsen.
Hij gaf zijn vrouw een oorvijg. MH veerde overeind en kwam dreigend op hem af. Met een geroutineerde beweging trapte hij LH in zijn buik.

LH realiseerde zich het volgende.
MH was een voetbalbelofte. Hij had een lucratief contract. Daardoor kon hij de familie onderhouden. Sterker. Hij garandeerde luxe. Hij zorgde voor onbezorgdheid. 
Bij tegengeweld zou MH een blessure op kunnen lopen. Ook kleine blessures pakken wel eens ernstig uit. Soms komt het nooit meer goed. 

Will van Broekhoven
augustus 2017


Vertelling - Hoe nu verder

Geplaatst 22 nov. 2017 02:18 door Will van Broekhoven   [ 5 feb. 2019 00:49 bijgewerkt ]

Hoe nu verder


Ze lagen ordelijk naast elkaar in het hoge gras van de berm. Acht slachtoffers van een misverstand. Het bloed op hun slapen glinsterde nog. Iemand had hun ogen gesloten. 
Vier mannen en vier vrouwen, van gevorderde leeftijd.
Piëteit gaat gepaard met zorgvuldigheid. Men had hun Nordic Walking stokken paarsgewijze gerangschikt aan de voeten van de geëxecuteerden gelegd, haaks op hun lengterichting.

De dader – net zo goed slachtoffer – had meteen na zijn verrichtingen beseft dat er iets niet klopte. Hij ontdeed zich van zijn last. Hij wilde zich ter beschikking van justitie stellen. Maar kreeg niet eens de kans het nationale alarmnummer in te toetsen. Het leek of de instanties voorbij de bocht met lopende motoren hadden staan popelen om aan de slag te gaan. Een ambulance zou overbodig zijn geweest; die was er ook niet bij. Wel vier zwarte stationcars met geblindeerde ramen. 

Hij drentelde op en neer, ongeduldig wachtend op zijn arrestatie. De politiecommissaris kwam naar hem toe. Stak een sigaret op, inhaleerde diep en genotvol en reikte de sigaret aan hem over.
- Rook maar op uw gemak, alle tijd van de wereld. Na gedane arbeid enzovoort. Hoe kijkt u op uw actie terug?
- Dit is niet wat ik had gewild.  
- Natuurlijk niet. Maar u heeft het in elk geval professioneel en mannelijk aangepakt. Wat zijn uw verdere plannen? Kan ik u een lift aanbieden?
- Ik zou niet weten waarheen. Ik heb van iedereen afscheid genomen, voor altijd. Over een kwartier komt mijn video op internet.
- Waarom in godsnaam heeft u die bomgordel dan niet gebruikt?
- Het leek me niet correct


Will van Broekhoven|
oktober 2017



1-10 of 15

Comments