Plaatsingsdatum: Nov 29, 2018 3:49:12 PM
De volgende twaalf gedichten leverde ik voor Poëzievensters 2019.
Zoals de instructie luidde: maximaal twintig regels, inclusief witregels.
Vanaf mei 2019 zullen in Zurenborg, de wijk waar ik woon, gedichten op
ramen te zien zijn van zeventien Antwerpse dichters.
De gedichten gemarkeerd met een * zijn mijn definitieve bijdrage.
Mijn gedichten vind je op de volgende adressen:
Kreeftstraat 18, Pretoriastraat 56, Stierstraat 24, Capiaumontstraat 2,
Waterloostraat 19 en 21, Wolfstraat 34, Dolfijnstraat 25, Filomenastraat 10,
Kleine Beerstraat 45, Korte van Ruusbroecstraat 22/24 en de biobroodkraam
op de donderdagmarkt.
Dichter*
Heb ik permissie dit terrein op te gaan
zonder dat mij een rug wacht van ijzer en glas?
Is het wel veilig in de buurt te komen
of kost me dat een nuttig lichaamsdeel?
Is het slim is om nabij te zijn
en niet te kunnen geven wat verlangd wordt?
Zij doet wat haar zo invalt.
Nu eens werpt ze wat taal mijn kant uit
dan weer stopt ze mij met gestrekte arm
een chocoladeletter toe.
Maar het komt ook voor
dat ze me nadert, me vasthoudt en me kust.
Voorgoed*
Terwijl ik er voorgoed blijf wonen
neem ik kalmpjes afscheid
van mijn nieuwe stad
zegt de stad mij
op zijn gemak
vaarwel.
Nu het deze wending neemt
meander ik mee.
We snappen elkaar een beetje.
De Maagd van Antwerpen*
Achter het grollen van banden op de kasseien
ligt stil voor het grijpen
Dwars door barok- en bunkerbouw
strekt leeg zich uit
Haastig oversteken op een zebrapad
maakt roerloos voelbaar
Maagdelijk biedt troost
op menige straathoek
Raamgedicht*
Ik kijk door het venster naar kinderen op de Dageraadplaats
Tussen de palmen van mijn handen
masseer ik een mineola.
Zwarte Piet die een mandarijntje in mijn schoen achterliet
aan één kant bedauwd met witte schimmel.
Ik dribbelde als kind eens mijn weg naar het doel
en liet gaan en bukte
om een ijscovlaggetje op te rapen.
Wat doet in godsnaam een wild zwijn op het plein.
Een konijn zou minder verbazend zijn.
Daar ontsnapt de vrucht een orgelklank.
De Merode, Berchem, omstreeks 9.30*
De drukte van een onbemand terras:
de echo van de echo van stemmen van gisteren
de geur van de geur van proper uitgaan.
de warmte van lichamen
achtergebleven als vergeten jassen.
Achtergebleven dubbele punt
besluiteloos onderuitgezakt de tram voorbij zien gaan
gezicht twee tafels verder zeurt om blikken
teveel woorden richting verdronken zwijgen
vadsige stemmen, met rukken aangezwengeld lachen.
angst voor de pijn die op de jaaragenda dichterbij komt
niet kunnen lezen wat op de sokkel van het heldenbeeld staat
gedichten schrijven, doen alsof.
Laat nu de eerste gasten komen.
De man met de gele hoed*
De man met de gele hoed
is weer terug
en meent dat hij welkom is.
Hij heeft iets meegebracht
om ons te verrassen.
Hij liet het in de trein liggen.
We zouden zeker blij zijn geweest
en dankbaar.
En óf we jou hebben gemist.
Je gele hoed en de manier
waarop je ineens kon verdwijnen.
Weergaloos zoals je
verrassingen in de trein laat liggen.
Letsel*
De blik vanuit je ooghoek
klapte open.
Een sperwer sprong naar buiten
die groeven in mijn schedel kraste
en zich gestreeld en slaafs
weer in je hoofd liet passen.
Luiken*
Het vers gesteven witte villapark.
Je voorvoelt vakantiestemming
die tot verveling verkreukelt.
Bij het raam staan
op een winderige regendag.
Groen gelaarsde wandelaars.
Het verlangen de luiken te sluiten
die op de muur geschilderd zijn.
The Fool on the Hill
Steeds opnieuw zou ik de zon zien ondergaan
en terwijl ik op mijn blokfluit speel
blijft de aarde maar draaien.
Ja herhaling deed ooit kruimelend zijn werk
en zette mijn dagen op rijm - herinner ik me nog.
Maar hierboven volgt niets meer op iets en niets komt terug.
Mijn leven loopt een ogenblik van onbepaalde duur.
Ze zonden mij een delegatie.
Ik articuleerde niet meer zo goed.
En toen ze mij eindelijk verstonden begrepen ze me niet
terwijl ik me afvroeg of ik wel wat wilde zeggen
en niet wist of die vraag mij bedrukte.
Het moment bleef wat het is
met of zonder blokfluit.
Vertrekken
Wie zegt dat wij er nog zijn
als jij straks weggaat?
Probeer het eens
ga zogenaamd en kom sluipenderwijs terug.
Misschien tref je
vreemd gebied een leeg terrein
ontdaan van natuur en bedrijvigheid
waar jij niets te zoeken hebt
en niemand zult vinden.
Misschien loopt het anders.
Wij zijn er nog maar kennen je niet.
En dan nog weet je niet zeker
of achter je rug hetzelfde zich herhaalt
wanneer je opnieuw vertrekt
en voorgoed.
Man van Tollund*
Ontmoet in Jutland
ruimte van zand en donker geboomte
stilte van wind en fijne regen.
Ooit afgezonken in het moeras
en toen na al die eeuwen
geborgen en aan blikken prijsgegeven
de pijn van gisteren op het gelaat.
Man die afscheid nam en onbemerkt toch bleef
zonder aanwezigheid of verwachting.
Hoofd waaraan alleen de adem ontbreekt.
Mijn ogen voorbij, geremd door glas
zoeken mijn vingers de stoppels en rimpels
van je gevouwen gezicht.
Hoe kan ik gaan
en achterlaten
wie zo lang zo kort alleen was.
Offer bij Tollund*
Ze brachten mij naar deze plaats
die ik zo vaak passeerde
afgeleid door het loze elders of later
en nu leer kennen binnen laat vloeien.
Even gastvrij zal jouw veen mij straks ontvangen.
Ze gunnen mij afstand
onthouden mij begripvol
voedsel en medeleven
etend op hun zijde
mompelend op hun buik
snurkend op hun rug.
De tijd zit er kalmpjes bij
en slentert ongetwijfeld mee
als ik zo meteen het teken geef.